De zaak was in maart 2008 aangespannen door Mirror Worlds, een bedrijfje dat is opgericht door hoogleraar David Gelernter van de Yale-universiteit. Hij beschuldigde Apple ervan gepatenteerde vindingen te hebben gebruikt in drie producten: Time Machine voor het automatisch maken van back-ups, het zoekgereedschap Spotlight en de grafische techniek Cover Flow, die onder meer in het muziekprogramma iTunes is opgenomen.
Een juryrechtbank in Tyler (Texas) gaf Gelernter in september 2010 gelijk. Apple zou voor elk van de drie vermeende patentschendingen 208,5 miljoen dollar moeten betalen. Het totale bedrag van 625,5 miljoen dollar was een van de grootste schadevergoedingen die ooit in een patentgeschil werd toegekend.
Mirror Worlds heeft geen solide bewijs geleverd Apple verzocht rechter Leonard Davis zijn definitieve vonnis op te schorten en de zaak nog eens goed te bekijken. Het bedrijf maakte er mede bezwaar tegen dat het “drievoudig gepakt” zou worden door de boetes. Davis is nu tot de slotsom gekomen dat het oordeel van de jury tekortschiet. Mirror Worlds heeft geen ‘solide basis’ gelegd die volgens de Amerikaanse wet vereist is om patentschending aan te tonen. Op zichzelf zijn de octrooien van Gelernter wel valide, meent de rechtbank.
Rechter Davis zegt in zijn vonnis met zoveel woorden dat de advocaten van Mirror Worlds de jury met een aantrekkelijke presentatie zand in de ogen hebben gestrooid, terwijl bewijs in feite ontbrak. Los daarvan is er volgens de rechter onvoldoende ondersteuning voor de geclaimde schade.
Reacties
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Word abonnee