Innovatie & Strategie

Governance
data bol

Wordt data delen het nieuwe normaal?

Internationale afspraken noodzakelijk

© Pixabay CC0
27 mei 2020

Er is behoorlijk veel open data over Covid-19 beschikbaar om diverse rapportages en analyses mee uit te voeren. Dat is meer dan nuttig; data helpt immers om beter geïnformeerde beslissingen te nemen. Nu de coronacrisis een nieuwe fase ingaat, is het tijd om opnieuw te kijken naar de manieren waarop deze data gedeeld wordt.

Sinds begin maart dit jaar houdt RIVM een lijst bij met open databronnen (https://www.databronnencovid19.nl/) met verwijzingen naar verschillende websites die over Covid-19 gerelateerde informatie beschikken. Iedereen die daaraan behoefte heeft, mag deze data gebruiken. 

Dat de beschikbaar gestelde data in een behoefte voorziet - op medisch en niet-medisch gebied -  is duidelijk. Ook de overheid wil een eigen dashboard inzetten in de strijd tegen corona. In het kader van de volgende fase van de bestrijding van Covid-19, waarin gaandeweg maatregelen versoepeld of afgeschaft worden, is het nodig dat de ziekteverpreiding op een andere manier in kaart gebracht gaat worden om het overzicht te behouden. Naast de initiatieven rondom smartphone apps, zou je voor een meer gedetailleerd inzicht bijvoorbeeld ook geanonimiseerde data van huisartsenposten, scholen en ziekenhuizen willen gebruiken.

Internationale afspraken

Om een snelle uitwisseling van data binnen dit complexere speelveld te faciliteren, verdient het aanbeveling om – internationale - afspraken te maken over de standaard manier waarop de data gedeeld wordt. Idealiter verzorgt één instantie per land het verzamelen van betrouwbare open databronnen en plaatst deze in een bestand, bijvoorbeeld een .csv-file, dat toegankelijk is voor iedereen die er gebruik van wil maken. Deze opwaarding van de één ster open data (dit is het laagste niveau binnen een vijfsterrenkwalificatiesysteem voor open data), die nu centraal aangeboden wordt, naar twee of zelfs drie sterren biedt twee belangrijke voordelen. Er ontstaat dan een single source of truth (de gepubliceerde data is geverifieerd) en het scheelt de bedrijven die met de datasets aan de slag willen, een hoop tijd. Tijd die besteed kan worden aan het maken van rapportages en analyses en het interpreteren van de uitkomsten.

FAIR-principes

Het uitgangspunt voor data-ontsluiting en validatie zouden de FAIR-principes voor data (Findable, Accessible, Interoperable en Reusable) moeten zijn. Een deel van de data blijft open en vrij toegankelijk, en voor een ander deel worden de data slechts onder bepaalde condities beschikbaar gesteld. Deze FAIR-data worden door de verantwoordelijke overheidsinstantie gecheckt en beschikbaar gesteld op een centrale online plek. Organisaties die toegang willen tot deze data, kan gevraagd worden zich eenmalig te registreren door een e-mailadres in te vullen en een korte vragenlijst over de reden van de aanvraag te beantwoorden. Daardoor ontstaat een beter inzicht in het gebruik en de waarde van data.Tegelijkertijd wordt er een drempel opgeworpen om te voorkomen dat data oneigenlijk worden ingezet en kan worden voorkomen dat gebrekkige analyses leiden tot verkeerde conclusies.

Regiefunctie voor overheid

De overheid kan hierbij een regiefunctie nemen door hoogkwalitatieve data aan te bieden en samen te werken met andere lokale en internationale instanties. Bij de ontwikkeling van een dergelijk platform en het bepalen van de voorwaarden kan de overheid een beroep doen op specialisten vanuit verschillende disciplines, die zich deels al verenigd hebben in bijvoorbeeld de werkgroepen Data Delen bij ECP en bij NL-AIC. Alleen samen kunnen we de puzzel oplossen waarbij veilig en vertrouwd data delen onderdeel wordt van het ‘nieuwe normaal’.

Reactie toevoegen