Innovatie & Strategie

Software-ontwikkeling
De hartslag van de oven

De hartslag van de oven

Chris Verhoef legt uit waarom de oven achterliep, maar de wekker niet.

Morse apparaat © CC BY-SA 2.0 - Flickr amboo who?
29 mei 2018

Enige tijd geleden viel op dat de oven achterliep. Dat was meer mensen opgevallen en het haalde zelfs het nieuws. 

Het bleek te komen omdat de netspanning sinds kort 4000ste langzamer is gaan wisselen. De oorzaak van tot zes minuten achterlopen is dat Kosovo en Servië minder aan het grid leveren dan is afgesproken. Daardoor is er een geringe frequentieverlaging ontstaan. De ENTSOE, het European Network of Transmission System Operators for Electricity, gaf aan dat dit nog nooit eerder is gebeurd. Niet zo gek dus dat fabrikanten de 50Hz als maatlat voor de tijd gebruiken voor apparaten zoals ovens en wekkers.

Sommige wekkers liepen niet achter: die synchroniseren met de DCF77. Dat is een radiostation in Duitsland waarop een atoomklok is aangesloten die uitzendt via de 77,5KHz. Het signaal is onmiskenbaar: precies op elke seconde zendt de DCF77 een lange of korte toon uit, of niets: dat is op de 59ste seconde, zodat je weet wanneer de nieuwe minuut begint. Uitzondering is in geval van een schrikkelseconde: dan wordt ook de 59ste seconde ingevuld. De laatste keer dat we dat konden horen was met oudjaar 2016: het 59ste bit werd uitgezonden omdat het jaar een seconde langer duurde.

Lange en korte tonen: dat klinkt als morsecode.

In dit geval is het een binaire code waarbij kort een 0 is en lang de 1 voorstelt, dus met een AD-converter wordt het radiosignaal omgezet van korte en lange tonen naar secondes, minuten, uren, dagen, maanden, dag van de week, welk jaar, zomer-/wintertijd, schrikkelseconde, enzovoort.

Het is dus een andere codering dan de ouderwetse morsecodering, die met korte en lange tooncombinaties letters aanduidt, zoals het overbekende SOS-signaal: drie keer kort, drie keer lang, drie keer kort. Wij gebruiken dus dagelijks een vorm van morse en verrassend genoeg wordt deze vorm van communicatie door het Amerikaanse leger nog steeds als de goedkoopste en meest betrouwbare manier gezien. Zij trainen nog steeds mensen in morsecode. Ook omdat hun vijanden de techniek blijven gebruiken.

Wij gebruiken dus dagelijks een vorm van morse

Om een beeld te krijgen van hoe dat in het verre verleden ging, is een bezoekje aan het Teylers Museum aan te bevelen. Daar is een enorme collectie van wetenschappelijke instrumenten te bewonderen, inclusief heel vroege telefoons en zenders en ontvangers voor marconisten, die draadloze telegrafie bedreven in morsecode.

Het Teylers heeft een zogeheten vonkzender in de collectie, een redelijk simpel ogend toestel dat Marconi heeft bedacht. Niemand realiseert het zich, maar daar ontleent het Duitse merk Telefunken zijn naam aan: verre vonken. Marconisten heten in Engeland ook wel 'sparks', van de vonken dus. En tegenwoordig zit in veel Duitse auto's een zogeheten Funkuhr, inderdaad gevoed door de DCF77.

We vinden het tegenwoordig heel gewoon om overzees te skypen, maar Marconi was de eerste die een morsesignaal van Cornwall naar Signal Hill in Newfoundland wist te krijgen in 1901. Later kreeg hij daar de Nobelprijs voor Natuurkunde voor en staat hij bekend als de vader van de draadloze communicatie. En is hij er nog steeds de hoofdschuldige van dat vele wekkers op tijd afgaan iedere ochtend. 

Nu de oven nog!

Reactie toevoegen