Artificial Intelligence is ons vuur
AI op dit moment: circulaire miljardendeals tussen Nvidia, OpenAI en Oracle, tarieven ver onder de kostprijs, en 95% van de AI-pilots heeft geen meetbare waarde. Toch is de conclusie van Erik de Ruiter: wie nu geen scherp beeld heeft van de waarde die AI kan opleveren, betaalt straks de rekening.
Het wiskundige probleem dat bekendstaat als het Jacobiaanse vermoeden uit 1939 gold bijna negentig jaar als een noot die generaties knappe koppen niet gekraakt kregen. Tot een AI-model samen met een wiskundige een tegenvoorbeeld van amper tweehonderd tekens opleverde. Vakgenoten rekenden het na en het klopte. Zo’n doorbraak is doorgaans goed voor een proefschrift en een leerstoel. Nu lag het binnen een kwartier op tafel.
Wie zulke sprongen ziet, zal misschien een vergelijking met vuur maken. Vuur bracht warmte, veiligheid en beschaving, maar legde ook steden in de as. AI heeft diezelfde dubbele natuur. Het kan de zorg ontlasten, ambtenaren van administratieve lasten verlossen en onderzoek versnellen. Het kan net zo goed banen wegvagen, desinformatie industrialiseren en macht concentreren bij een handvol partijen. Niet goed of slecht dus, wel krachtig. En dat maakt de vraag hoe we het inzetten des te dringender.
Kringloop
En toch wringt de economie. Volg het geld en er tekent zich een vreemde kringloop af. Chipfabrikant Nvidia zegde tot honderd miljard dollar toe aan OpenAI, geld dat vervolgens mede terugvloeit naar Nvidia wanneer OpenAI de chips van het bedrijf afneemt. Oracle bouwt datacenters voor OpenAI en koopt daarvoor opnieuw Nvidia-hardware. Analisten becijferden ruim achthonderd miljard dollar aan zulke circulaire afspraken, waarbij geld steeds opnieuw tussen een handvol bedrijven rondgaat en de vraag groter kan lijken dan zij werkelijk is. Het rijmt op de dotcomjaren, toen partijen elkaars omzet oppompten tot de muziek stopte.
Echte prijs
Intussen betaalt niemand de echte prijs. De grote aanbieders rekenen tarieven die ver onder de kostprijs liggen, gefinancierd met durfkapitaal, precies zoals taxi-apps ooit ritten subsidieerden om gebruikers aan zich te binden. Bij de marktleider gaat bijna twee dollar de deur uit voor elke dollar die binnenkomt. Zulke subsidies houden geen stand en analisten waarschuwen dat de prijzen fors zullen stijgen. Dat is de rekening die in veel begrotingen nog niet staat.
'Wie meedoet omdat het moet, houdt een dure rekening en een dun verhaal over'
- Erik de Ruijter
Dat is het ongemakkelijke van dit moment. De doorbraken zijn echt, maar de waardering is gebaseerd op een belofte die de praktijk nog moet waarmaken. De grote techbedrijven trekken jaarlijks ruim zeshonderd miljard dollar uit voor AI, terwijl volgens onderzoek van MIT 95% van de organisaties met AI-pilots er nog geen meetbaar rendement uit haalt. Zelfs de topman van het bekendste AI-lab noemt de markt een zeepbel. Bij elke bubbel, zegt hij, raken slimme mensen opgewonden over een kern van waarheid.
Wat levert het op?
Die kern maakt de vraag urgent wat AI ons werkelijk waard is. Als de prijzen naar kostenniveau bewegen, valt vanzelf af wat op hype dreef en blijft over wat aantoonbaar iets oplevert. Organisaties die nu al scherp weten welke waarde ze uit AI halen, vangen die omslag op. Wie enkel meedeed omdat het moest, houdt straks een dure rekening en een dun verhaal over. Dat is precies het gesprek dat organisaties nu moeten voeren: niet over wat AI kost, maar over wat het daadwerkelijk oplevert. En dit keer realistisch. Vuur bleef immers niet waardevol omdat het goedkoop was, maar omdat we leerden ermee om te gaan. Laten we die les deze keer sneller trekken.
Reacties
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Word abonnee