Waar lekt vrouwelijk talent weg uit techinnovatie?
De deelname van vrouwen bij aanvragen voor techpatenten stijgt al decennia, maar langzaam. Vrouwen zijn ook ondervertegenwoordigd bij start-ups en bovendien vallen er relatief veel vrouwen af in de groei van start-up naar scale-up. De ‘lek’-momenten moeten gericht worden aangepakt, adviseert het Europees Octrooi Bureau (EOB).
De ondervertegenwoordiging van vrouwen bij patentaanvragen is het gevolg van een opeenstapeling van meerdere ‘lekken’, constateert het EOB in het rapport Advancing women in STEM (Science, Technology, Engineering and Mathematics). Het gaat daarbij niet zozeer om opleiding, maar om toegang tot projecten waaruit patenten voortkomen, én om erkenning en waardering, met andere woorden wie de uitvindersrol krijgt.
Nederland in de lage middenmoot
Het EOB heeft gekeken naar het aandeel patentaanvragen gedaan door een vrouw (WIR). Gemiddeld over 39 landen steeg dat percentage van ongeveer 2 procent eind jaren 70 naar 13,8 procent in 2022. Aanvragen waarin minstens één vrouwelijke uitvinder voorkomt, stegen sneller naar 24,1 procent in 2022. Dat wijst erop dat patentaanvragen vaker als team worden ingediend.
Nederland zit in de onderkant van de middenmoot met een WIR van 13,6 procent. Portugal, Spanje en Turkije doen het relatief goed met een WIR van respectievelijk 29,3 procent, 24,1 procent en 21,1 procent. Oostenrijk bevindt zich onderaan de ranglijst met 8 procent.
Voor vrouwen bestaan hogere financieringsbarrières
In minder dan 10 procent van de start-ups die patenten aanvragen, is er sprake van ten minste één vrouwelijke oprichter. Opmerkelijk is dat dit percentage ligt op 17,4 procent bij start-ups die geen patentaanvragen indienen. Bij jonge start-ups van nul tot vijf jaar bedraagt het aantal vrouwen onder de oprichters 14 procent. Dat percentage daalt naar 11,3 procent in de vroege groeifase en zakt verder naar 6,1 procent in de late groeifase en komt zelfs bij overgenomen start-ups uit op 5,8 procent.
Volgens de auteurs van het rapport duidt deze ontwikkeling erop dat er voor start-ups met vrouwelijke oprichters hogere barrières zijn voor toegang tot kapitaal dat nodig is voor opschaling. Ook constateren zij dat er een bias is in de toekenning van grote financieringsrondes ten gunste van volledig mannelijke teams. In 2025 zat bij de tien grootste investeringen slechts één gemengd team. Er was zelfs geen enkel volledig vrouwelijk team bij de vijftig grootste investeringsrondes.
Aan inventiviteit geen gebrek
Vrouwen die promoveren op een STEM-onderwerp, kiezen er slechts half zo vaak voor om uitvinder te worden als hun mannelijke collega’s. Uit het onderzoek blijkt dat dit niet het gevolg is van minder inventiviteit bij vrouwen. Bij publicaties over onderzoek dat dicht tegen de grens van commerciële toepassing zit, is er nauwelijks sprake van een onbalans tussen mannen en vrouwen. De verklaring voor de latere scheefgroei ligt dus meer in culturele en economische factoren, en in loopbaankeuzes.
De auteurs van het rapport stellen dat het niet zinvol is om te proberen deze ongelijkheid aan te pakken door het onderwijs of het HR- en loopbaanbeleid onder de loep te nemen. Er moet meer gekeken worden naar de samenhang van alle oorzaken die zorgen voor het weglekken van vrouwelijk talent. Alleen op die manier werken opleiding en onderzoek ook echt door in innovatie en ondernemerschap.

Reacties
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Word abonnee