Management

Carriere
Tweede Kamer

ICT-wereld en politiek hebben elkaar nodig

Meer transparantie ICT zou ook helpen

© Shutterstock,  Wirestock Creators
23 februari 2021

De afgelopen weken is er veel te doen geweest over het ICT-kennisniveau van Kamerleden. En terecht. Niet voor niets nam ik samen met Kathalijne Buitenweg (GroenLinks), Kees Verhoeven (D66) en Jan Middendorp (VVD) het initiatief voor de tijdelijke Kamercommissie ‘digitale toekomst’. Het leidde tot de beslissing van de Kamer – op de laatste dag voor het verkiezingsreces – dat er na de verkiezingen een vaste commissie voor digitalisering gaat komen. Maar de ICT-wereld zal ook zelf een bijdrage moeten leveren aan een goed functionerende democratische controle op digitalisering. Door een veel grotere transparantie aan de dag te leggen.

Hoever moet de Kamer gaan in de ambitie inhoudelijke kennis te hebben van digitalisering en alles wat daarmee samenhangt? Hoe dom mogen we zijn, hoe slim moeten we zijn? Natuurlijk helpt het als er meer mensen met een bepaalde deskundigheid in de Kamer komen. En als je goed zoekt, zul je die ook nu al in de Kamer vinden. Maar er kleeft ook een risico aan.

Nederland is één van de meest digitaal vaardige landen van de Europese Unie. Volgens CBS-gegevens is de helft van de Nederlanders bovengemiddeld ICT-vaardig. Maar we zijn ook het land waar een kwart van de inwoners van 16 tot 65 jaar niet in staat is het basisniveau digitale vaardigheden te halen. We weten uit onderzoek dat de kloof tussen de digitaal vaardigen en zij die dat niet zijn groeiende is. Bovenop de kloof tussen wel- en niet-geletterden.

Debat moet begrijpelijk blijven

Het debat in de Kamer moet inhoudelijk hoogstaand en diepgravend zijn, maar het moet bij voorkeur wel te begrijpen zijn voor alle Nederlanders. Ook voor hen die digitaal minder vaardig zijn. Als het ICT-debat in de Kamer verwordt tot een discours tussen hooggeleerden, dan slaan we als volksvertegenwoordiging de plank mis. Ook domme vragen moeten gesteld kunnen worden en dat geldt niet alleen voor thema’s op het vlak van digitalisering; dat geldt voor alle portefeuilles. We zijn een afspiegeling van het volk, niet een gezelschap nerds.

Het probleem ligt breder. Breder dan enkel de vraag: weten die Kamerleden er wel voldoende vanaf? Bijna elke Nederlander gebruikt een smartphone of een andere ICT-applicatie. En bijna alle Nederlanders leveren hun data ‘gratis’ in om gebruik te maken van ICT-diensten. Slechts weinigen kunnen doorgronden hoe het onder de motorkap van die applicaties en diensten werkt. De kennis daarover begint steeds groter te worden en dat is maar goed ook. Want wat we te weten komen stemt zelden vrolijk. Discriminerende algoritmes, de datahonger van techreuzen, profiling. Alle reden om de democratische controle en regelgeving aan te trekken.

Ook ICT-wereld moet transparanter

Nogmaals: daar heeft de Kamer het been bij te trekken. En de Kamer doet dat ook. Maar tegelijkertijd zal de ICT-wereld ook zélf een been bij moeten trekken. Door te werken aan transparantie, door uit te leggen wat al die technische, digitale toepassingen en innovaties betekenen. Door af te dalen uit hun eigen jargon, eigen taal en uit te leggen, niet alleen aan parlementariërs maar vooral aan hun klanten – de burgers van dit land – wat ze nu werkelijk aan de man brengen. En misschien ook wel: door open source als basisregel te hanteren, zodat de maatschappelijke controle op wat er onder de motorkap gebeurt écht een maatschappelijke optie wordt, ook buiten het parlement. Gespreide verantwoordelijkheid in optima forma.

Met dédain constateren dat Kamerleden niets van ICT snappen, ach dat is altijd waar en ook altijd leuk. Blijf dat vooral doen! Maar ik hoop dat ook de vraag gesteld wordt: wat is realistisch voor een volksvertegenwoordiging om te weten. En welke bijdrage lever ik zélf, als ICT’er of als ICT-bedrijf, aan de transparantie van en democratische controle op mijn werk.

Reactie toevoegen