Innovatie & Strategie

Netwerken
IoT is geen hype, het werd gehyped

IoT is geen hype, het werd gehyped

Bij de IoT-voorspellingen drie jaar geleden werd volledig voorbij gegaan aan de menselijke factor.

18 oktober 2018

Ronkende koppen in het nieuws drie jaar geleden: in 2020 zijn er 50 miljard devices gekoppeld aan het internet. Dat zouden niet alleen de laptops en smartphones zijn, maar de groei zou vooral zitten in slimme apparaten als wasmachines, wearables of koelkasten. Het internet-of-things zou leveranciers, bedrijven en consumenten enorme kansen gaan bieden.

Drie jaar later kunnen we constateren dat in 2020 geen 50 miljard slimme apparaten aan het internet verbonden zullen zijn. Berichten over implementaties van meer dan 10.000 devices zijn op een hand te tellen. Internet-of-things was een hype, zeggen sceptici.

Ecosysteem

Wat zij vergeten is dat het internet der dingen een netwerk is, een ecosysteem van oplossingen die allemaal moeten kloppen. Onderdelen van de puzzel beginnen steeds beter te werken, maar het aan elkaar koppelen – het leggen van de puzzel – blijft nog achter. Nieuwe technologie moet worden gemaakt, protocollen moeten er komen en dat moet allemaal over landsgrenzen heen worden ontwikkeld. Zeker bij IoT is dat laatste een vereiste. Een LoRa-netwerk ontwikkelen is goed, maar een LoRa-netwerk alleen in Nederland is maar in een beperkt aantal cases voldoende.

De puzzel komt wel af, we komen ooit wel aan die 50 miljard apparaten, maar het kost tijd, veel meer tijd. Drie jaar geleden werd dat volledig genegeerd. Technologie groeit exponentieel is de consensus. Moore’s law ligt ten grondslag aan de ‘50 miljard’-koppen. En dat is ook terecht: de rekenkracht is enorm toegenomen in de afgelopen 10 jaar. Geen lineaire curve meer. En daardoor wordt technologie steeds kleiner, sneller en goedkoper.

Blokkerende factor

Maar waar aan voorbij gegaan wordt bij die voorspelling is dat die technologie wel geïmplementeerd moet worden. En dat moet door mensen gebeuren. Het gaat er niet eens alleen om dat er mensen met kennis voor nodig zijn, maar de technologie moet ook worden toegepast in processen waar mensen nog steeds een hoofdrol spelen. Een blokkerende factor is meestal de mens zelf.

Het gave van internet-of-things is dat de fysieke werkelijkheid en de digitale werkelijkheid steeds meer met elkaar verweven raken. We kunnen steeds beter inzien wat er gebeurt in de fysieke wereld en daardoor steeds efficiënter gebruik maken van resources, kosten besparen of nieuwe mogelijkheden creëren.

Maar hoe het ervaren wordt, is dat er technologie komt die de mens gaat  controleren. De gebruiker heeft het gevoel dat Big Brother meekijkt. . En stiekem vind iedereen een beetje in de luwte werken wel prettig: de schuld van een vertraging bij de koerier leggen houdt de relatie goed, maar met volledige openheid in de supply chain valt dat smoesje weg en moet je met de billen bloot.

Technologie moet zijn weg vinden bij de gebruiker. Dat aspect is helemaal genegeerd bij alle voorspellingen over IoT. Hou bij een IoT-project daarom ook rekening met een gebruiker. Neem hem bijvoorbeeld mee in het waarom in het traject. Koppel er een positieve feedback aan: bij succes krijgt hij een bonus. Maak het hem gemakkelijker zijn werk goed te doen. En wees ook eerlijk over de nadelen. Want elke medaille heeft twee kanten. En zo zullen we stapje voor stapje die enorme hoeveelheid rekenkracht steeds beter gaan benutten. Op naar die 50 miljard!

Lengkeek op IT-Deepdive

Ben je op zoek naar een nuchtere blik op internet-of-things en wil je de zin van de onzin kunnen scheiden? Jurjen Lengkeek is een van de sprekers van IT DeepDive van AG Connect. Hij spreekt over IoT: disillusionment of enlightment?.
Meer informatie over IT DeepDive of aanmelden, kan hier.

Reactie toevoegen