Innovatie & Strategie

Privacy
architect

Architectuur en ethiek

Vertrouwen staat op een gedeelde eerste plaats met privacy

© Shutterstock
19 april 2018

Vertrouwen is de waarde waar architecten het meest mee in aanraking komen in hun werk. Dat is de uitkomst van een open vraag, gesteld op een conferentie over architectuur en ethiek (DYA-dag 2018).

Vertrouwen staat op een gedeelde eerste plaats met privacy. Een verrassende uitkomst. En een die vragen oproept. Hoe zit dit precies? Betekent het dat architecten het vertrouwen van de directie nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen? Dat architecten meer moeten durven loslaten? Dezelfde deelnemers geven aan dat architectuur een belangrijke bijdrage kan leveren aan vertrouwen (4.4 op een schaal van 5).

Meer dan genoeg aanleiding om me eens te verdiepen in het begrip vertrouwen. En ik merk meteen twee zaken op: er zit meer in het woord vertrouwen dan op het eerste gezicht lijkt. En als je er op let, kom je het woord vertrouwen overal tegen.

Complexiteit

Vertrouwen is nodig op het moment dat er geen verdere reductie van risico mogelijk is en iemand daardoor kwetsbaar wordt. In haar (absoluut aan te raden) boek Ethical IT innovation (2016) ontleed Sarah Spiekermann het begrip vertrouwen. Ze bespreekt een aantal mechanismen waarmee vertrouwen in systemen kan worden gebouwd. Een daarvan is system evidence. Dit betreft de wijze waarop een systeem is ontwikkeld en bevat aspecten als veiligheid, betrouwbaarheid, transparantie en gebruiksgemak. Maar ook de mate waarin een systeem zich ‘normaal’ gedraagt, dat wil zeggen, op een manier die je verwacht. Vertrouwen komt echter niet alleen door de wijze waarop een systeem is ontwikkeld. Daarnaast spelen heel andere zaken een rol. Zoals bijvoorbeeld evidence of file, de mate waarin de interactie met het systeem in de loop der tijd consistent en betrouwbaar blijft. Of evidence of frame, dat gaat over hoe een systeem anderen behandelt of wat anderen verklaren over de betrouwbaarheid van een systeem. Denk bijvoorbeeld aan de beoordelingen van hotels op boekingsites. 

Te veel vertrouwen

Twee koppen op een willekeurige woensdag in de onlineversie van het Financieele Dagblad: ‘Afgevaardigden: Zuckerberg verdient vertrouwen niet’ en ‘Consumentenvertrouwen mobiel betalen laag’. Het gaat hier duidelijk over een gebrek aan vertrouwen. Maar moeten we eigenlijk wel naar maximaal vertrouwen streven? Er kan ook te veel vertrouwen zijn. Onlangs hoorde ik op de radio bij het achtergrondnieuws dat er in 2017 meer ongelukken waren gebeurd bij vliegtuiglandingen. Een verklaring die hiervoor geopperd werd, was dat piloten inmiddels zoveel vertrouwen hebben in de automatische piloot, dat ze niet meer adequaat handelen als er iets misgaat. Wat moeten we hiermee? Op kleinere schaal vraag ik me wel eens af of we als burgers niet te gemakzuchtig worden. Als er niet een bordje ‘gevaarlijk’ staat, gaan we ervan uit dat het veilig is. Maar is het niet beter om in plaats van overal waarschuwingen te zetten, mensen te stimuleren om te blijven nadenken? En waar ligt dan precies de grens?

Verantwoordelijkheid

In bovengenoemde mini-enquete werd de deelnemers ook gevraagd welk woord als eerste bij hen opkomt als ze denken aan architectuur en ethiek. Het antwoord: verantwoordelijkheid. Dat stemt dan weer optimistisch. De discussie over ethiek in het algemeen, en vertrouwen in het bijzonder, is namelijk duidelijk geen gemakkelijke. Zodra je iets dieper doordenkt komen de complexe vragen boven: hoeveel vertrouwen is gewenst? Wat is er nodig om vertrouwen waard te zijn? Een gevoel van verantwoordelijkheid is een eerste vereiste om deze discussie serieus te gaan voeren.

Reactie toevoegen