Soevereiniteit vraagt geheugen
In het debat in de Tweede Kamer over de overname van Solvinity door Kyndryl en de gevolgen voor DigiD vielen een aantal zinnen van het kabinet op. Ze klinken op het eerste gezicht redelijk. ‘We willen de markt niet verstoren’, ‘Er is nog geen volwaardig alternatief’, ‘We kunnen geen Europese Google bouwen’ of ‘De overheid mag bedrijven niet uitsluiten’. Het klinkt voorzichtig, juridisch zuiver en bestuurlijk beheerst. Maar historisch klopt het niet.
De dominante positie van Amerikaanse technologiebedrijven is namelijk niet het resultaat van spontane marktwerking alleen. Silicon Valley is gevormd in een periode waarin de Amerikaanse overheid technologie expliciet als strategisch instrument inzette. Na de Tweede Wereldoorlog werd technologische superioriteit gezien als voorwaarde voor nationale veiligheid. Het Department of Defense groeide uit tot de grootste technologie-inkoper ter wereld. Universiteiten kregen federale onderzoeksbudgetten. Startups ontvingen opdrachten. Risico’s werden door de staat gedragen. De overheid trad bewust op als eerste klant. Zij wachtte niet tot er een volwassen alternatief was. Zij creëerde het.
Soevereiniteit is geen technisch project. Het is een bestuurlijke keuze.
Brenno de Winter
Microchips waren aanvankelijk duur en beperkt toepasbaar. Netwerktechnologie was experimenteel. Het vroege internet was een militair onderzoeksinstrument, geen commerciële snelweg. Toch werd er ingekocht. Omdat afhankelijkheid op lange termijn strategisch kwetsbaar maakt.
Dat is industriebeleid. En het werkte. Er ontstonden bedrijven als Oracle, Google, Cisco Systems, Sun Microsystems, SGI, Intel of Hewlett-Packard (HP). Die ontwikkelden met overheidsopdrachten, eerste afnames en technologieën ARPANET, waaruit het internet voortkwam. Google ontstond als onderzoeksproject aan Stanford, deels gefinancierd via NSF-programma’s (National Science Foundation). Die onderzoeksbudgetten waren weer onderdeel van bredere federale investeringsprogramma’s in informatietechnologie.
Geen alternatief
Tegenover die geschiedenis klinkt het argument dat er ‘nog geen Europees alternatief’ is opmerkelijk passief. Alternatieven ontstaan zelden vanzelf op een vrije wereldmarkt waarin schaal en kapitaal al geconcentreerd zijn. Ze ontstaan wanneer een overheid bereid is tijdelijke onvolwassenheid te accepteren om structurele afhankelijkheid te voorkomen. Precies dat deed de Amerikaanse overheid. En de Tweede Kamer wees er ook op: de bedrijven zijn er, maar krijgen de opdrachten maar niet.
Dan het argument dat we geen Europese Google kunnen bouwen. Dat is waarschijnlijk juist. Maar soevereiniteit vereist ook geen kopie. Het vereist controle over essentiële infrastructuur. Het vereist dat kritieke data en publieke dienstverlening niet structureel onder extraterritoriale wetgeving vallen, zoals de Amerikaanse Cloud Act of FISA 702. Dat is geen technologisch detail. Dat is een bestuurlijke afweging over zeggenschap.
Aanbestedingsrecht
Het aanbestedingsrecht wordt daarbij vaak opgevoerd als beperking. De overheid mag bedrijven niet uitsluiten. Correct. Maar aanbestedingen mogen wel eisen stellen aan juridische zeggenschap, toepasselijk recht en volledige vrijwaring van niet-Europese invloed. De overheid mag eisen dat zij niet afhankelijk wordt van rechtsordes waar zij geen democratische controle over heeft. Dat is geen discriminatie op nationaliteit. Dat is een eis aan afdwingbare autonomie.
Ondertussen vloeien jaarlijks miljarden euro’s uit Europese publieke budgetten naar Amerikaanse technologiebedrijven. Een deel van die middelen wordt via fiscale constructies onttrokken aan de Europese belastinggrondslag. Dat betekent dat publieke middelen niet alleen strategische afhankelijkheid versterken, maar ook economische waarde uit het Europese ecosysteem trekken. De afhankelijkheid is daarmee zowel juridisch als financieel.
De kernvraag is dus niet of de markt verstoord mag worden. De kernvraag is of Europa bereid is strategische keuzes te maken, zoals de Verenigde Staten die decennialang hebben gemaakt. Technologische dominantie ontstaat niet uit neutraliteit. Die ontstaat uit richting en langdurige investering.
Wie wacht tot de markt een alternatief aanbiedt dat net zo goedkoop, schaalbaar en gevestigd is als de huidige machtsposities, kiest feitelijk voor voortzetting van afhankelijkheid.
Soevereiniteit is geen technisch project. Het is een bestuurlijke keuze.

Reacties
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Word abonnee