Management

Governance
Architect

Enterprisearchitect krijgt coachende rol

De solution- en enterprisearchitect moeten beter samenwerken

© Shutterstock
21 november 2017

Enterprise- en solutionarchitecten groeien langzaam maar zeker uit elkaar (zie blog 14 november). Dat komt vooral doordat bedrijfsprocessen complexer worden en IT-systemen om een meer pragmatische aanpak vragen.

Door de kortere horizon van veel IT-projecten wordt de kloof tussen de traditioneel meer strategische enterprisearchitect en de pragmatische solutionarchitect groter.

De eerste vraag die zich opdringt, is of er dan überhaupt nog wel plek is voor de enterprisearchitect, die het grotere plaatje overziet, het IT-landschap in lijn brengt met organisatiedoelstellingen en vooral een langetermijnbril op heeft. Als we steeds meer agile gaan werken, volgt de continuous-deliverymethode met een focus op korte sprints: maar wat is dan nog het bestaansrecht van de enterprisearchitect?

Het paradoxale is dat er juist meer dan ooit behoefte is aan een dergelijke rol. Neem als voorbeeld een gemiddelde grote bank, waar al gauw honderden verschillende systemen in de lucht worden gehouden door honderd verschillende teams. Het is voor deze teams niet te doen om alles op elkaar af te stemmen. Toch is het van wezenlijk belang dat de grote lijnen onderling worden afgesproken en dat systemen op de juiste manier op elkaar worden afgestemd.

Beide partijen dienen hetzelfde doel

Om in deze nieuwe situatie optimaal te kunnen functioneren, is het van belang dat beide architecten hun rol anders gaan invullen en nauwer gaan samenwerken. Voor solutionarchitecten betekent dat het voorkomen dat er iets wordt ontwikkeld dat al aanwezig is of juist niet aansluit bij andere omgevingen. Voor de enterprisearchitect betekent dit dat hij een meer informerende en coachende rol moet innemen. Beide partijen moeten zich realiseren dat ze hetzelfde doel dienen. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het succes van de gehele organisatie.

Strategie

Dit betekent dat een top-downstrategie plaats moet maken voor een middle-outstrategie. En het midden, dat is waar de solution- en enterprisearchitect elkaar de hand schudden. Dat ziet er in de praktijk als volgt uit: nog steeds schetst de enterprisearchitect de architectuur en kaders op hoofdlijnen, en wel organisatiebreed. Aan deze kaders wordt vervolgens vanuit concrete projecten door solutionarchitecten invulling gegeven. Het kan ook zo zijn dat die kaders bijgesteld moeten worden. In het midden, waar solution meets enterprise, moeten beide architecten een beetje naar elkaar toe buigen.

Enterprisearchitect moet oude denkwijzen loslaten

Solutionarchitecten moeten vooral meer naar het grote plaatje kijken dan ze gewend zijn. Bij de enterprisearchitect is het besef nodig dat het belangrijk is om oude denkwijzen los te laten. De enterprisearchitect is van oudsher meer gericht op de beleidsmatige kant van architectuur: als we er maar voor zorgen dat er goede regels zijn waar iedereen zich aan houdt, kunnen we nieuwe systemen daaraan toetsen. Het onbedoelde gevolg was dat enterprisearchitecten nogal eens werden gezien als een scheidsrechter: als een nieuw idee niet paste binnen het beleid, dan werd er al gauw 'nee' verkocht.

Vertrouwen

De middle-outstrategie werkt alleen als er vertrouwen is. De solutionarchitect geeft invulling aan de architectuurkeuzen en verfijnt deze steeds verder. De enterprisearchitect heeft niet meer een dwingende of sturende, maar juist een coachende rol. Hij moet ervoor zorgen dat de architectuurkeuzen in lijn zijn en blijven met de strategische richting.

De volgende aanbevelingen kunnen daarbij helpen:

1. Geef enterprisearchitecten de ruimte en tijd om (deels) betrokken te blijven bij projecten, zodat zij hun coachende rol kunnen innemen (in plaats van die van een scheidsrechter).

2. Geef tegelijkertijd de solutionarchitecten de ruimte en het vertrouwen om invulling te geven aan de nog onbeantwoorde stukken enterprisearchitectuur, zodat zij hun verantwoordelijkheid kunnen nemen.

3. Richt structurele feedbackloops in tussen de verschillende niveaus van architectuur (strategische, tactisch en operationeel) om zo continu te kunnen leren uit de praktijk en anderzijds continu de kaders actueel te kunnen houden.

4. Bekijk meermaals per jaar of de huidige principes, kaders en projectportfolio nog aansluiten bij de actuele wensen van de organisatie.

Uiteraard kan deze verandering niet van de ene op de andere dag plaatsvinden. Idealiter wordt de nieuwe manier van werken geleidelijk doorgevoerd, zodat iedereen kan wennen aan de nieuwe rollen.

Reactie toevoegen