Management

Governance
Annemarie Jorritsma

‘Wij gaan niet mee met het gehuil uit de markt’

In de begroting van EZ meer geld voor ICT-onderzoek

Annemarie Jorritsma © Shutterstock Dutchmen Photography
20 september 2001

Het ministerie van Economische Zaken is de spin in het ICT-web van de overheid. De begroting voor het komende jaar van het ministerie van Economische Zaken is er één van bestendiging als het gaat over automatisering en digitalisering: geen testament voor een volgende minister, maar het doorgeven van lopende dossiers.

EZ krijgt geen extra middelen om doelstellingen uit de Digitale Delta te realiseren, en daar had minister Jorritsma ook geen behoefte aan. “Het geld gaat direct naar die plaatsen waar het nodig is. Er gaat meer geld naar informatiseringsprojecten in het onderwijs en bijvoorbeeld ICT-onderzoek. Daar heb ik van harte aan meegewerkt.”

Nederland moet in de ambitie van de overheid vooroplopen als het gaat om digitalisering. Bovendien heeft de ICT-sector de economie de afgelopen jaren flink op sleeptouw genomen. Inmiddels is de wind gedraaid: bijna de helft van alle faillissementen betreft ICT-bedrijven en omzetten en aandelenkoersen van ICT-dienstverleners en telecombedrijven zijn in een vrije val geraakt. Is de tijd niet aangebroken voor gerichte steunmaatregelen van EZ?

“Nee, we gaan niet de fout herhalen die we indertijd in de scheepsbouwsector hebben gemaakt. We zetten het economisch beleid voort zoals we dat de afgelopen jaren gevoerd hebben, inclusief geplande investeringen. We gaan niet mee met het gehuil uit de markt. Het is onzin dat het slecht gaat met de sector. Het gros van de bedrijven die over de kop gaan mogen dan dotcom-bedrijven zijn, zij maakten ook het merendeel uit van de nieuw opgerichte bedrijven. Die nieuwe bedrijven, maar ook bestaande bedrijven, werden flink overgewaardeerd op de beurs. Natuurlijk is de balans nu te ver doorgeslagen naar de andere kant, maar die komt uiteindelijk wel weer in het midden uit.

ICT wordt nog steeds belangrijker, dat is niet veranderd. Bovendien hebben we wel degelijk veel extra’s gedaan voor de sector. We helpen hem zelfs om zijn problemen met de arbeidsmarkt op te lossen. We hebben heel veel geld gespendeerd aan projecten die de arbeidsmarkt breder moeten maken. Iets waar de ICT-sector zelf in eerste instantie niet veel werk van maakte. Dat heeft de overheid nooit voor andere sectoren gedaan.”

Desondanks is het tekort aan ICT’ers en informatiedeskundigen op de arbeidsmarkt niet opgelost. De respons op acties als ‘Kies exact’ is minimaal en onlangs nog signaleerden onderzoekers in het rapport ‘E-commerce en de factor arbeid’ dat de situatie op de arbeidsmarkt de economische groei in gevaar kan brengen.

“We onderkennen dat probleem en daarom wordt er ook meer geïnvesteerd in het onderwijs. Het is zaak de investeringen goed te volgen, zodat ze goed besteed worden. Je ontkomt er niet aan dat er ook geld gaat naar de salarispositie van leraren, maar de investeringen moeten er ook toe leiden dat het onderwijs structureel versterkt wordt. Ook voor tal van gewone beroepen is kennis van ICT onontbeerlijk. Op de universiteiten worden daarom ook IT-componenten in studieprogramma’s geïntegreerd. Voor het basis- en voortgezet onderwijs zijn er speciale programma’s.

Maar als je wilt dat er meer mensen voor techniek kiezen, zal er een mentaliteitsomslag moeten plaatsvinden. Ouders kiezen er nog steeds voor hun kinderen naar het HBO of de universiteit te sturen. Als ze kunnen vermijden dat hun kind naar VLBO of MBO moet, dan doen ze dat ook. Er moet meer waardering komen voor technische beroepen en dat betekent dat er een verschuiving moet komen in salariëring. Het marktmechanisme werkt niet goed. Het is toch belachelijk dat een journalist meer verdient dan een loodgieter, terwijl er volop journalisten te krijgen zijn en er een tekort is aan loodgieters. Maar ik geloof dat uiteindelijk de arbeidsmarkt dat zelf oplost. De bedrijven zijn bijvoorbeeld creatief genoeg om bijvoorbeeld gamma- en alpha-afgestudeerden om te scholen.”

In het actieplan de Digitale Delta werd geconstateerd dat Nederland op zich goed is in ICT-onderzoek maar dat de basis daarvoor uiterst smal is. Voor het komende jaar is meer geld uitgetrokken voor onderzoek, maar de universitaire wereld klaagt dat het fundamenteel onderzoek steeds meer onder druk komt door toegepast onderzoek voor het bedrijfsleven.

“Dat is niet terecht. Vergeleken met andere Europese landen, en zelfs met de meeste andere landen in de wereld, gaat hier relatief de grootste som publiek geld naar fundamenteel onderzoek. Ik sta niet negatief tegenover extra middelen voor ICT-onderzoek, maar dat hoeft niet per se ‘nieuw geld’ te zijn. Er moet ook gekeken worden of er geen onderzoek wordt gedaan dat nergens toe leidt. We hebben hier een soort status quo-situatie waarin elke faculteit een bepaald bedrag voor onderzoek krijgt. Dat maakt dat de universiteiten nauwelijks de aandrang voelen om nieuwe prioriteiten te stellen. Minister Hermans van onderwijs en ik gaan die geldstroom dan ook eens tegen het licht houden.

Het onderzoek van de verschillende universiteiten was bovendien erg versnipperd. Ze wisten niet van elkaar waar ze mee bezig waren, zoals bleek uit vervolgonderzoek van de Commissie Risseeuw. In de voorbereiding van ICES-KIS, waarin straks geoordeeld moet worden in welke gebieden van de kennisinfrastructuur extra geïnvesteerd zal worden, hebben we de technische universiteiten en diverse bedrijven ertoe aangezet samen te werken. In de context van de Task Force ICT en Kennis zijn die partijen met elkaar gaan praten en zijn ze gekomen tot gemeenschappelijke strategische keuzes als het gaat om toekomstige onderzoeksterreinen. Om daarin op het gebied van ICT- onderzoek werkelijk iets voor elkaar te krijgen, moet je je als overheid fors inzetten. Als we dat aan de universiteiten en de individuele bedrijven hadden overgelaten was er niets van terecht gekomen.”

De basis van de kennisinfrastructuur zijn de netwerken die bedrijven en burgers daar toegang toe moeten geven. Partijen als ISOC wijzen op het belang van een breedbandaansluiting voor alle woningen en de rol van de overheid hierbij. De Tweede Kamer heeft de motie Hindriks aangenomen waarin u wordt opgedragen het initiatief hiertoe over te nemen als de markt er niet in slaagt alle huizen aan te sluiten. Dat laatste lijkt onhaalbaar. Gaat de overheid in het glas?

“De overheid zal zeker zelf geen infrastructuur aanleggen. Bovendien geloof ik niet dat er glasvezel naar iedere woning hoeft. Glasvezel is niet de enige oplossing voor breedbandinternet. De markt zal goedkopere oplossingen bedenken. Er zijn initiatieven om de kabel breedbandiger te maken, ADSL wordt uitgerold en straks krijgen we GPRS en UMTS. Wel gaan we ervoor zorgen dat onze diensten zoveel mogelijk breedbandig worden aangeboden. Daarvoor zijn we met pilots bezig.

Het punt is dat er nog nauwelijks diensten zijn voor snel internet en welke burger wil er nu betalen voor een breedbandaansluiting als er geen diensten zijn. We hebben nog nooit een infrastructuur aangelegd als we dachten dat niemand er gebruik van zou maken. Voordat we een nieuwe weg aanleggen moet het met de files toch eerst de spuigaten uitlopen. Ik weet zeker dat wanneer er voldoende breedbanddiensten zouden zijn bij wijze van spreken morgen een snelle infrastructuur zou liggen.”
De relatie tussen de overheid en het MKB verloopt nogal stroef. Uit een recent onderzoek blijkt dat 60 procent van de kleine- en middelgrote ondernemers steen en been klaagt over de administratieve lastendruk.

“Ik betreur het dat we er in de afgelopen kabinetsperiode niet in geslaagd zijn de druk naar beneden te krijgen. In tijd omgerekend zijn MKB’ers per jaar twee tot drie weken kwijt aan het bedienen van de overheid. Dat staat al sinds ‘94 op de kabinetsagenda maar het onderwerp had de eerste jaren een te hoog vluchtigheidsgehalte. Er zijn wat wetten en regels afgeschaft om de verplichtingen omlaag te brengen, maar er zijn weer evenveel nieuwe bijgekomen. We hebben daarom een systeem van nulmetingen ingevoerd waarbij per onderwerp en ministerie wordt gemeten hoeveel administratieve lasten ze veroorzaken. Daaruit blijkt dat 80 tot 90 procent van de lasten voor rekening komt van de fiscus en het sociale verzekeringsstelsel.

De minister van EZ kan niet bepalen dat een ander ministerie minder administratieve last moet veroorzaken, maar we spelen wel een rol als het gaat over zaken als de inzet van ICT om die lastendruk te verminderen en het automatisch aanleveren van gegevens. We hebben dan ook de kar getrokken bij de ontwikkeling van de Elektronische Heerendienst waarbij samen met het bedrijfsleven een systeem is ontwikkeld om de gegevensvraag te standaardiseren en automatiseren. Die EHD moet er toe bijdragen dat de administratieve lastendruk met een kwart omlaag kan. De functionele specificaties zijn nu gereed en in oktober gaat een productie-pilot van start.”

Het MKB loopt ook nog niet warm voor internetgebruik ondanks de uiteenlopende acties van EZ.“We kunnen het MKB nu eenmaal niet dwingen. We kunnen de bedrijven alleen vertellen dat ze, als ze niet doen wat nodig is, buiten de boot vallen. We hebben overigens recent 50 miljoen gulden extra vrijgemaakt voor nieuwe doelgerichte acties en het intensiveren van projecten die al goed lopen, zoals de projecten via de brancheverenigingen. Zo worden de secretariaatsmedewerkers opgeleid om als helpdeskmedewerker voor de leden te functioneren. Het Telematica-instituut werkt aan een project met ‘application service providers’ en aan een platform voor e-marketplaces. Voor alle initiatieven van EZ op het gebied van ICT geldt dat we proberen om voorwaarden te scheppen waarmee bedrijven de vruchten kunnen plukken van ICT.”

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!