Management

Datamanagement
Kadaster

Waarom IT-bedrijven wereldwijd meekijken met het Nederlandse Kadaster

'Inmiddels 10 petabyte aan data'

Frank Tierolff © Kadaster,  Kadaster
4 maart 2021

'Inmiddels 10 petabyte aan data'

Zo’n dertig jaar geleden registreerde het Kadaster vrijwel alles op papier. Inmiddels beheert de organisatie bijna 10 petabyte aan data. Overheden en bedrijven van over de hele wereld kijken mee hoe de organisatie te werk gaat met onder meer kunstmatige intelligentie, pointclouds en image generation. Voorzitter raad van bestuur Frank Tierolff vertelt over de nieuwe digitale uitdagingen.

Veel mensen kennen het Kadaster als de organisatie die precies weet wat van wie is en waar de grens van jou en je buurman loopt. Maar onder de motorkap is het Kadaster een snelgroeiend databedrijf. De organisatie registreert alles op en onder de grond, zoals woningen, wegen, leidingen en de rechten daarop. Naast de rol van registreren, beheert het Kadaster ook de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Landelijke Voorziening Waardering Onroerende Zaken (LV WOZ). De data van het Kadaster worden door particulieren, bedrijven en overheden gebruikt voor besluitvorming.

10 petabyte aan data

“Rechtszekerheid bieden, zo kun je onze taken het beste samenvatten”, aldus Frank Tierolff, die in 2020 voorzitter raad van bestuur werd, nadat hij jarenlang als directielid opdrachtgever was voor IT-gerelateerde zaken. Momenteel beheert het Kadaster zo’n 160 open datasets, die in 2020 meer dan 20 miljard keer werden bekeken, ruim 6 miljard meer dan een jaar eerder. Met zulke cijfers lijkt het Kadaster niet onder te doen voor menig internetplatform. “Het verwerken en delen van al deze data vraagt natuurlijk enorm veel performance. We hebben nu zo’n 3 á 4  petabyte aan data. Omdat we al onze data twee keer hebben gedupliceerd, praat je toch al over zo’n 10 petabyte. Onder de motorkap zijn we een databedrijf.”

IT-agenda

IT werd voor het Kadaster door de jaren heen steeds belangrijker. “We hebben een sterk IT-gerelateerde agenda”, legt Tierolff uit. “In 2018 hebben we ons primaire coresysteem voor de kadastrale registraties vervangen. In tweeënhalf jaar tijd ontwikkelden we een nieuw systeem, waarop we met een ‘big bang’ binnen één dag overschakelden: Kadastrale Objecten en Rechten Systeem (KOERS).” De vernieuwing was nodig omdat het systeem technisch en functioneel op een dood spoor zat, er weinig programmeurs nog kunnen werken met programmeertaal COBOL en omdat er bij het Kadaster steeds meer complexere rechtsfeiten werden ingediend, waardoor registreren steeds meer moeite kostte. “Mede dankzij strakke scrum-agilemethodiek lukte het om binnen de gestelde kaders te blijven. Een mooi moment, want het was toch wel een spannend proces dat we tot op dat moment nog niet op die schaal hadden meegemaakt en waar dus angstvallig naar gekeken werd door deze en genen.”

Nieuwe technologie ontdekken

Veel andere opties dan meegaan met de tijd heeft het Kadaster niet. De organisatie beweegt volop mee, vertelt Tierolff. De maatschappij verlangt het nu ook eenmaal. “We hebben sinds een paar jaar een Innovation Board, dat als een soort radar werkt bij het ontdekken van nieuwe technologieën en bekijkt of die voor ons relevant zijn. Ook is er een Emerging Technology Centre, waar we zelf pilots organiseren om technologie daadwerkelijk uit te proberen. Artificial intelligence (AI) is daar een voorbeeld van en is bij ons momenteel een belangrijk thema.”

Het Kadaster gebruikt AI onder meer in het proces van de basisregistratie. “Een van onze basisregistraties is de kadastrale kaart. Die dekt het hele land, maar de lijntjes die je daarop ziet zijn niet de echte meetgrenzen. Het is namelijk van oorsprong een ‘oriënterende’ kaart. De oorspronkelijke meetgegevens hebben we wel in bezit, maar die zijn soms meer dan honderd jaar oud. Zie dan vervolgens die eeuwenoude krabbels maar eens om te zetten. Dat is ons gelukt en daar zijn we trots op”, aldus Tierolff. “Dat doen we in een daarvoor speciaal ingerichte productiestraat. We beginnen de documenten met een scan voor handschriftherkenning te ontcijferen, een vorm van kunstmatige intelligentie waarmee we de verschillende namen, punten en relaties tot elkaar inwinnen. Daarna maken we met de gegevens via image generation – ook een vorm van AI – een schets in de database. Alle gegevens worden automatisch in de juiste context geplaatst.” Tierolff: “Het is een kostbaar systeem, maar het heeft rendement. We zijn het eerste Kadaster ter wereld dat er succesvol mee werkt.”

Kaarten automatisch generaliseren

Een andere techniek waarmee het Kadaster al veel ervaring heeft opgedaan, is de mogelijkheid voor gebruikers om kaarten automatisch te generaliseren. “Daarmee kun je zowel groot- als kleinschalig in de database werken, waarbij je op alle kaartschalen dezelfde actualiteit vasthoudt. Gegevens worden vereenvoudigd weergegeven. Dat doen we in samenwerking met Esri, een GIS-technologiebedrijf.”

Afgelopen jaar werd ook nog een 3D-bestand van Nederland beschikbaar gesteld als open data. “Dat biedt veel voordelen ten opzichte van 2D, waarmee je niet alles in relatie tot elkaar kan plaatsen. De behoefte aan informatie kan per gebruiker enorm verschillen. De één wil de gegevens van het dak zien en de ander bijvoorbeeld van het perceel. 3D-kaarten betekenen een hele hoop werk, maar ze geven dan veel meer informatie.”

Op basis van het bestaande 3D-bestand zijn we aan het experimenteren met pointclouds, vertelt Tierolff. “Elke ruimte heeft een volume dat je kan indelen in puntjes, zeg maar pingpongballen. En ieder puntje heeft bepaalde kenmerken. Op deze manier kunnen we heel veel data in één keer weergeven. Toch benadrukt Tierolff dat voor het Kadaster vernieuwing geen doel ‘op zich’ is. “Dat is aan de markt. We hebben een goed 3D-basisbestand als ‘framework’ neergezet; daarmee bieden we bedrijven en overheden de mogelijkheid daarop voort te bouwen.”

Data kosten steeds meer capaciteit

Het Kadaster moet ieder jaar rekening houden met een groeiende vraag naar capaciteit. “Ons platform met open data heeft 30 miljard hits per jaar, terwijl dat ooit gemaakt werd voor intern gebruik voor organisaties zoals Rijkswaterstaat en Geonovum, wat toen nog een paar duizend hits opleverde. Om dit te faciliteren hebben we het platform naar de cloud gebracht. Ook hebben we moeten kijken naar de manier waarop we data ontsluiten. Als je niet oppast, maak je steeds weer nieuwe kopieën van je data. Direct bij de bron ontsluiten via een API-koppeling is sindsdien het uitgangspunt en ons streven.” De groeiende vraag naar capaciteit zorgt volgens Tierolff niet voor problemen. “We komen niet in de knel. Capgemini faciliteert het rekencentrumgedeelte; met de capaciteit zit het wel goed. De overheid zelf schakelt ook steeds meer over naar data ontsluiten bij de bron, om onnodig dataverzamelen te voorkomen.”

Pilots met blockchain

Er zijn ook pilots geweest die minder succesvol verliepen, zoals blockchain, waarmee op een betrouwbare manier gegevens geregistreerd kunnen worden. “Nee, blockchain kan het Kadaster nog niet vervangen. Dat zeg ik niet uit lijfsbehoud, maar er zitten bepaalde kenmerken aan blockchain die ervoor zorgen dat het ongeschikt is voor data van het Kadaster. De techniek is moeilijk inzetbaar in onze registratieprocessen. Zo geeft bijvoorbeeld de bijbehorende verwerkingstijd in de verschillende netwerken problemen. Het feit dat de kans bestaat dat je in het ene netwerk wél eigenaar bent van een perceel en in een ander netwerk nog niet, is een niet wenselijke situatie voor de rechtszekerheid en voor ons een reden om er niet mee verder te gaan. De techniek voegt momenteel nog te weinig toe om er een businesscase van te maken. Wel kijken we samen met BZK en gemeenten of de blockchaintechnologie van waarde kan zijn voor de locatie van sensoren in de openbare ruimte.” Al blijft Kadaster ontwikkelingen volgen. “Voor Kadaster is het nu niets, maar het blijft interessante technologie. We onderzoeken nu met het ministerie van BZK en gemeenten of we data over sensoren in blockchain kunnen opslaan. Daarmee bedoel ik de plekken waar de sensoren staan, niet de output zelf.”

De jacht op IT-personeel

Bij alle projecten is IT-personeel onmisbaar. Is het voor het Kadaster moeilijk om aan mensen te komen? “De IT-vacatures staan langer open dan we wensen, maar het valt bij ons mee in vergelijking met andere organisaties. Een ander belangrijk voordeel is dat we een publiek doel dienen. Dat trekt toch veel mensen aan.

Intussen reizen vanuit de hele wereld bedrijven en overheden af naar Apeldoorn om te bekijken hoe het Kadaster te werk gaat. “De Verenigde Naties en de Europese Commissie volgens ons ook nauw. Dat komt omdat Nederland qua landregistratie vooroploopt. Landen wereldwijd zijn bezig om goede registratie op poten te zetten. Bedenk: 70% van de wereld is niet geregistreerd.”

Belangstelling van techreuzen

In diverse media werd gesproken over interesse van techreuzen in het Kadaster, voor een mogelijke overname. Tierolff reageert daarop. “Google gebruikt onze data voor onder meer hun kaarten. Die informatie is openbaar. Of zij het Kadaster zouden kunnen overnemen, is een keuze voor de politiek. Het Kadaster heeft een belangrijke maatschappelijke functie. Daarbij zoeken we altijd naar samenwerking, ook met private partijen. Maar het belang van een goedwerkend openbaar register is een publieke taak waarmee rechtszekerheid gegarandeerd wordt. Daar wil je juist geen partijdigheid in maar onafhankelijkheid”, aldus Tierolff. “Wereldwijd wordt landregistratie ook gezien als een publieke taak. Landregistratie is namelijk een cruciaal fundament onder een land. Het is de basis voor economie en welvaart en voorkomt onder meer oorlogen en conflicten, dus dan moet je je afvragen of het wenselijk is als een particulier bedrijf die taken overneemt. Bovendien draagt goede landregistratie bij aan de realisatie van de Sustainable Development Goals, opgesteld door de VN.”

Bedrijven aan de haal met open data

Een overname door een particuliere partij is stof om over na te denken, besluit Tierolff. “Een belangrijk punt is dat het Kadaster nu onafhankelijk is, los van de kwaliteit en de techniek. Als techreuzen betere landregistratie voeren dan overheden, zullen burgers er ook vanzelf van uitgaan dat die partijen de waarheid in pacht hebben.” Bedrijven gaan steeds vaker op eigen houtje aan de slag met data van het Kadaster, valt Tierolff op. “Er zijn bedrijven die onze naam gebruiken, omdat deze niet beschermd is. Ze slim advertentiegeld om bovenaan te komen in zoekresultaten. Ze zijn duurder en soms klopt de informatie ook nog niet.” Tierolff ziet dat bedrijven soms fouten maken met de data, die bijvoorbeeld alweer achterhaald zijn. “Maar ze zeggen tegen hun klanten wel rechtszekerheid te kunnen geven. Vervolgens klopt de informatie niet en krijgen wij klachten, omdat men ervan uitgaat met ons te maken hebben.”

Kadaster in een nieuwe rol

Tierolff noemt het Kadaster een organisatie die in relatief korte tijd van een ‘arbeidsintensief bedrijf’ veranderde naar een ‘kennis- en data-intensief bedrijf’. “In toenemende mate zijn we door de jaren heen steeds meer betrokken bij fact-based decision making. Steeds vaker leveren we de overheid informatie bij het maken van beslissingen over maatschappelijke vraagstukken, terwijl we ‘slechts’ registraties bijhielden en doorstuurden. Nu gaat de aandacht uit naar ondersteuning bieden en platforms maken waarin mensen met de data zelf aan de slag kunnen, zodat ze hun eigen vraagstukken kunnen beantwoorden. Daar zetten we nu enorme stappen.”

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (aprilnummer 2021). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, klik dan hier voor de inhoudsopgave.

Lees meer over Management OP AG Intelligence
1
Reacties
Wim Brukx 13 april 2021 16:10

Heel interessant allemaal. Goed te horen dat het oude kadastersysteem is vervangen. Ik stond zelf in 1979 aan de basis van het oude kadastersysteem als Informatie Analist van Volmac (inmiddels Capgemini) en via E&Y ingehuurd.

Wim Brukx

Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.