EU legt online surveillance door bedrijven onvoldoende aan banden
Zelfs de strengste privacywetten van Europa bieden onvoldoende bescherming tegen de groeiende macht van online surveillance en gerichte reclame. Dat is de conclusie van onderzoek van rechtswetenschapper Ana-Maria Hriscu. Privacyrechten worden anders toegepast op online surveillance van private bedrijven dan van overheden.
Online advertenties gebruiken persoonsgegevens om gedrag te voorspellen en te beïnvloeden. Zo beïnvloeden ze niet alleen online koopgedrag, maar ook hoe mensen denken en zich voelen. Onderzoek heeft deze praktijken in verband gebracht met manipulatie, discriminatie, verslaving en psychische gezondheidsproblemen. Een voorbeeld dat in Nederland aan het licht kwam, was de omvangrijke verzameling van gegevens over activiteiten van Nederlandse TikTok-gebruikers, zelfs buiten de app, en het gebruik van servers voor deze gegevens in landen met minder strenge privacybescherming, zoals China.
Toestemming heeft geen betekenis
In haar proefschrift Domination by default, waarmee ze in mei promoveerde aan de Universiteit van Tilburg, betoogt rechtswetenschapper Ana-Maria Hriscu dat het huidige internet is opgebouwd rond een systeem dat bewust het gedrag van mensen volgt op een manier die ‘onvoorzienbaar’ of onvoorspelbaar is. Dat betekent dat het technisch niet mogelijk is om mensen volledig te informeren over hoe hun gegevens worden gebruikt en wat de gevolgen daarvan zijn. Bovendien willen de adverterende bedrijven die informatie niet delen, schrijft Hriscu.
Te veel verantwoordelijkheid bij individuen
Hoewel de Europese Unie privacy en gegevensbescherming erkent als grondrechten, beperken deze rechten het verdienmodel achter surveillancegerichte advertenties niet effectief, aldus Hriscu. Europese privacyrechten worden vaak benaderd vanuit het perspectief van consumentenkeuze. Het idee is dat gebruikers zichzelf kunnen beschermen als zij goed worden geïnformeerd en betere beslissingen nemen online. Volgens Hriscu legt dit te veel verantwoordelijkheid bij individuen en wordt daarmee de structurele macht van grote digitale platforms genegeerd. ‘Omdat surveillance door bedrijven onvoorzienbaar is, kunnen we niet verwachten dat mensen op betekenisvolle wijze toestemming geven voor iets wat zij niet kunnen weten en niet kunnen voorzien.’
Op zichzelf
Volgens Hriscu behandelen Europese rechters veel privacyzaken momenteel als op zichzelf staande geschillen over persoonsgegevens, in plaats van als onderdeel van een veel groter systeem van online surveillance. Daardoor wordt onvoldoende aandacht besteed aan de bredere impact die grote technologieplatforms kunnen hebben op de samenleving en op de vrijheid van individuen.
Overheden meer beperkt dan bedrijven
Nog belangrijker is dat privacyrechten anders worden toegepast wanneer private bedrijven betrokken zijn dan wanneer overheden betrokken zijn. Overheden worden onder het mensenrechtenrecht geconfronteerd met strikte beperkingen, terwijl de economische belangen van bedrijven op hetzelfde niveau worden geplaatst als de privacy- en gegevensbeschermingsrechten van burgers, waardoor deze tegen elkaar kunnen worden afgewogen.
Dit verzwakt de bescherming tegen surveillance door machtige technologiebedrijven en vermindert de mate waarin zij ter verantwoording kunnen worden geroepen, aldus Hriscu. Het staat haaks op het recht op privacy en gegevensbescherming als hoogste normen van het EU-recht.
Voordelen gerichte advertenties mogelijk overschat
Het huidige systeem van online surveillance dat gerichte advertenties mogelijk maakt, is gebaseerd op het idee dat gerichte advertenties beter werken dan niet-gerichte advertenties. Er zijn echter aanwijzingen dat gerichte advertenties mogelijk minder effectief zijn dan wordt beweerd door machtige tussenplatforms zoals Google en Meta. Deze platforms hebben een direct financieel belang bij het in stand houden van dit idee, omdat zij daardoor meer inkomsten kunnen genereren van adverteerders en uitgevers. Ook dit vormt een reden om het huidige verdienmodel kritisch te bekijken.
Sterkere bescherming
Hriscu stelt dat bedrijven die aanzienlijke invloed uitoefenen op de vrijheden van mensen directe wettelijke verplichtingen zouden moeten hebben om privacy- en gegevensbeschermingsrechten te beschermen. Volgens haar vormt een sterkere bescherming van grondrechten geen belemmering voor een gezonde digitale economie, maar juist een noodzakelijke voorwaarde voor een eerlijke digitale economie.
Zij roept Europese instellingen op om duidelijk te maken dat grondrechten sterker moeten gelden voor machtige private actoren, en niet uitsluitend voor overheden. Daarnaast zou er een breder publiek debat moeten plaatsvinden over de vraag of surveillancegerichte advertenties het dominante verdienmodel in Europa moeten blijven terwijl er alternatieven bestaan, zoals contextuele advertenties die niet afhankelijk zijn van surveillance.
Reacties
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Word abonnee