Management

Wetenschap
Vertrouwen in wetenschap houden is hard werken

Vertrouwen in wetenschap houden is hard werken

Zelfs als wetenschapper is het niet zo makkelijk om vertrouwen te hebben in wetenschappelijke resultaten.

Felienne Hermans na het lopen van de marathon van Amsterdam © Felienne Hermans
18 oktober 2019

Komende zondag loop ik hopelijk mijn allereerste marathon uit en al trainend begon ik te reflecteren op vertrouwen in de wetenschap. Misschien lijkt dat een heel ander onderwerp, maar dat is het niet.

Ik heb namelijk op een bijzondere manier getraind voor de marathon, met het sportrustenschema. Waar je in een normaal trainingsschema voor een marathon een paar keer echt lange afstanden traint (25, 30 en 35 km is vrij gebruikelijk), loop je in het sportrustenschema maximaal 14 km achter elkaar. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn: minder trainen en toch goed voorbereid aan de start komen! Dat dacht ik ook toen ik voor het eerst over sportrusten hoorde, maar het blijkt een systeem met de nodige wetenschappelijke onderbouwing; talloze studies hebben aangetoond dat lopers die maximaal 14 km lopen een constanter tempo hebben in de marathon en minder vaak opgeven.

 

En toch loop ik al weken te twijfelen … Kan ik echt 42 km lopen? Hou ik dat vol? Als wetenschapper zeg ik: ja, de data geven aan dat die kans hoog is. Maar mijn onderbuik zegt: wat een dom idee; waarom heb ik toch niet gewoon 35 km geoefend, dan wist ik zeker dat ik het zou kunnen? Dan laat ik natuurlijk even buiten beschouwing dat ik dan wel veel vermoeider zou zijn en dan waarschijnlijk slechter zou lopen op de dag zelf. Met andere woorden, vertrouwen hebben in wetenschappelijke resultaten is zo makkelijk nog niet, zelfs als wetenschapper!

In tijden van een zakkende vaccinatiegraad en boze boeren bij de deur van het RIVM is het belangrijk om je te blijven realiseren dat het lastig is om onderzoek te ‘geloven’. Ten eerste is het niet zo makkelijk om onderzoek te lezen. Ik las in eerste instantie niet de wetenschappelijke papers over de sportrustenmethode, maar ik bekeek vlogs en las een populairwetenschappelijk boek. Daarmee werd mijn interesse gewekt en ging ik pas de onderliggende bronnen leren. Maar de wetenschapsjournalisten die vaak de brug slaan tussen wetenschap en leek worden bij steeds meer kranten wegbezuinigd en vervangen door onderbetaalde freelancers. En van de wetenschappers zelf hoeven we ook niet al te veel te verwachten; blogs en podcasts en vlogs (‘outreach’) worden door universitaire beloningsstructuren als een leuk extraatje gezien en niet als een kerntaak.

Ten tweede zijn wetenschappers ook niet altijd de beste partij om de impact van onderzoek uit te leggen. Twijfelen hoort bij de wetenschap, en elkaars methodes en statistiek bediscussiëren is aan de orde van de dag. Dus een vraag als “maar weten jullie 100% zeker dat er klimaatverandering is?” wordt door een wetenschapper beantwoord met “nou, nee, helemaal zeker weten doen we het niet, maar wel behoorlijk zeker“. De tegenpartij daarentegen weet “echt heel heel zeker” dat de uitstoot van de mens niet uitmaakt. De twijfel die bij het doen van wetenschap zo belangrijk is, is in de communicatie ervan vaak niet effectief, net als mijn twijfel aan de effectiviteit van sportrusten wel goed maar niet zo zinvol is. Zeker niet als er toch niets meer aan te doen is.

Noot van de redactie: Felienne kwam in 4:30:35 over de finish in Amsterdam

 

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (novembernummer 2019). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, klik dan hier voor de inhoudsopgave.

Reactie toevoegen