Development

Software-ontwikkeling
Iedere dag programmeren

Iedere dag programmeren

Word je ook echt beter in programmeren als je het elke dag doet, vraagt Felienne Hermans zich af.

10 september 2020

De ophef du jour op programmeertwitter was deze week een tweet van de verder onbekende Hays Stanford, die trots deelde dat hij dit jaar al 15.000 programmeerbijdrages had geleverd op GitHub. “Waarom programmeren jullie niet zo?”, schreef Standford bij zijn screenshot.

Er zijn allerlei interessante dingen op te merken aan de houding dat 'een echte programmeur' iedere dag moet programmeren. Zo past het bij het beeld dat je alleen een goede programmeur bent als je zo gek bent op programmeren dat je het echt iedere dag wilt doen, en dus ook geen andere hobby’s of interesses hebt. Immers, als je je zaterdag doorbrengt op het hockeyveld, in de voetbalkantine of bij de handwerkclub, dan heb je geen tijd om iedere dag te programmeren. Ten slotte wezen veel programmeurs Stanford op Twitter op het feit dat veel mensen zorgtaken hebben en dus om die reden ook geen tijd hebben om iedere dag te programmeren. Dat zijn natuurlijk veel vaker vrouwen dan mannen, dus het verheerlijken van dit soort gedrag als 'goed' is nou niet bepaald inclusief.

Op zich zijn dit allemaal invalshoeken die belangrijk genoeg zijn om een hele column aan te wijden, maar er is een onderstroom die ik nóg interessanter vind. Aan de basis van 'programmeer jij wel iedere dag?' ligt het idee dat je van meer programmeren een betere programmeur wordt. Is dat wel zo? Zoals vaste lezers weten, liep ik een jaartje geleden mijn eerste marathon, en behalve eeuwige 'bragging rights' houd je aan zo’n marathon ook een perspectief over aan hoe je eigenlijk goed wordt in iets.

Als je een marathon gaat lopen, is het niet bepaald een goed idee om iedere dag een marathon te lopen. Sterker nog, dat is een goede manier om snel een blessure op te lopen en er waarschijnlijk nog sneller genoeg van te krijgen. Je wisselt juist je trainingen af; heel snel maar kort, lange duurlopen op een lager tempo en ook krachttraining om je been- en buikspieren te trainen. Het idee dat verschillende soorten training in combinatie een goede manier zijn om iets onder de knie te krijgen, geldt niet alleen voor sport, maar bijvoorbeeld ook voor het leren bespelen van een muziekinstrument. Van alleen maar iedere dag wat deuntjes spelen, word je niet beter. Uit onderzoek naar topviolisten bleek dat de echte toppers en de middelmatige spelers ongeveer evenveel tijd besteden aan oefenen, maar de toppers deden dat met 'deliberate practice'; ze kozen stukken muziek die ze nog moeilijk vonden, en bleven juist die oefenen tot het beter ging.

Wil je beter worden in programmeren, dan ligt het voor de hand dat je ook veel beter gericht kan oefenen. Tien keer de while-lus in Python, twintig keer de for-lus en nog even een if'je om het af te maken. Daar heeft niemand op GitHub iets aan, maar jij wel.

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (oktobernummer, 2020). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, klik dan hier voor de inhoudsopgave.

Reactie toevoegen