Development

Apps
Corona-app

Corona-app is vooral nog uitzoekwerk

Eerste regionale tests corona-app waarschijnlijk pas in tweede helft juni.

© CC0 -Pixabay.com geralt
29 mei 2020

Eerste regionale tests corona-app waarschijnlijk pas in tweede helft juni.

De corona-app - die tegenwoordig een notificatie-app wordt genoemd - krijgt waarschijnlijk in de tweede helft van juni pas een regionale test onder daadwerkelijke gebruikers. Op dit moment wordt nog veel onderzocht, ook qua haalbaarheid en het nut van de app. Daarom wordt in de eerste helft van juni eerst een technische beproeving uitgevoerd, zo vertelde het ontwikkelteam tijdens een informatiesessie voor de pers. 

De overheid hoopt met de notificatie-app het aantal besmettingen van Covid-19 in te dammen. Daartoe wordt anoniem vastgesteld of iemand in nabijheid is geweest van een besmet persoon en of de gebruiker van de app risico loopt om zelf besmet te zijn geraakt. De afgelopen week verschenen al de eerste ontwerpen van de app, en inmiddels is ook de beschrijving van de architectuur gepubliceerd. Later vandaag moet ook de eerste broncode gepubliceerd worden, maar die broncode is alleen nog bedoeld om technische tests te doen om te zien of de gebruikte technieken wel geschikt zijn om de nabijheid vast te stellen.

Dat is ook hetgeen waar het team zich de komende weken mee bezig gaat houden, zo bleek tijdens de informatiesessie. Want veel moet nog worden uitgezocht en onderzocht. Zo is het nog de vraag hoe goed het risico op besmetting vast is te stellen. De GGD stelt nu dat je ongeveer 10 minuten op 1,5 meter afstand van een besmet persoon moet zijn geweest, wil diegene een hoog risico op besmetting lopen. Maar op grotere afstanden is het risico niet 0, verklaart Ron Roozendaal, directeur informatiebeleid bij het ministerie van Volksgezondheid.

"We moeten dus een manier vinden om op basis van een framework te bepalen wat het risico is. Daarom publiceren we ook niet zomaar een app. De vraag is nu of je met deze technologie en parameters precies genoeg een inschatting kunt maken om een zinvolle waarschuwing te geven aan mensen die risico lopen. Daar heeft niemand nog een antwoord op, dus dat moeten we de komende tijd met elkaar ontdekken." 

Het draait niet om afstand

Een veelgehoord kritiekpunt is dat de gebruikte techniek - Bluetooth Low Energy (BLE) - niet gebruikt kan worden om precies vast te stellen wat de afstand tot elkaar is. Maar volgens het ontwikkelteam is dat ook helemaal niet het doel. In plaats daarvan wordt gebruikgemaakt van de signaalsterkte, legt Ivo Jansch, die als technisch architect bij het project betrokken is, uit. "We krijgen twee dingen binnen: het signaal zoals het uitgezonden wordt en het signaal zoals het binnenkomt. Dat kun je vergelijken met wanneer je roept: je weet hoe hard je roept en hoe hard je dat weer terughoort. Trek dat van elkaar af, en je weet ongeveer over welke afstand je praat. Hoe dichterbij iemand is, hoe sterker het signaal is. Hoe verder weg, hoe kleiner het is."

De uitdaging is volgens Jansch om de relatie te bepalen tussen die signaalsterkte en het risico op besmetting. De app hoeft dus ook niet tot op de millimeter precies te weten hoe dichtbij iemand is geweest, maar alleen of het risico op besmetting hoog genoeg is dat een waarschuwing op zijn plaats is. Dat is vergelijkbaar met het manuele contactenonderzoek dat de GGD na een vastgestelde besmetting uitvoert, benadrukt Roozendaal. "Als een besmet iemand op een feestje is geweest, wordt ook iedereen op dat feestje gewaarschuwd, ook al is niet iedereen binnen 1,5 meter afstand geweest."

Maar wat nou als je in een appartementencomplex woont en jij en de buurman een kwartier lang tegen dezelfde muur zitten - ieder aan een kant? Daar kunnen de signaalsterkte en de lengte van het contact ook wat over zeggen, vertelt Jansch. "Als iets op 3 binnenkomt, terwijl het op 10 uitgezonden is, dan weten we al iets meer, bijvoorbeeld of er een muur tussen zit. Daarbij kijken we ook naar de lengte van het contact. Dat zegt ook al iets over het scenario." Bovendien wordt er een optie onderzocht om de app te pauzeren als de gebruiker thuis is met mensen die hij of zij vertrouwt, zoals gezinsleden. In die situaties hoeft een app immers geen risico-inschattingen te maken van nabijheid tot andere mensen. 

Hoe zit het met privacy?

Een ander veelgehoord punt draait om privacy en security. Hoe weet je bijvoorbeeld zeker dat iemand zichzelf niet als besmet aanmeldt, terwijl diegene helemaal niet ziek is? Daar worden waarborgen voor ingesteld, vertelt Roozendaal. "Het is een eis van de GGD dat alleen bevestigde besmettingen ingevoerd kunnen worden in de app. We zoeken nu nog naar manieren om dat te doen. Maar de GGD is nu ook zijn eigen omgeving en ICT nog aan het inrichten."

Mocht iemand zich als besmet aanmelden, dan is dat later echter niet meer terug te vinden. Zo kan de app niet als een soort 'coronapaspoort' gebruikt worden. De bedoeling is dat op geen enkele manier een besmetting aan een persoon gekoppeld kan worden, zelfs niet op netwerkniveau. "We gaan decoys inzetten om te voorkomen dat je aan het netwerk kan aflezen dat er een signaal is uitgezonden over een besmet persoon", aldus Jansch. En ook de IP-adressen moeten verborgen worden voor de app: die worden via een firewall weggehaald. 

Juni is testmaand

Uiteindelijk is het doel van de app om niet zozeer het manuele onderzoek te vervangen, maar er op aan te vullen. Het idee is dat er via de app besmette mensen gevonden worden die normaal gesproken niet waren gevonden, omdat degene die het virus heeft overgedragen de persoon in kwestie simpelweg vergeten was. Of de app dat inderdaad mogelijk gaat maken, wordt de komende maand onderzocht, in twee fases.

De bedoeling is dat er in de eerste helft van juni een technische beproeving komt. Daarbij wordt onderzocht of de app werkt zoals bedoeld. Worden er bijvoorbeeld signalen uitgewisseld als er meerdere telefoons naast elkaar worden gelegd? Detecteert het ook de lengte van de contacten? Is de app voldoende beveiligd? 

Pas als dergelijke vragen beantwoord zijn, wordt er een tweede test uitgevoerd. Het ontwikkelteam plant nu dat die test in de tweede helft van juni plaats gaat vinden. Dan wordt de app onder grotere groepen mensen uitgeprobeerd, om te zien of deze dan ook naar behoren werkt. Waarschijnlijk gaat het dan om regionale tests, al wordt de precieze schaal, locaties en duur van de test nog besproken met onderzoekers van het RIVM en de GGD. 

Wanneer de app helemaal klaar is, is vooralsnog dus niet bekend. Veel hangt ook af van de tests: mocht de gebruikte technologie toch niet toereikend zijn, dan worden andere opties onderzocht. Maar volgens Roozendaal is het wel voorstelbaar dat ze deze zomer een eind zijn gekomen. "Het is natuurlijk geen complexe app. Maar je wil wel dat hij zin heeft. Daar zit de crux. Technologisch kunnen we de app deze zomer best afkrijgen, maar de stappen daarvoor zijn heel belangrijk."

Lees meer over Development OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.