Overslaan en naar de inhoud gaan

Afgestudeerde informatici steeds kritischer over hun studie aan de TU Delft

Dat blijkt uit onderzoek van het Comité Alumni in Contact onder afgestudeerde of gepromoveerde informatici van de TU Delft, een initiatief van een aantal oud-studenten en de Alumnivereniging van Delftse informatici, Constantijn Huygens. Gisteren presenteerden de onderzoekers de belangrijkste resultaten op een symposium.
Tech & Toekomst
Shutterstock
Shutterstock

Johan Op de Coul, een van de initiatiefnemers van het onderzoek en in 1984 afgestudeerd bij professor Brussaard: "Ik kwam op het idee toen een hoogleraar tegen mij zei dat hij wel eens zou willen weten waar zijn afstudeerders terecht zijn gekomen. Sindsdien is het bij mij gaan borrelen." De bekendste alumni zijn waarschijnlijk Roel Pieper en professor Maarten Looijen die veel hebben bereikt in het bedrijfsleven, respectievelijk op het gebied van beheer. Maar zij waren niet de enigen: in de afgelopen twee decennia studeerden er ruim 1600 informatici af aan de Delftse Universiteit. Slechts 8 procent daarvan was vrouw. De meeste informatici (633) studeerden af in de periode 1990 tot en met 1994, daarna liep het aantal fors terug naar 160 tussen 2000 en nu. Opleiding Veruit de meeste alumni hebben voor de studie gekozen vanuit eigen interesse in het vakgebied. Op afstand volgen de motivaties ‘loopbaan’ en ‘technische aspecten’. Nog geen 10 procent van de ondervraagden besloot Informatica te gaan studeren vanwege de bedrijfskundige aspecten of omdat Informatica hun hobby is. Opvallend is het verschil tussen mannen en vrouwen; laatstgenoemden noemen ‘loopbaan’ veel vaker als motivatie dan mannelijke alumni (respectievelijk 44 en 9 procent). De alumni hadden de afgelopen twintig jaar keuze uit 21 afstudeerrichtingen. Veruit de populairste afstudeerrichting is Databases, al loopt de populariteit hiervan de laatste jaren fors terug. Andere veel gekozen afstudeerrichtingen zijn Organisatie van de informatievoorziening, Toepassing van informatiesystemen en Kunstmatige intelligentie. De laatstgenoemde afstudeervariant is vooral de laatste jaren in opmars. De onderzoekers hebben de alumni ook ondervraagd over de waardering van de studie. De meeste informatici waren erg te spreken over de theoretische achtergrond van de opleiding. Verder vinden zij dat de studie voldoende wiskunde bevat en goede keuzemogelijkheden biedt. Laag scoort de bijdrage die de opleiding heeft geleverd aan de persoonlijke vorming. Ook de score voor praktische vaardigheden valt relatief laag uit. Dit geldt zeker voor de alumni die de schoolbanken nog niet zo lang geleden hebben verlaten. Vond 70 procent van de lichting die in 1985-1989 afstudeerde de studie nog breed genoeg, onder de alumni van na 2000 is dat aandeel gedaald tot 28 procent. Het vakgebied Informatiesystemen werd door bijna 60 procent van de ondervraagden genoemd als meest waardevolle vak voor hun latere werk. Het vak wordt op respectabele afstand gevolgd door Technische en toegepaste informatica, Organisatiekunde en Bedrijfskunde. Bedrijfskunde en Organisatiekunde worden het vaakst genoemd als gemist vak, gevolgd door Client server en Economie. Vaardigheden De opleiding heeft er volgens de alumni grotendeels voor gezorgd dat zijn beschikken over competenties als omgaan met cijfers, nauwkeurigheid, zelfstandigheid en vakkennis. Daarbij moet worden opgemerkt dat vakkennis bijna net zo vaak wordt opgedaan op het werk. De opleiding scoort bijzonder laag op het gebied van werken in teamverband, plannen en organiseren, flexibiliteit, leiding geven en communicatieve vaardigheden. Laatstgenoemde vaardigheden zijn vooral verworven in de praktijk. Maar liefst 70 procent van de ondervraagden vindt dat communicatieve vaardigheden onvoldoende aan bod komen tijdens de studie. Wel is er in de loop der jaren een lichte afname te zien van 78 procent voor de groep van voor 1985 tot ruim 60 procent voor de groep van na 2000. Ook plannen en organiseren en leidinggeven springen eruit als het gaat om gemiste competenties tijdens de studie (respectievelijk 53 en 55 procent). Ook bij de beoordeling van de competenties die voldoende aan bod kwamen is een verschil zichtbaar tussen de verschillende groepen alumni. De zeer hoge beoordeling voor voldoende aanbod van vakkennis - 90 procent in 1985-1989 - loopt elke periode van vier jaar terug tot nog maar 55 procent voor de alumni van na 2000. De onderzoekers noemen dit een ‘zorgelijke ontwikkeling’. Een andere zorgelijke ontwikkeling is het verschil tussen de groepen als er gekeken wordt naar welke keuze de alumnus nu zou maken met betrekking tot de studie. Bijna driekwart van de ondervraagden zou weer voor dezelfde studie aan de TU Delft kiezen, als hij of zij het over mocht doen. Dat aandeel was voor de alumni van voor 1985 nog 80 procent, terwijl dat voor de groepen na 1995 terugzakt naar zo’n 60 procent. Over de jaren genomen zou18 procent gekozen hebben voor een andere studie en 6 procent voor dezelfde studie maar niet aan de TU Delft. Loopbaan De meeste alumni zijn direct na de studie aan het werk gegaan. Dat geldt zeker voor de lichtingen die tussen 1995 en 1999 afstudeerden; daarvan ging maar liefst 87 procent direct aan de slag. Daarbij heeft ongetwijfeld het afschaffen van de militaire dienstplicht een rol gespeeld. Sinds begin jaren negentig kwam het reizen steeds meer in trek. De afgelopen vier jaar besloot maar liefst 16 procent van de pas afgestudeerden eerst te gaan reizen voordat er aan de carrière wordt begonnen. Het belangrijkste motief voor de keuze van de eerste baan is de inhoud van de functie. Maar liefst 45 procent van de ondervraagden noemt dit motief, gevolgd door de ervaring die men heeft bij het bedrijf waarvoor men heeft gekozen (20 procent) en de werkkring (13 procent). Inkomen speelde voor de alumni van voor 1985 nog een aanzienlijke rol (15 procent) en lijkt voor de groep vanaf 2000 weer terug te komen als motief (11 procent). De geografische ligging van de werkgever waar de eerste functie wordt uitgeoefend spelt nauwelijks een rol van betekenis bij de keuze (2 procent). Veel afgestudeerde informatici zijn begonnen als programmeur of systeemontwerper. In de loop der jaren is een verschuiving opgetreden naar consultancy, met een piek in de periode 1995-1999 (28 procent). Hierna nam het aandeel van de systeemontwerper weer toe. Verder blijkt uit het onderzoek dat de alumni steeds korter dezelfde baan houden. Bleef de lichting van voor 1985 gemiddeld 6,9 jaar dezelfde functie uitoefenen, voor de groep van na 1990 was dat gedaald naar gemiddeld 3,7 jaar. De alumni zijn voornamelijk terechtgekomen bij werkgevers in de automatiseringsbranche, al loopt de populariteit van deze branche sterk terug na 2000, door de opkomst van de overheid als werkgever. De categorie overige dienstverlening loopt gestaag terug van 25 procent voor 1985 naar nog geen 10 procent voor afgestudeerden uit 2000 of later. Bedrijven in de financiële dienstverlening zijn de afgelopen jaren steeds aantrekkelijker geworden als werkgever. Veel afgestudeerde informatici blijven het vak trouw. 42 Procent van de respondenten is werkzaam in de organisatorische aspecten van de ICT, bijvoorbeeld als consultant, informatieanalist of informatiearchitect. Ruim 20 procent heeft momenteel een technische functie, zoals programmeur of systeemontwerper. 18 Procent van de alumni heeft een leidinggevende functie in de ICT, slechts 5 procent heeft een leidinggevende functie buiten het vakgebied. 3 Procent is een eigen bedrijf begonnen. De alumnus die als programmeur is gestart, blijft in het algemeen korter dan twee jaar in deze functie. Ook informatieanalisten en organisatieadviseurs stromen relatief snel door naar een andere functie. Informatiearchitecten, onderzoekers en systeemontwerpers blijven gemiddeld langer in dezelfde functie. Van de informatiearchitecten blijft 31 procent zelfs langer dan zes jaar in dezelfde functie. Veel alumni werken in een organisatie met veel ICT-personeel; bijna de helft komt terecht in een organisatie met meer dan 100 ICT’ers, waaronder ook de grote softwarehuizen gerekend moeten worden. 12 Procent werkt in een organisatie met 50 tot 100 ICT’ers en een even groot percentage werkt voor een organisatie met maximaal 5 ICT’ers. De rest heeft een werkgever met 5 tot 50 ICT’ers in dienst. De meeste alumni (80 procent) hadden direct werk na het afstuderen, 15 procent was meer dan drie maanden werkeloos na de studie. Ruim 70 procent heeft nooit te maken gehad met werkeloosheid, terwijl bijna 20 procent langer dan drie maanden werkeloos was. Overigens heeft 88 procent van de alumni er vertrouwen in dat ICT een vakgebied is dat recht van bestaan zal blijven houden. Conclusie Hans Stol, lid van het organisatiecomité Alumni In ConTact 2004, heeft de uitkomsten van het onderzoek geanalyseerd. "In de loop van de tijd is de arbeidsmarkt voor de ICT’er duidelijk veranderd en wellicht mede daarom ook de inhoud van de opleiding. Een van de trends die ik zie is dat ICT steeds meer een integraal onderdeel is van de bedrijfsvoering. Dat valt overigens niet op te maken uit de loopbanen van de alumni. Verreweg de meesten blijven in de ICT-branche werkzaam, al dan niet in een leidinggevende functie." Stol merkt op dat de inpassing van ICT-toepassingen in de organisatie een belangrijk onderdeel van vakken als informatiesystemen, organisatiekunde en bedrijfskunde is. Veel alumni geven ook aan dat zij deze vakken als zeer nuttig hebben ervaren. "Ik ben dan ook van mening dat uit ons onderzoek blijkt dat de opleiding te veel in de richting gaat van verkokering. De nadruk ligt te veel op smalle disciplines die op toepassingen zijn gericht, terwijl de focus zou moeten liggen op een brede ICT-opleiding met ruime aandacht voor de inpassing van ICT-oplossingen in de praktijk." Hij trekt deze conclusie op basis van een drietal uitkomsten. "Ten eerste blijkt uit de enquête dat de brede vakken het meest worden gewaardeerd. Ten tweede worden steeds meer competenties, ook op het gebied van de inhoud van het vak, in toenemende mate in de praktijk opgedaan in plaats van tijdens de opleiding. En tot slot duiken er juist bij de latere lichtingen relatief veel spijtoptanten op."

Lees dit PRO artikel gratis

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

  • Toegang tot 3 PRO artikelen per maand
  • Inclusief CTO interviews, podcasts, digitale specials en whitepapers
  • Blijf up-to-date over de laatste ontwikkelingen in en rond tech

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in