Efficiënter is niet altijd beter: let op het rebound-effect
- AI lijkt duurzaam, maar kan juist milieuschade vergroten
- Nieuwe EU-regels verplichten transparante rapportage, maar voorkomen geen greenwashing
- Duurzaamheid gaat verder dan meten: ook sociale en ethische impact telt mee
- Lees ook: Serieus aan de slag met duurzaamheid
Organisaties zetten in hoog tempo AI in om processen efficiënter te maken. Daarbij gaan ze gemakkelijk voorbij aan de duurzaamheid van die strategie. De webgiganten bagatelliseren graag de milieu-impact van hun systemen. Nieuwe EU-wetgeving dwingt organisaties echter straks al die effecten mee te nemen in een rapportage over het netto-effect op milieu en maatschappij.
Bij veel mensen leeft het idee dat AI een enabler is van groene transitie. AI strategisch inzetten bij de ontwikkeling van nieuw bedrijfsbeleid lijkt dus een mes dat aan twee kanten snijdt. De efficiëntie en de productiviteit gaan omhoog en tegelijk draagt de organisatie bij aan een betere wereld. Toch is er een duidelijke spanning tussen productiviteitsdoelen en duurzaamheidsdoelen, waarbij gekeken wordt naar bredere milieueffecten, sociale impact en langetermijbestendigheid. Dat bleek onlangs op een symposium van de Universiteit Utrecht.
Wie alleen stuurt op groei, loopt risico op maatschappelijke weerstand, stelt Viktorija Morozovaite, onderzoeker EU Competition Law and Digital Regulation aan de Universiteit Utrecht. Ze waarschuwt dat de IT-industrie weliswaar werkt aan het duurzamer maken van datacentra en cloudtoepassingen, maar dat die ontwikkeling niet zonder meer betekent dat organisaties ook meer van die infrastructuur en toepassingen kunnen inzetten. “Dat gaat niet echt samen met het hele idee van streven naar duurzaamheid en klimaatneutraal zijn.”
Rapporteren staat niet gelijk aan verbeteren
De EU verplicht met de Energy Efficiency Directive (EED) grote datacentra hun energieprestaties en waterfootprint te monitoren en te rapporteren in een centrale EU‑database. De nieuwe Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) voegt daar een uitgebreide duurzaamheidsrapportage aan toe voor alle grote en beursgenoteerde ondernemingen. Recent is echter met de Omnibus I‑wetgeving de CSRD en aanverwante duurzaamheidswetgeving vereenvoudigd, onder meer door de drempels te verhogen waarboven rapportage verplicht is. Ook hoeft een deel van de middelgrote ondernemingen niet meer aan de CSRD-verplichtingen te voldoen.
Rapporteren over duurzaamheidsaspecten is beter dan het werken aan duurzaamheid overlaten aan de zelfregulering van bedrijven, maar er schuilt wel een gevaar in. "We maken bij AI dezelfde fout als in andere duurzaamheidsdiscussies", benadrukt Matthew Archer, universitair docent Maatschappijwetenschap en Techniek aan de Universiteit Maastricht. “We denken dat betere metingen en transparantere rapportage vanzelf tot duurzame uitkomsten leiden. Maar zonder duidelijke strategie voor hoe die cijfers moeten leiden tot verandering, en in een wereld waarin politieke elites dol zijn op AI, delegeren we eigenlijk onze politieke verantwoordelijkheid.”
Waterverbruik gebagatelliseerd
Deze aanpak leidt tot ‘sustainability-washing’, een tactiek die BigTech-bedrijven vaak hanteren, illustreert Rianne Riemens, onderzoeker Greening the Digital Society aan de Universiteit Utrecht. Ze noemt een voorbeeld van een tweet van Sam Altman, de CEO van OpenAI. Hij toonde een grafiek van het waterverbruik van ChatGPT waaruit bleek dat dit niet hoog was in verhouding tot andere activiteiten, zoals de productie van een hamburger. Hij zei bovendien: “Ik geniet er helemaal van wanneer de anti-AI-massa zich druk maakt over waterverbruik terwijl ze hamburgers eten.” Riemens: “Blijkbaar als je kritisch bent op de milieu-impact, dan ben je sowieso anti-AI. Daarnaast is het een onzinnige vergelijking die weinig informatie biedt. Uit onderzoek blijkt wel degelijk dat het waterverbruik van datacentra heel groot is.”
Ze wijst er bijvoorbeeld ook op dat Microsoft rapporteert dat over het jaar 2024 de CO2-uitstoot is toegenomen als gevolg van de investeringen in AI. Tegelijkertijd houdt het bedrijf vast aan het doel om in 2030 koolstof-negatief te zijn. “Om die claims waar te maken, moeten ze investeren in het wegvangen van CO2, want ze bereiken dat doel alleen door te compenseren.” Daarmee wordt de technologie zelf dus niet duurzamer.
Duurzaamheid omvat ook moeilijk meetbare aspecten
Archer maakt zich zorgen dat duurzaamheid primair wordt opgevat als het produceren, verzamelen en rapporteren van meetgegevens over duurzaamheid. “Dat levert een bizarre wereld op, waarin bedrijven worden geprezen voor hun duurzaamheidsprestaties. Niet omdat ze daadwerkelijk broeikasgasemissies hebben verminderd, of iets hebben bijgedragen aan arbeidsrechten of biodiversiteit, maar omdat ze hebben gemeten en gerapporteerd over die emissies.”
De focus op efficiëntie, dus op schaalbaarheid en kostenbesparing, vernauwt onze blik op wat duurzaamheid inhoudt. Die houding negeert de veel moeilijk meetbare, maar essentiële aspecten zoals rechtvaardigheid, gezondheid, ecologie en menselijke waardigheid, vindt Archer. AI-gebruik beïnvloedt de manier waarop mensen informatie verwerken en onthouden, mogelijk met cognitieve en neurologische gevolgen. “Iedereen die in de academische wereld werkt, ziet het in kleine dingen: studenten kunnen bijvoorbeeld steeds minder onthouden. In sommige van mijn colleges kunnen ze informatie niet langer dan een paar minuten terughalen. De helft van de essays die ik nu bekijk bestaat uit AI-slop.” Dat zijn AI-gegenereerde teksten zonder logica.
Sociale impact van genAI is groot
Tegelijk ziet hij ook het effect van ChatGPT-gebruik op anderen. Uit onderzoek blijkt dat voor collega’s en vrienden het intensief gebruik van tools als ChatGPT steeds vaker een teken is van luiheid en domheid. “Zelfs als mensen heel zinvol gebruik maken van ChatGPT voor hun werk, verbergen ze dat omdat anderen ze dan mogelijk lager waarderen.” Archer noemt dit allemaal zorgwekkende sociale ontwikkelingen die zich moeilijk laten vertalen in metingen over de duurzaamheid van AI, maar daar wel onderdeel van zijn.
Morozovaite uit in dat opzicht rechtstreekse kritiek op het EU-beleid: hoewel democratische waarden worden benoemd in officiële documenten, wordt burgerparticipatie nauwelijks of niet concreet uitgewerkt of toegepast. “Als er over burgers wordt gesproken, gaat dat vooral in de zin van productiefactoren omdat de nadruk ligt op het wegwerken van de skills gap, en de noodzaak om beter gekwalificeerde werknemers te hebben die aan de slag kunnen in de AI-sector.”
Organisaties moeten daarom een balans zoeken tussen groei en duurzaamheid. Er moet aandacht zijn voor maatschappelijk draagvlak voor de inzet van AI en het toenemend gebruik van digitale infrastructuur. Duurzaamheid moet daarom een structureel onderdeel zijn van de AI-strategie.

Reacties
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Word abonnee