Innovatie & Strategie

Juridische zaken
Apple App Store

Is Apple's App Store een monopolie?

Over die fundamentele vraag buigt het Amerikaanse Hooggerechtshof zich nu.

© Apple
19 juni 2018

Over die fundamentele vraag buigt het Amerikaanse Hooggerechtshof zich nu.

Een langlopende rechtszaak over Apple's machtspositie met zijn App Store voor iOS-apps heeft de hoogste gerechtelijke instantie in de VS bereikt. Het gaat om de 30 procent verplichte commissie die de iPhone-maker oplegt aan alle app-developers, die geen andere keuze hebben voor het aanbieden en distribueren van hun creaties voor iOS. De App Store heeft Apple vorig jaar naar schatting ruim 11 miljard dollar opgeleverd.

De indrukwekkende omzet voor Apple is gebaseerd op cijfers die het bedrijf zelf heeft geopenbaard over de omzet die het heeft gegenereerd voor app-ontwikkelaars. Begin dit jaar heeft de maker van iOS gemeld dat developers in 2017 26,5 miljard dollar hebben verdiend. "Een toename van meer dan 30 procent ten opzichte van 2016", aldus Phil Schiller, Apple’s senior vice-president voor worldwide marketing. Zakenblad Forbes heeft vervolgens de rekensom ingekopt dat Apple dus ongeveer 11,5 miljard dollar heeft verdiend aan apps van derden.

Prijsopdrijving

De Amerikaanse rechtszaak die nu is aangekomen bij het Supreme Court draait om de beschuldiging dat Apple de prijzen van iPhone-apps heeft opgedreven. Dit door de verplichte 30 procent afdracht aan de uitbater van de App Store, plus het verbod op alternatieve distributiemiddelen voor iOS-apps. Google staat voor zijn mobiele besturingssysteem Android wel alternatieve app stores en zogeheten sideloading toe, hoewel dat ook een beveiligingsrisico blijkt te zijn.

Apple verdedigt zich met het argument dat iPhone-gebruikers volgens Amerikaanse antitrustwetgeving niet het recht hebben om deze zaak te voeren. Die consumenten, die in deze gemeenschappelijke rechtszaak worden vertegenwoordigd, zijn namelijk niet de direct betrokkenen. Daarmee grijpt Apple terug naar een antitrustuitspraak van het Hooggerechtshof uit 1977, legt Wired uit. De daaruit voortgekomen Illinois Brick Doctrine stelt dat aanklagen voor antitrustschade niet is toegestaan als je niet de directe koper bent van een goed of dienst.

'Geen app store concurrentie'

Het gaat daarbij om de complexiteit van prijsstellingen en monopolieposities voor achterliggende goederen, zoals bijvoorbeeld brood voor de samenstelling en dan verkoop van sandwiches. Nuance in de huidige zaak Pepper versus Apple is echter dat de beschuldigde firma niet inkoper is van apps bij developers om die dan door te verkopen aan consumenten. De iOS-maker is producent van iPhones en stelt apps voor die smartphones beschikbaar in zijn App Store. Voor dat hosten, distribueren en soms ook promoten in die online-winkel rekent Apple 30 procent van de app-omzet.

De aanklagers stellen dan ook dat Apple geen monopolie heeft op apps, maar op de distributie daarvan. Op een daadwerkelijk vrije markt zouden app stores met elkaar concurreren voor de producten van developers, zo luidt de argumentatie tegen Apple. Deze concurrentie zou dan leiden tot prijspressie en dus een lagere app store tax. Voor Android speelt dit met bijvoorbeeld de concurrerende app-winkel van e-commercegigant Amazon.

Lees meer over Innovatie & Strategie OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.