Loopbaan

Carriere
Nieuwe alliantie wil tekort aan development skills aanpakken

Nieuwe alliantie wil tekort aan development skills aanpakken

ESSA moet de groei van software-ontwikkeling en innovatie in Europa bevorderen.

22 december 2020

ESSA moet de groei van software-ontwikkeling en innovatie in Europa bevorderen.

Een nieuwe Europese alliantie wil het tekort aan competenties in de Europese softwaresector aanpakken. Daartoe gaat het werken aan een passend curriculum voor beroepsonderwijs en -opleidingen in Europa. Bij de European Software Skills Alliance (ESSA) zijn 26 partners betrokken, waaronder het lectoraat Procesinnovatie & Informatiesystemen en het Instituut voor ICT-onderwijs van de Hogeschool Utrecht.

ESSA wordt gefinancierd door de Europese Commissie in het kader van het Erasmus+-programma 'Sector Skills Alliances' en heeft vooralsnog een looptijd van vier jaar. Het eerste jaar zal vooral worden besteed aan het analyseren van de vraag. “Zo kunnen we bepalen welke behoefte er is aan nieuwe vaardigheden en kennis”, zegt Pascal Ravesteijn die vanuit het lectoraat bij de alliantie is betrokken. De volgende jaren zal aan de hand van die analyse nieuwe curricula worden ontwikkeld. “En die curricula blijven we uiteraard continu ontwikkelen.”

Volgens Ravesteijn is dit een belangrijk initiatief omdat de softwaresector snel verandert en het belangrijk is dat er een curriculum is dat op de veranderende vraag blijft aansluiten. Vaak kan het commerciële bedrijfsleven wel goed volgen, omdat leveranciers eigen tools en methodes ontwikkelen met bijpassende trainingen, maar loopt het reguliere onderwijs achter. “Een voorbeeld zijn de ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie. Natuurlijk zijn we als onderwijs daar wil mee bezig. Maar het vakgebied is zo breed en de ontwikkelingen daarbinnen gaan heel snel.”

Mix van partners

Het is een belangrijk, maar ook een spannend traject, legt Ravesteijn uit. Bij de alliantie zijn verschillende partners betrokken – bedrijfsopleiders, hogescholen en universiteiten, leveranciers – en iedereen heeft een eigen visie op hoe een curriculum er uit moet zien. “Die mix van partners is belangrijk want zo kun je veel van elkaar leren en is er oog voor zowel het bedrijfsleven, het onderzoek en het onderwijs. Maar er zijn wel verschillen. Een bedrijfstraining heeft vaak een kortere doorlooptijd en gaat vaak over een methode of techniek. Dat is wat makkelijker aan te sluiten op de vraag in de markt. Wij als hogeschool werken met modules met een langere doorlooptijd waarbij studenten ook in meer abstracte concepten leren denken. Dat heeft toch een andere insteek. Toch willen we trachten een curriculum te maken dat voor alle partners flexibel in te passen is.”

Dat het een Europees project is, is belangrijk. Zo kunnen de partners uit de verschillende landen van elkaar leren. De alliantie moet nauw aansluiten bij andere Europese projecten op het gebied van digitale vaardigheden, denk aan het e-CF framework en andere IT-Professionalisminitiatieven van de EU. Ravesteijn: “De EU wil dat Europa voorop loopt op het gebied van innovatie. Dan moet er Europees ook meer worden samengewerkt op dat gebied. En daarbij ook de juiste competenties laten aansluiten. Het is daarom goed dat we niet al te veel versnipperd bezig zijn.”

Lees meer over Loopbaan OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.