Loopbaan

Carriere
onderwijs

De rubrificatie van het onderwijs

Hoe vaag mag een programmeeropdracht zijn?

28 juni 2022

Als huiswerk aan het einde van mijn mastervak over het ontwerp van programmeertalen gaf ik als opdracht om zelf een programmeertaal te bedenken. En er zaten leuke tussen, van een betere versie van Python door concrete veranderingen aan de werking van dictionaries tot een geheel nieuwe user interface die drag and drop combineert met tekst. Maar sommige studenten hadden het ook moeilijk, één student vulde als antwoord in: “This assignment is very vague and it is not clear wat is expected of me."

Ik merkte dat dit antwoord me irriteerde. Ik zei er zelfs wat over bij het volgende college: “Tsja, het echte leven is ook vaag en het is vaak niet zo duidelijk wat er van je verwacht wordt.” Dat is natuurlijk tegelijk én heel waar, én een heel vervelend antwoord voor een student. Veel studenten zitten in de collegezaal om punten te halen, zeker buitenlandse studenten die veel collegegeld betalen en vaak onder grote (tijds)druk staan om hun diploma te halen. Die willen dus dat het kraakhelder is hoe ze een voldoende voor het huiswerk scoren en we komen ze daarin vaak tegemoet met rubriks die uitleggen hoe er gescoord zal worden. Bijvoorbeeld: voor een voldoende moet je minstens drie eigenschappen van een programmeertaal noemen, die innovatief zijn of een innovatieve combinatie vormen. 

Die rubriks dienen meerdere doelen. Ze zijn bedoeld om het nakijken door docenten eerlijker te maken. Ook geven ze studenten duidelijkheid over wat er moet worden ingeleverd. Ik begrijp die doelen en ik vind het, zeker op het voortgezet onderwijs, vaak een hele fijne manier van met leerlingen communiceren.

Maar op een bepaald niveau, bijvoorbeeld in een mastervak van een academische opleiding, moet je studenten en docenten ook de vrijheid geven om opdrachten te maken waarbij het aankomt op het inzicht van de student en van de docent of er aan de opdracht voldaan is. Ik heb in dit vak dus ook geen rubriks.

[Voor SPO: onderstaande post kunnen we niet in print gebruiken ivm copyright. Daarom in overleg met Feliene de volgende tekst voor print gebruiken:

Terwijl ik hierover aan het peinzen was, zag ik een heerlijke inzending op Instagram. meester_mark plaatste een afbeelding van de manier waarop 12-jarige Siebe de opdracht om een eigen stripverhaal te maken had opgelost: Siebe tekende een een v'tje met daarboven "Er was eens een vogel", dan twee, dan drie etc, met als verhalend element dat het vogeltje steeds een nieuw vriendje erbij krijgt, tot het een groep was.]

Terwijl ik hierover aan het peinzen was, zag ik deze heerlijke inzending op Instagram.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

A post shared by Meester Mark (@meester_mark)

Nu zal ik hier ook huiswerk opgeven: bedenk een rubrik waarbij deze leerling zakt voor de opdracht. Alle voor de hand liggende opties rekenen dit wel goed: op ieder vakje moet een tekening of een tekstje, alle tekeningen moeten anders zijn, er moet een spanningsopbouw in zitten, het zit er allemaal in!

Tsja, moet dit dan toch een voldoende zijn…? Dat is aan de docent, die de leerling kent en weet of dit een Jantje van Leiden is, of een heel goed gelukte grap.

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (juni 2022). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, zie dan de inhoudsopgave.

Reactie toevoegen
3
Reacties
Pietertje 08 juli 2022 13:31

Veel opdrachten zijn vaag omdat een goed geformuleerde vraag meestal ook heel veel prijsgeeft over het antwoord. Gisteren zag ik nog een vraagstuk over "een klant verbruikt 12000 stuks per jaar en werkt in een 2 ploegenstelsel. de producent werkt in 3 ploegen, hoeveel stuks moet die produceren per week?"

Ik vind dat geen goed vraagstuk: werkt de producent 5 of 7 dagen met 3 ploegen? produceert hij enkel voor die klant of voor meerdere? zit er een chip in (dan kun je het wel vergeten)...

Wil je mensen uitdagen om creatief te zijn, neem dan geschikte opdrachten. Niet "bedenk een programmeertaal". Wat is het toepassingsgebied? Web? IOT? Low-level machinesturing of functioneel? De wereld is niet eenvoudig...

Bop 30 juni 2022 21:07

Waar gaat dit over?
'Roebikzen'?

Oh, die kubus.

Herwich Hobbelen 28 juni 2022 15:08

Mevr Hermans maakt een aantal essentiële denkfouten. (1) dé randvoorwaarde (en het verschil met de maatschappij/werkelijkheid) in het onderwijs luidt: je moet een bepaalde score (een 6) halen om te slagen. En ook nog binnen bepaalde tijdsgrenzen. De maatschappij kent geen 'treshold' in die specifieke vorm, die op de voor het onderwijs kenmerkende manier gehanteerd wordt. Dagelijks valt in de krant te lezen hoe bedrijven of de regering haar doelstellingen niet haalt, maar zonder die specifieke gevolgen cq consequenties die het onderwijs hanteert. En deadlines worden met schering en inslag overschreden waarbij zelden een vorm van 'halt' gehanteerd wordt. Die 'halt' (u mag niet door naar de volgende ronde) wordt meestal hooguit gehanteerd wanneer de wet of gedragscode (ernstig) overtreden wordt.
(2) Hermans zegt: "Maar op een bepaald niveau, bijvoorbeeld in een mastervak van een academische opleiding, moet je studenten en docenten ook de vrijheid geven om opdrachten te maken waarbij het aankomt op het inzicht van de student en van de docent of er aan de opdracht voldaan is". Als ergens aan voldoen moet worden, dan impliceert dat een norm. En dus wil de student of leerling, terecht, weten wat die norm is.
(3) Hermans noemt een voorbeeld van een 'kraakheldere' norm: "voor een voldoende moet je minstens drie eigenschappen van een programmeertaal noemen, die innovatief zijn of een innovatieve combinatie vormen". Maar hier is niets kraakhelders aan. Tenzij kraakhelder geformuleerd wordt: wat is innovatief? Ik wens mevr Hermans veel succes met deze formulering.
(4) Universiteiten kennen/hebben toetskaders waarin (helder) geformuleerd wordt waaraan een opleiding moet voldoen. Zo ook mbt toetsing. Een van de meest gebruikte woorden in deze luidt: transparant. Rubrics zijn veelal niet transparant. En het achterwege laten van een rubric (of welke toetsnorm en vorm dan ook) is het tegenovergestelde van transparantie.
Last but not least: een docent staat voor een leken-publiek met een gelegitimeerde en geïnstitutionaliseerde vorm van autoriteit. Daarmee is de docent op (minstens) twee manieren onaantastbaar hetgeen een gigantisch verschil is met de maatschappij/werkelijkheid. (1) het verschil in kennis of expertise tussen de docent en het publiek is dermate groot dat het publiek niet in staat is macht uit te oefenen op de docent (door bijv een andere docent te kiezen, of hem op de vingers te tikken). (2) In het verlengde: de autoriteit van de docent maakt de docent onaantastbaar. Universiteiten kennen weliswaar vakevaluaties. Maar die worden achteraf afgenomen. En het publiek is dan al vertrokken en daarmee heeft het voor dat publiek weinig betekenis meer. In geval van een publiek dat onderhavig is aan de leerplicht, is de autoriteit van de docent een nog veel grotere factor, en zodanig dat deze elders nergens in maatschappij te vinden is. En dus mag de docent zich niet verbeelden dat deze situatie overeen komt met 'het echte leven' noch dat de student zich in een 'authentieke' (een overschat buzzwoord) omgeving bevindt, ook niet wanneer de student een vrije opdracht krijgt.