Overslaan en naar de inhoud gaan

Nederland heeft onvoldoende invloed op digitale EU-regelgeving

Bij de voorbereiding van Europese regelgeving rond digitalisering zitten er wel Nederlandse vertegenwoordigers aan tafel, maar de deelname is relatief oppervlakkig en in veel gevallen niet structureel. Ook zijn er maar weinig Nederlandse organisaties bij betrokken. Daardoor mist Nederland de kans een agendabepalende rol te spelen.

visual van een buis gemaakt van enen en nullen met bij de uitgang de Europese sterren van de vlag. Uit de buis stromen meer enen een nullen
© Shutterstock.com

Dit beeld komt naar voren uit de eerste 'exploratieve inventarisatie' van de manier waarop Nederlandse publieke organisaties meedoen in Europese overleggen over digitalisering. TNO voerde dit onderzoek uit in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het is een momentopname van eind 2025 en er is meer nodig om vast te stellen waar daadwerkelijke impact ontstaat en welke mechanismen effectieve beïnvloeding mogelijk maken.

Voor het rapport Navigeren door Europese digitalisering zijn 1.038 ‘verbindingen’ geanalyseerd en zijn de contacten van 252 Nederlandse organisaties met 82 Europese overlegorganen in kaart gebracht. TNO concludeert dat de samenwerking breed maar dun is: circa 66 procent van de verbindingen is ‘sporadisch’, dat wil zeggen hooguit twee keer per jaar, en slechts ongeveer 6 procent is intensief of structureel. Aanwezig zijn bij overleg zegt op zich weinig, oordeelt TNO. Bij incidentele deelname draait het vooral om zichtbaarheid en vroege signalering van beleidsinitiatieven. Echte invloed ontstaat pas bij frequent contact, samenwerken aan voorstellen en meewerken aan de ontwikkeling van standaarden.

De verdieping wordt vooral geremd door:

  • capaciteitstekort,
  • kennisverlies door roulatie/externe afhankelijkheid,
  • gebrek aan overzicht,
  • onduidelijk mandaat en
  • gebrekkige coördinatie.

Overigens zijn er voorbeelden waarin Nederland wel agendabepalend is, zoals op het terrein van geodata, vertelt TNO-onderzoeker Gijs van Houwelingen. “Dit is altijd al een sterk datagedreven sector geweest. Veel partijen kennen elkaar en er is al vroeg is begonnen met digitaliseren. Het is duidelijk dat het Nederlandse GeoNovum inziet dat Europa belangrijk is. Bovendien is er in Nederland een hele sterke basis met een uitgebreid ecosysteem. Dan zie je dat de vertegenwoordigers in het Europees overleg ook echt kunnen halen en brengen.”

Meer regie nodig

Volgens Van Houwelingen komt uit het onderzoek duidelijk naar voren dat de Nederlandse publieke sector zich beter moet organiseren om echt aan tafel te zitten. “Het hangt nu nog te vaak af van persoonlijke initiatieven. Meer regie zou goed zijn, bijvoorbeeld op het niveau van een ministerie. Waar liggen de prioriteiten en waar moeten we bij zijn? Voordat je erachter komt hoe de hazen lopen, moet je eerst weten waar de hazen zitten.”

Een gebrek aan capaciteit om mensen regelmatig naar bijeenkomsten en workshops te sturen, ziet hij deels ook als het organiseren van meer efficiëntie. Nu gaan er vanuit elk werkveld specialisten naar specifieke bijeenkomsten, vaak zonder onderlinge afstemming. “Als jij en ik allebei de trein naar Brussel nemen, gaat er veel tijd verloren. Er kan ook één persoon gaan en afspreken de volgende dag even bij te praten.”

Geen enkele lidstaat domineert

De vergelijking van de participatie van Nederland ten opzichte van andere landen was geen expliciet onderdeel van het onderzoek. Toch kwam in de gesprekken die TNO voerde met de Nederlandse organisaties wel de vraag aan de orde wat er te leren valt van andere landen. Van Houwelingen concludeerde daaruit dat geen enkel land echt breed de boventoon voerde in de overlegorganen. Vaak hebben landen wel specifieke onderwerpen waarin zij zich manifesteren. “Ik was zelf wel benieuwd naar de rol van het ministerie van Digitalisering dat ze tegenwoordig in Duitsland hebben. Maar we zagen nog niet dat daaruit een veel sterkere regiefunctie is ontstaan. Als het gaat om aanwezigheid maakt het natuurlijk wel een verschil of je een grote lidstaat als Duitsland of Frankrijk bent.”

Hij ziet het nu gepresenteerde onderzoek vooral als een foto, waarbij eigenlijk een film nodig is om mensen in de organisaties de informatie te geven waar ze behoefte aan hebben. “Dit onderzoek is een eerste aanzet voor meer regie, maar eigenlijk moet je op regelmatige basis hier de thermometer insteken.” Met de kabinetswisseling is er te veel aan het schuiven om zekerheid te krijgen of dat vervolg er ook komt. “Het moet echt wat meer uitgekristalliseerd zijn voordat men weer in staat is om verder te kijken.”

Reacties

Om een reactie achter te laten is een account vereist.

Inloggen Word abonnee

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in