Loopbaan

Carriere
digitale geletterdheid

Wordt ook als IT’er rolmodel voor de klas

Wat kun je doen nu het vernieuwde curriculum op zich laat wachten?

© Shutterstock Monkey Business Images
20 juli 2022

Wat kun je doen nu het vernieuwde curriculum op zich laat wachten?

Het belang van les in digitale geletterdheid in het primair onderwijs wordt met de sterk digitaliserende wereld steeds groter. Maar het vak heeft nog altijd geen vaste plek in het curriculum en leerkrachten hebben zelf ook niet altijd de vaardigheden om ze over te brengen op kinderen. IT’ers kunnen hierbij helpen.

Digitale geletterdheid bestaat uit vier verschillende domeinen: ICT-basisvaardigheden, computational thinking, informatievaardigheden en mediawijsheid. Nederlandse kinderen in het primair onderwijs zijn hier echter nog geen echte uitblinkers in. Volgens de Monitor Digitale Geletterdheid PO van ECP uit november 2021 scoren de kinderen gemiddeld een 6 op een schaal van 10 – net voldoende dus. Bovendien blijken de onderlinge verschillen groot: scholen met 75% of meer achterstandsleerlingen in het primair onderwijs scoren gemiddeld slechts een 5,1.

“De scholen missen allemaal een doorlopende leerlijn”, zegt Jelmer Schreuder, arbeidsmarktexpert bij branchevereniging NLdigital, hierover. Aan die doorlopende leerlijn – die dus begint in het primair onderwijs en doortrekt naar het voortgezet onderwijs – wordt wel gewerkt, maar de ontwikkeling is pas net gestart en voor 2025 is de leerlijn nog niet volledig geïmplementeerd. Toch ziet Schreuder juist hier al wel ruimte voor een bijdrage vanuit de sector: “Wij willen heel graag met het ministerie [van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, red.] samenwerken om een mooi curriculum op te bouwen. De behoefte hier wat aan te doen zit diep in de sector. Met name bijvoorbeeld onder ouders, die snappen niet dat hun kinderen daar geen fatsoenlijk onderwijs in krijgen.”

Doekje voor het bloeden

Maar in 2025 is het voor veel kinderen al te laat, aangezien zij het (primair) onderwijs dan al verlaten hebben. Gelukkig heeft minister Wiersma voor Primair en Voortgezet Onderwijs in mei dit jaar bekendgemaakt dat kinderen in het primair en voortgezet onderwijs versneld les krijgen in digitale vaardigheden, om de basisvaardigheden te verbeteren. En ook vanuit de IT-sector kan nu al een bijdrage geleverd worden.

Eén optie is natuurlijk om gastlessen te geven, maar daar is Schreuder niet direct fan van. “Dat is nu, met alle respect, vaak een doekje voor het bloeden”, aldus NLdigital-arbeidsmarktexpert Schreuder. “Daar wordt het heel versnipperd van en de één weet ook niet wat de ander onderwezen heeft. Dan krijg je dubbelingen of dingen die niet op elkaar aansluiten.” Volgens Schreuder werken gastlessen dan ook vooral als een hele module door dezelfde IT’er gegeven kan worden. Een andere optie is om in te zetten op het bijscholen van leerkrachten of door bij te dragen bij de pabo’s. “Als we dit op scholen willen krijgen, dan moeten leerkrachten het wel kunnen onderwijzen.”

Daar ziet ook Shirley de Wit veel heil in. De Wit werkt nu als IT'er en behaalde eerder al een master in computer science, wat ze combineerde met een master wetenschapscommunicatie. Al tijdens haar afstuderen deed ze onderzoek naar IT in het onderwijs, namelijk naar het vertrouwen wat leerkrachten hebben in hun programmeervaardigheden. Daarna ging ze bij VHTO - expertisecentrum genderdiversiteit in bèta, techniek en IT - werken als projectmanager en gaf ze programmeerworkshops aan zowel kinderen als leerkrachten.

“Aan de ene kant is het heel goed om gastlessen aan kinderen te geven, want het is hele specifieke kennis die je over moet brengen. Maar je probeert ook als IT’er zonder onderwijsachtergrond om iets bij te dragen. Daardoor maak je didactisch of qua lesinhoud niet altijd de meest verstandige keuzes”, legt ze uit. “Het trainen van leraren werkt denk ik beter, omdat je kunt kijken wat de behoefte is binnen de school. Leerkrachten kunnen bijvoorbeeld heel goed leren om het te combineren met een ander vak. Ze kunnen bijvoorbeeld leren een digitaal component te combineren met een vak dat ze al geven. Denk aan geschiedenis, waarbij kinderen zelf door te programmeren een geschiedenisverhaal digitaal weergeven."

Bovendien hoeven de lessen helemaal niet ingewikkeld te zijn. “In de onderbouw kun je superleuke lessen geven met Bee-Bots. Dat zijn robots met maar een paar knopjes, waarmee je hem kunt programmeren.” IT’ers kunnen leerkrachten over dergelijke dingen informeren en ze aanleren hoe het werkt.

Toch kan het volgens De Wit ook wel nut hebben om als IT’er af en toe ook voor de klas te staan. “Als je niet aan een stereotype beeld voldoet, kan dat een grote invloed hebben op wat jij komt laten zien. Je kunt het beeld over IT’ers onder kinderen veranderen.”

Zaadje planten

Hoewel kinderen met een paar gastlessen nog niet echt digitale vaardigheden aanleren, kunnen dergelijke bijdragen wel nuttig zijn. Ze kunnen kinderen namelijk wel enthousiasmeren voor het werkveld, en dat is waar organisaties als JINC zich op richten. JINC is een non-profit organisatie die zich inzet voor gelijke kansen. Zij richten zich specifiek op kinderen die opgroeien in een omgeving met veel werkloosheid en minder rolmodellen. Kinderen van 8 tot 16 jaar maken via programma’s van JINC kennis met allerlei beroepen, zodat ze ontdekken welk werk bij hen past. Sinds 2019 is er ook een programma rondom digitale vaardigheden, dat kinderen uit groep 5 tot en met 8 gegeven wordt. Digitale Vaardigheden is een programma van vier lessen, ontwikkeld samen met stichting Future NL. Daarvan worden twee lessen gegeven door de docent, die door JINC inhoudelijk op zijn taak wordt voorbereid. Tijdens de andere twee lessen komen professionals naar de klas.

“We vinden het belangrijk voor de kinderen dat er mensen uit het IT-werkveld komen, want dan zien ze ook welke banen er zijn. Ook kunnen zij als geen anders kinderen meenemen in de wereld van IT en werk en fungeren zij daardoor echt als rolmodel. Op deze manier gaat het meer leven voor de kinderen”, vertelt JINC-projectmedewerker Sarah Elbers over het programma. “Het leuke is dat kinderen in het begin geen idee hebben wat er aan robots en computers om hen heen is. En dan opeens bedenken ze zich dat een wasmachine in feite ook een robot is en dat die zijn werk doet, omdat wij het instructies geven. Wij willen ze leren welke rol techniek speelt in hun dagelijks leven én ontdekken dat de IT-sector hen later heel veel kansen geeft op een baan.”

Van IT’ers wordt hiervoor in ieder geval gevraagd dat ze twee keer een uur vrij maken om de lessen te geven, zodat kinderen wel twee keer dezelfde IT’er zien. Hoe vaak je meedoet, bepaal je zelf. Dus het hoeft een druk werkschema niet echt in de weg te zitten.

Vooral als inspiratie

Tijdens het programma leren kinderen een aantal digitale vaardigheden aan. De focus ligt daarbij op Computational Thinking en een onderdeel daarvan is een eigen gameprogrammeren in Scratch. “We zouden wel tien keer langs willen komen om ze dat te leren. Maar de lessen zijn ook bedoeld ter inspiratie en een kennismaking met Digitale Vaardigheden voor de docenten. De lessen van FutureNL zijn goed toegankelijk en makkelijk zelf te geven. Het liefst komen we ieder jaar terug om de lessen te geven, zodat we per leerjaar dieper in kunnen gaan op het onderwerp en de kinderen met zo veel mogelijk rolmodellen in aanraking komen.”

Vier lessen zijn natuurlijk niet voldoende om kinderen echt de basis van digitale vaardigheden aan te leren. Maar de lessen zijn wél een goed middel om kinderen te laten zien dat iedereen IT’er kan worden, vertelt Nicole van Rij van Informed Group, een partner van JINC. “Wij zijn een middelgrote consultancy organisatie en alle lagen van de maatschappij zijn bij ons vertegenwoordigd. De ​​consultants die werkzaam zijn binnen onze organisatie zijn zowel de personen die op de privéscholen hebben gezeten als die een jeugd hebben doorgemaakt waarvoor deze initiatieven zijn ontwikkeld. Hierdoor krijgt de IT’er ​ook binnen onze organisatie in allerlei vormen en kleuren gestalte. Er kan dus een blonde jongen voor de klas staan, of iemand met een Surinaamse of Marokkaanse afkomst. Het zouden je buren kunnen zijn. Dat is​ de kracht van het concept; rolmodellen uit jouw eigen omgeving creëren.”

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (juli-augustus 2022). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, zie dan de inhoudsopgave.

Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.