Vrouwen blijven achter in de AI-boom
AI verandert ons werk ingrijpend. Bij de versnelde adoptie van AI-tools zien we echter een patroon dat nog onderbelicht is: vrouwen gebruiken deze tools aanzienlijk minder dan mannen. En dat heeft uiteraard gevolgen.
Maar liefst 18 onderzoeken laten zien dat vrouwen generatieve AI ongeveer 25 procent minder gebruiken dan mannen, zelfs wanneer ze gelijke toegang hebben. De vraag is: waarom?
Onprofessioneel?
Het verschil zit niet in technische vaardigheden. Veel vrouwen vrezen dat AI-gebruik als onprofessioneel wordt gezien of de indruk wekt dat ze ‘de kantjes ervan aflopen’, wat ze terughoudend maakt in het gebruik ervan.
Dit weerspiegelt ervaringen die veel vrouwen zullen herkennen: de druk om altijd volledig voorbereid te moeten zijn, werk dubbel controleren en fouten vermijden die vooroordelen kunnen bevestigen. Het gebruik van tools die nog van hogerhand zijn goedgekeurd, kan dan voelen als een luxe die alleen is weggelegd voor werknemers die minder streng worden beoordeeld op de werkvloer of minder last hebben van het imposter-syndroom.
Groeiende ongelijkheid
AI laat nu al meetbare voordelen in productiviteit zien. Als vrouwen deze tools later of minder vaak gebruiken, ontstaat er een cumulatief effect: lagere output, minder tijd voor strategisch werk en minder kansen om zichtbaar te zijn.
Deze kloof is ook relevant voor de technologie zelf. Grote taalmodellen leren van gebruikersinteracties. Als het merendeel daarvan van mannen komt, zullen de systemen onvermijdelijk scheefgroeien richting mannelijke input en aannames. We hebben al ervaren hoe dit uitpakt in andere algoritmische systemen, zoals recruitment en kredietbeoordeling. Het is een vergissing om te denken dat AI hier immuun voor is.
Sterker vrouwelijk leiderschap
Er bestaat de misvatting dat AI vooral nuttig is voor technisch werk, terwijl de grootste impact juist ligt bij administratieve taken – die weer vaak door vrouwen worden uitgevoerd.
Onderzoek toont aan dat vrouwen vaak ‘organisatorisch werk’ uitvoeren, zoals coördinatie en communicatie. AI kan deze taken verlichten door te samenvatten, analyseren en het bundelen van informatie. Wanneer deze taken minder tijd kosten, ontstaat er ruimte voor werk dat carrières vooruithelpt, zoals besluitvorming, probleemoplossing, strategisch denken en leiderschap.
Cultuur is belangrijker dan capaciteit
Een van de meest opvallende inzichten uit het onderzoek is dat de genderkloof aanzienlijk kleiner wordt binnen organisaties waarin leiders het experimenteren met AI actief aanmoedigen en verkennend gebruik normaliseren.
Werknemers adopteren AI niet door training, maar omdat ze zich veilig voelen om te experimenteren. Organisaties kunnen dit actief stimuleren.
Stel daarbij wel duidelijke kaders op voor AI-gebruik en -adoptie, van governance tot experiment en verantwoord gebruik, en deel openlijk wat wel en niet werkt op basis van eigen ervaringen.
Er is nog tijd
Een experiment van Women in Data toont duidelijke bias: bij de prompt 'Genereer een afbeelding van een data scientist' leverde ChatGPT in alle gevallen (100 keer) een stereotiep mannelijk beeld op, net als bij data engineers (100/100) en grotendeels bij data-analisten (93/100).
Het bemoedigende nieuws is dat normen voor AI-gebruik nog in ontwikkeling zijn, wat juist nu ruimte biedt om bij te sturen. Maar dit blijft niet voor altijd zo: zodra AI-vaardigheden en productiviteitsverwachtingen meer verankerd zijn, wordt het moeilijker om de kloof te dichten. Organisaties moeten voorkomen dat ongelijkheid toeneemt, terwijl werknemers de ruimte verdienen om AI op hun eigen manier te verkennen. De keuzes van vandaag bepalen of AI een kracht van vooruitgang voor iedereen wordt - of een nieuwe vorm van ongelijkheid.
Reacties
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Word abonnee