Innovatie & Strategie

Governance
onderwijstechnologie

‘Onderwijstechnologie te veel gepusht door politiek en ICT-branche’

Introductie onderwijstechnologie gaat te langzaam en te gefragmenteerd.

© Pixabay
4 september 2018

Introductie onderwijstechnologie gaat te langzaam en te gefragmenteerd.

De introductie van technologie in het onderwijs in ons land gaat minder snel dan gehoopt. Bovendien is het effect ervan minder dramatisch dan verwacht.

Verder valt op dat de introductie van technologie in het onderwijsdomein vaak gefragmenteerd gebeurt en dat er bij de implementatie van onderwijstechnologie vaak gebrek is aan middelen en ondersteunende programma’s. Bovendien is de technologie ook nog eens niet altijd klaar voor gebruik.

Dit blijkt uit het rapport ‘Het Eeuwige Leren. Over Leren, Technologie en de Toekomst’ van de Stichting Toekomstbeeld der Techniek, waarvan het eerste exemplaar in NEMO is overhandigd aan Marjan Hammersma, secretaris-generaal bij het ministerie van Onderwijs.

Het onderwijsveld moet volgens de samenstellers van het rapport anticiperen op een technologie-gedreven toekomst, het onderwijsstelsel voorbereiden op een permanente leerfunctie en meer lessen trekken uit het verleden.

Wat opvalt is dat de introductie van nieuwe technologie in het onderwijs over het algemeen niet voortkomt uit een vraag van de gebruikers, zoals docenten, leerlingen, ouders of scholen, maar vaak wordt gepusht door politici, bestuurders en technologiebedrijven die een oplossing voor bestaande onderwijsproblemen presenteren. Er is hierbij volgens de Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) onvoldoende aandacht voor de gebruikers. “De implementatie van technologie is niet alleen maar een technologisch vraagstuk, het succes ervan hangt vooral af van menselijk vertrouwen, gedrag en organisatiecultuur”, staat in het rapport.

Voor 2030 digitale onderwijsassistent

STT heeft 66 experts en bestuurders uit het bedrijfsleven, overheid, wetenschap en maatschappelijk middenveld gevraagd welke toekomstverwachtingen ze hebben voor onderwijstechnologie. Men voorziet op korte termijn veel veranderingen in de manier waarop we leren, wat we leren, wanneer we leren en waar we leren. Zo wordt gedacht dat we voor 2030 persoonlijke digitale assistenten hebben die ons langdurig begeleiden en helpen leren. Leerlingen spenderen tegen die tijd meer tijd online dan offline. In 2030 wordt er geen papieren lesmateriaal meer gebruikt en persoonlijke data, over ons slaapritme, dieet en leven, wordt meegenomen in leeranalyses.

Programmeren als standaardvak

Bovendien denken de ondervraagden dat programmeren in het lager en middelbaar onderwijs een standaardvak wordt. De respondenten zijn in het algemeen ook erg optimistisch over de voorspelde technologische veranderingen. Zo denkt driekwart dat technologische ontwikkelingen in 2040 een positieve invloed zullen hebben op het menselijke vermogen om te leren. Onderwijstechnologie – ook wel EduTech genoemd -  zal volgens de bestuurders leiden tot meer personalisering van het leren, een hogere kwaliteit en rendement van leren, meer toegankelijk onderwijs, en een betere aansluiting bij de leefwereld van leerlingen.

Ook doemscenario’s geschetst

De respondenten voorzien echter ook doemscenario’s waarin EduTech leidt tot onpersoonlijk en niet-sociaal onderwijs, een te grote afhankelijkheid van technologie, het verlies van basisvaardigheden, een negatieve gezondheidsimpact en het buitensluiten van mensen. De grootste weerzin is er voor technologie die de rol van mensen of menselijke taken overneemt, zoals de inzet van robots en kunstmatige intelligentie.

Omdat mensen geen computers zijn die met data gevuld kunnen worden, maar leren in een participatief en onafgebroken traject van participatie en interactie, moet onderwijstechnologie maatschappelijk en pedagogisch verantwoord geprogrammeerd worden. Er moet bij de ontwikkeling van de technologie voldoende oog zijn voor maatschappelijke waarden als privacy, autonomie, veiligheid, controle over technologie, menselijke waardigheid, rechtvaardigheid en een balans van machtsverhoudingen. Omdat er weinig richtlijnen zijn voor het gebruik van technologie in het onderwijs is het belangrijk hier een maatschappelijke discussie over aan te gaan, stelt STT. Die discussie zou zich niet moeten beperken tot het onderwijsveld, ook het bedrijfsleven, technologie-ontwikkelaars, wetenschappers en de maatschappij moeten actief meedoen in de discussie hoe technologie moet worden ingezet om leren te faciliteren.

De publicatie van het rapport gaat gepaard met de STT documentaire ‘Leren Leren Leren’, waarin leerlingen, leraren, experts en wetenschappers schetsen wat wij in de toekomst met technologie gaan doen en wat technologie met ons gaat doen.

 

Lees meer over Innovatie & Strategie OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.