Beheer

Netwerken
IPv6

Alle overheidswebsites zijn eind 2021 ook bereikbaar via IPv6

'Geen goede korte termijnoplossingen voor tekort aan IPv4-adressen.'

19 maart 2020

'Geen goede korte termijnoplossingen voor tekort aan IPv4-adressen.'

Alle overheidswebsites en e-mailvoorzieningen van de overheid moeten aan het einde van 2021 bereikbaar zijn via IPv6. Dat heeft staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat bekendgemaakt in antwoorden op Kamervragen van D66-Kamerlid Kees Verhoeven. RIPE NCC, de Regional Internet Registry (RIR) voor Europa en het Midden-Oosten, liet in november vorig jaar al weten dat de IPv4-adressen nu echt op zijn.

De voorraad aan vrij verkrijgbaar IPv4-adressen raakt al een aantal jaren op. In de tussentijd is het gebruik van nieuwe internetadressen, IPv6, steeds verder toegenomen, maar IPv4 wil nog niet echt verdwijnen. Het tekort zorgt dus voor problemen, waar op de korte termijn geen oplossingen beschikbaar voor zijn, stelt Keijzer in haar brief.

Een belangrijke reden dat IPv4 nog niet verdwijnt, is omdat de migratie naar IPv6 niet soepel verloopt. Blijkt namelijk dat een firewall in een route niet overweg kan met IPv6, dan kan het gehele systeem falen. Het is dus voor bedrijven en organisaties eigenlijk alleen interessant om over te stappen als iedereen aan IPv6 meedoet. Maar willen organisaties het nieuwe type adressen gebruiken, dan moeten ze kosten maken in de opzet en beveiliging van hun interne netwerken. 

Ondertussen is er een markt is ontstaan waar niet gebruikte adressen verhandeld worden, "voor vaak hoge bedragen", aldus de staatssecretaris. Daarnaast benoemt ze de workaround, zoals Network Address Translation (NAT). Met NAT is het mogelijk om achter elk publiek IPv4-adres een verzameling adressen uit een speciale range toe te wijzen aan honderden tot zelfs duizenden gebruikers. 

Oplossing: over naar IPv6

De overheid blijkt ook nog een reeks IPv4-adressen te bezitten, waarvan een deel niet meer gebruikt wordt. Het vrijgeven van die niet-gebruikte adressen is volgens Keijzer echter niet wenselijk, "omdat dit zou bijdragen aan het in gebruik blijven van IPv4-adressen en de overgang naar IPv6-adressen belemmert". "Deze overgang is dringend gewenst vanwege de verwachte toename van op internet aangesloten apparatuur en programmatuur. Al deze apparatuur en programmatuur moet van een internetadres kunnen worden voorzien."

De enige echte oplossing is dus om over te stappen naar IPv6, vindt ook Keijzer. Maar daar zijn zoals gezegd kosten aan verbonden, "terwijl de voordelen, die op het gebied van veiligheid en dienstverlening liggen, pas duidelijk worden naarmate meer partijen overgaan op IPv6". "Het dilemma hierbij is wie als eerste start met aanpassen en dus moet investeren."

Keijzer laat weten dat ze het initiatief met name overlaat aan de private en publieke partijen, gezien zij investeringen moeten doen. De overheid stimuleert hen echter al wel langere tijd, via voorlichting via het Platform Internetstandaarden. Daarnaast wil Keijzer andere partijen stimuleren over te stappen, door te verplichten dat overheidswebsites en e-mailvoorzieningen ook via IPv6 bereikbaar worden. Dat moet eind 2021 bewerkstelligd zijn. "De overheid heeft hierin dus een stimulerende rol, geen afdwingende."

Lees meer over
Lees meer over Beheer OP AG Intelligence
1
Reacties
Erwin1 19 maart 2020 12:38

De overheid ligt in dit geval zelf zwaar te sukkelen. Volgens Forum Standaardisatie (https://www.forumstandaardisatie.nl/standaard/ipv6-en-ipv4) is het al sinds 2010 ' verplicht' voor overheidsdiensten om zowel IPv4 als IPv6 te ondersteunen, met andere woorden, alle nieuw aan te schaffen systemen na 25-11-2010 (datum besluit) moeten al IPv6 ondersteunen. Dat er ergens in de route naar een burger nog geen IPv6 mogelijk is omdat de ISP dat nog niet voor elkaar heeft, doet daar niets aan af.

Dus nu vandaag besluiten dat het in 1 jaar geregeld moet zijn, terwijl het al 10 jaar verplicht is maar niet is uitgevoerd is een wassen neus.

Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.