Europa vergrijst en software is het antwoord
Europa vergrijst. De uitgaven aan zorg en pensioenen lopen op, terwijl de beroepsbevolking in 22 van de 27 EU-lidstaten naar verwachting gaat krimpen. Steeds minder werkenden dragen de rekening van steeds duurdere voorzieningen. Vinden lidstaten geen nieuwe manieren vinden om economische groei te stimuleren, dan moeten we de staatsschuld verhogen, bezuinigen op publieke voorzieningen, of allebei.
Hoe realiseer je groei met een krimpende beroepsbevolking? Een voor de hand liggend antwoord is software, al een generatie lang onze belangrijkste productiviteitsmotor. Daar komt voorlopig geen verandering in.
Een eigen software-industrie
Maar doet het er dan toe of die software Europees is of niet? Zeker wel. Gezien het economische klimaat, de vergrijzing en geopolitieke instabiliteit heeft Europa eigen technologische oplossingen nodig om haar economische onafhankelijkheid te waarborgen.
'Waar het Europese aanbod nog tekortschiet, ligt juist een kans om samen te ontwikkelen'
- Simon Paris
Europa loopt achter op de VS en China, maar dat betekent niet dat de software-race al verloren is. Kijk naar Airbus. Europa besloot ooit collectief dat een eigen vliegtuigindustrie strategische prioriteit had, tegenover gevestigde spelers als Boeing. Zo’n wedloop is ons dus niet onbekend.
Sectoren als life sciences, defensie, automotive en lucht- en ruimtevaart achten we cruciaal voor onze economische veiligheid. Daar investeren we naar. Bij software ontbreekt dit nog, terwijl de ingrediënten er liggen: een hoogopgeleide beroepsbevolking, vrij verkeer van personen en technologische infrastructuur van wereldklasse. Wat mist, is het besef dat onze software-industrie op termijn net zo strategisch essentieel is. Zolang we ons dat niet realiseren, wegen bij inkoop van technologie vooral tijd, kosten en kwaliteit mee. Die criteria sturen inkopers al snel een richting op waarin een Europees alternatief zelden wordt overwogen.
Een andere vergelijking
Als organisaties Europese technologie vergelijken met Amerikaanse of Aziatische concurrenten, mag dat niet alleen een kwestie van kosten en functionaliteit zijn. Bij Airbus was de vraag niet wie op dat moment het betere vliegtuig bouwde, maar of Europa die capaciteit zelf wilde hebben. Datzelfde geldt nu voor software.
Dat betekent overigens niet dat functionaliteit er niet toe doet. Waar het Europese aanbod nog tekortschiet, ligt juist een kans om samen te ontwikkelen. Bij een Europese partij die nog niet alle functionaliteiten biedt, bouw je mee aan welke jij nodig hebt.
Tijd om te bouwen
Als we Europese technologiebedrijven willen bouwen die wereldwijd concurreren, zijn structurele veranderingen nodig. Initiatieven zoals EU Inc zijn een stap in de goede richting, maar we moeten verder durven gaan. Er zijn concrete doelen die we binnen drie tot vijf jaar al kunnen bereiken:
- Niet ‘Europa eerst’, maar ‘ook Europa’. Neem Europese leveranciers mee in aanbestedingen en werk samen om gaten in hun aanbod te dichten.
- Publieke sector als eerste investeerder. Herinvesteer belastinggeld in Europese bedrijven.
- Weg met frictie. Het tempo in de AI-sector vraagt om betere regelgeving rond arbeidsrecht, bedrijfsoprichting en consistente belasting- en subsidiestelsels.
- Samen sterker. Breng de versnipperde Europese kapitaalmarkten samen en zorg voor fiscale prikkels, zodat investeerders lokaal technologietalent makkelijker kunnen steunen.
- Pak je rol. Van overheden tot investeerders en ondernemers: iedereen kan iets meer risico nemen, iets ambitieuzer zijn en het tempo iets opvoeren. Naar de VS en China kijken maakt Europa niet concurrerend. Moedig concurrentie aan.
De demografische verschuiving die op ons afkomt, laat ons weinig keus. Willen we onze voorzieningen behouden, zonder oplopende schulden of bezuinigingen, dan is onze eigen Europese software-industrie het antwoord. Maar daarvoor moeten we wel meer risico nemen en de concurrentie opzoeken.
Reacties
Om een reactie achter te laten is een account vereist.
Inloggen Word abonnee