Innovatie & Strategie

Artificial Intelligence
Kunstmatige intelligentie

Kunstmatige intelligentie vereist menselijke intelligentie

Hoe leidt je kunstmatige intelligentie in goede banen?

© Shutterstock pathdoc
1 juni 2022

Sinds de komst van de personal computer en het internet in de jaren 80 heeft digitalisering de wereld onomkeerbaar veranderd. Een acceptgiro werd een Tikkie, een verjaardagskaart een appje en een walkman werd een smartphone. Technologieën als blockchain en kwantumcomputing hebben grote impact, maar de meest verstrekkende en ingrijpende technologie van het moment is zonder twijfel kunstmatige intelligentie (AI).

Hoewel Alan Turing al in 1936 zijn beroemde test bedacht om te kijken of een machine menselijke intelligentie kan vertonen, maakte het grote publiek pas 25 jaar geleden kennis met AI. Toen versloeg computer Deepblue de ongenaakbare wereldkampioen schaken Gary Kasparov in een tweekamp. In 2006 volgde de uitvinding van diepe neurale netwerken die ‘machine learning’ mogelijk maakte: het vermogen van een computer om te leren van data, zonder vooraf geformuleerde regels. Dit maakt complexere toepassingen mogelijk en inmiddels spreekt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van ‘de nieuwe systeemtechnologie’. Vergelijkbaar met de revolutionaire kracht van elektriciteit en de verbrandingsmotor.

AI is fundamenteel, alomtegenwoordig en onvoorspelbaar. Dat maakt het voor overheden extreem lastig om keuzes te maken, maar is het hard nodig om het in goede banen te leiden. Hierbij zijn drie dimensies van belang.

De eerste dimensie is ethiek. Naast allerlei kansen zijn er genoeg voorbeelden die laten zien dat automatische besluitvorming bepaalde bevolkingsgroepen kan benadelen. Geen technologie is neutraal en ook AI heeft te maken met biases die de werkelijkheid vertekenen. Dit betekent niet dat overheden moeten stoppen met AI, maar wel dat ze de toepassingen beter moeten doordenken (‘by design’) en de beslissingen omkeerbaar moeten maken (‘betekenisvolle menselijke tussenkomst’). Zowel de wethouder die zijn stad slim wil maken als de directeur die zijn dienst wil automatiseren moet begrijpen wat de schaal en snelheid van AI vermag.

De tweede dimensie is fysiek. Hoe onzichtbaar data en algoritmes ook zijn, het gebruik ervan vereist fysieke verbindingen in de vorm van zeekabels, antennes, datacenters en glasvezelnetwerken. Zonder digitale infrastructuur is digitale innovatie onmogelijk en het wordt tijd dat politici hiernaar gaan handelen. Anders zijn Regeerakkoord-ambities als ‘knooppunt van Europa’ en ‘Nederland innovatieland’ lege hulzen.

De derde dimensie is geopolitiek. AI beïnvloedt de mondiale concurrentieverhoudingen en daarom doen Europa en Nederland er goed aan om voldoende te investeren in AI-onderzoek. Hoewel we niet teveel moeten denken in termen van een wedloop is het een feit dat China en de VS momenteel leidend zijn en Europa achterblijft. Naast onze welvaart kan dit onze waarden raken want koplopers bepalen de technologische standaarden en die kunnen schuren met onze rechtsstaat.

Slimme computers vragen om intelligent beleid. Het zou oerstom zijn als we deze opdracht laten liggen.

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (mei 2022). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, zie dan de inhoudsopgave.

Reactie toevoegen
1
Reacties
Erik Bakker 01 juni 2022 17:26

Mooi plaatje bij dit artikel! :)