Loopbaan

Carriere
Piet Hompus en Rene Lap

Waardering voor IT-opleiders ten onrechte gedaald

‘Het lijkt een commodity, maar dat is het zeker niet’

René Lap (l) en Piet Hompus © De Beeldredaktie,  Christiaan Krouwels
20 november 2018

‘Het lijkt een commodity, maar dat is het zeker niet’

Piet Hompus (61) heeft onlangs na 23 jaar aan het roer te hebben gestaan van IT-opleider Global Knowledge het stokje overgedragen aan René Lap. “Loslaten is lastig, want het voelt toch een beetje als mijn kindje.” Zijn echte vertrek is pas over anderhalf jaar, want hij gaat eerst nog een aantal projecten doen voor de Europese organisatie. Dat scheelt, want een type om achter de geraniums te gaan zitten is hij zeker niet. Een dubbelinterview over waarom het tijd werd dat de boel wordt opgeschud en over de trends en ontwikkelingen in de Nederlandse IT-opleidingenmarkt.

Piet, je zit al ruim 30 jaar in de IT-opleidingenwereld, waarvan 23 jaar als directeur van Global Knowledge in Nederland, waar later ook België en de Luxemburg aan werden toegevoegd. Wanneer dacht je: het is mooi geweest?
PH: “Ik bedacht me 3,5 jaar geleden al dat ik dit niet tot mijn pensioengerechtigde leeftijd wil doen. Als je iets al zo lang doet, moet je ook een keer verversen. Er is veel gaande in de markt en er komt op een gegeven moment ook routine en bedrijfsblindheid om de hoek kijken. Dus de boel eens een keer flink opschudden is helemaal niet verkeerd. Bovendien blijf ik nog even aan boord, maar dan voor Europa. Als ik meteen weg had gemoeten, denk ik dat ik het er moeilijker mee zou hebben.”

Wat ga je precies doen voor Global Knowledge Europa?
PH: “We zijn een Amerikaanse firma, eigendom van investeringsmaatschappij Rhone Group, maar we worden heel erg sterk Europees aangestuurd. De directie wil alle best practices in andere landen van Europa kopiëren. De komende anderhalf jaar ga ik de slimme dingen die de organisatie in de afgelopen jaren in Nederland heeft doorgevoerd, uitrollen in andere landen. Je kunt hierbij denken aan het in Nederland ontwikkelde managementrapportagesysteem, die ook gebruikt wordt voor de compensatie. Daarnaast is mij gevraagd de skills-matrix in Europa te optimaliseren. Wij weten hier heel goed wat de vaardigheden zijn van onze docenten en koppelen dat aan beschikbaarheid, kwaliteit en prijs. Dat moet nu voor heel Europa gaan gebeuren.”

In 2006 nam Global Knowledge de grootste concurrent Azlan Training over. Hoe kijken jullie terug op die periode?
PH: “Vanaf 2003 ging het heel slecht met de IT-opleidingenmarkt. In de afgelopen 10, 15 jaar zijn er wel 50 IT-opleiders verdwenen. Wij hebben het gered doordat we zijn samengegaan met de andere marktleider en dan kun je synergetische effecten boeken en heel veel kosten besparen. Dat we dat in goede banen hebben weten te leiden en ons hebben kunnen doorontwikkelen tot de grootste speler in dit segment, daar ben ik het trotst op.”
RL: “Ik sluit een volgende grote overname niet uit, maar er wordt bij voorkeur geïnvesteerd in een land waar potentieel grotere groei te realiseren valt. In Engeland gaat het om een bevolking van 65 miljoen, in Nederland maar om 17 miljoen. Dat ze liever hun dollars daar willen investeren dan hier snap ik wel, maar ik vind het ook weleens jammer. Dit sluit overigens niets uit voor de toekomst.”
 

Hoe gaat het met de Nederlandse IT-opleidingenmarkt?
PH: “De groei ligt boven de gemiddelde economische groei van Nederland. Dat komt omdat er momenteel 55.000 ICT-vacatures zijn die lastig in te vullen zijn. Bedrijven reageren hierop door zittende medewerkers te trainen om ervoor te zorgen dat ze klaar zijn voor de toekomst. We zien de opleidingsbudgetten voor IT’ers dan ook omhoogschieten. Bovendien is er meer training nodig, omdat organisaties de norm noodgedwongen laten zakken om toch mensen de ICT in te brengen. Vroeger eisten ze minimaal hbo-niveau, tegenwoordig verschuift dat langzaam richting mbo. Veel bedrijven zeggen dit alleen niet hardop. Ook de zzp-markt groeit. Zelfstandigen willen graag bewijzen dat ze goed zijn en dat kunnen ze alleen aantonen met een certificaat of diploma.”
RL: “De afgelopen vijf jaar hebben we als Global Knowledge een significante groei doorstaan in de Benelux. Het is ons niet gelukt om te verdubbelen in die periode, maar we komen heel dicht in de buurt. De groei zit met name aan de niet-technische kant van het portfolio. Dus de soft skills, gecombineerd met de businessskills. Het gaat met name om methodieken in de IT, communicatie, adviesvaardigheden, regie en organisatie. Ik ben er trots op dat we met ruim 100 van de top 500-bedrijven in Nederland raamovereenkomsten hebben gesloten voor het scholen van hun personeel op IT-gebied. Ik denk niet dat er andere opleiders zijn in Nederland die dat op die schaal voor elkaar hebben gebokst. Wel wil ik werken aan een betere propositie voor millennials. De gemiddelde leeftijd van onze cursisten is nu namelijk nog 41 jaar.
PH: “Ik verwacht dat de markt de komende drie jaar harder blijft groeien dan gemiddeld, vanwege de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast zal de overheid – als Nederland wil blijven meedoen om innovatiegebied – meer vaart moeten maken met het digivaardig maken van de beroepsbevolking en het verstrekken van subsidies. De overheid zegt letterlijk: 'De beperking van de IT-skills in Nederland beperkt de economische groei’. Dat betekent dus meer opleiden! En dat zul je met de driehoek moeten doen: werkgevers, opleiders én de overheid.
Verder hoop ik dat het mbo en hbo beter gaan aansluiten bij wat de praktijk vraagt. Dat is heel lastig, want die lifecyclus is dus achttien maanden en zij ontwikkelen nu leerprogramma’s voor over drie jaar. Die docenten zijn vaak beregoed, alleen ze hebben niet de middelen om bij te blijven.”

Wat zijn de belangrijkste trends in IT-opleidingenland?
RL: “Je ziet dat bepaalde leveranciers omhoogkomen, vooral op het gebied van security en cloud, en dan met name de hybride cloud. Veel trainingen op het gebied van traditionele, on-premise technologie lopen terug, net als die methodieken. ITIL komt binnenkort met een nieuwe versie en ook van PRINCE2 Agile hebben we hoge verwachtingen. En uiteraard is er een toename in het aantal developmenttrainingen. Vooral Java en Angular doen het goed en Python is sterk in opmars.
We zien daarnaast de shift van puur technische trainingen naar softskillstrainingen, omdat IT steeds bepalender wordt in businessmodellen. En ontwikkelingen in scrum- en agileopleidingen doen het ook heel goed.
Tot slot verandert het ook heel sterk hoe wij trainingen aanbieden. Dat kan traditioneel in de klas zijn, maar ook digitaal via allerlei online trainingsoplossingen of blended. Wij kijken aan de hand van een assessment naar de skillsgap van de student – wat zou hij moeten kunnen en waar staat hij vandaag de dag? – en brengen de manier waarop hij het beste leert in kaart, waarna we een oplossing aanbieden. Ik verwacht niet dat de menselijke component ooit helemaal zal verdwijnen. Mensen leren graag van elkaar en hebben baat bij een praatje bij de koffieautomaat. Bovendien zijn de fysieke afstanden in Nederland natuurlijk klein, dus is de bereidheid om af te reizen naar een van onze trainingslocaties veel groter. Op dit moment is bij bijna 40% van onze klassen minimaal één student die virtueel inlogt. Dit vergt wel andere vaardigheden van onze docenten. We trainen ze om van acteur naar regisseur te gaan. Ze moeten actief checken of virtuele studenten ook alles meekrijgen en of ze meedoen. Dat geeft een heel andere dynamiek in zo’n klas.”

Piet, wat ga je het meest missen?
“De dynamiek. Het leuke aan deze markt is dat je altijd mensen blij maakt. Iedereen kijkt uit naar een stuk training. Ik kom elke week in onze negen vestigingen. Die connectie met de frontlinie ga ik missen.”

En wat is je grootste frustratie?
“Dat de waardering voor IT-opleiders gezakt is. Vijfentwintig jaar terug stond opleiden op een bepaald niveau en dat kostte iets en dat had men ervoor over. Nu denkt iedereen dat het commodity is geworden, terwijl het dat in essentie niet is. Het is alleen nog maar complexer geworden. Mijn boodschap aan de branche is: benadruk het belang van de kwaliteit van je opleidingen en maak duidelijk wat dat kost. Onze docenten moeten zichzelf 80 dagen per jaar bijscholen. Dat zie je terug in het uurtarief. Je hoopt ook dat je tandarts goed werk levert en dan ga je ook niet naar een beunhaas met een boortolletje. Maar dat gebeurt in onze branche dus continu.”

MAGAZINE AG CONNECT

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (nummer 11, 2018). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, klik dan hier voor de inhoudsopgave.

Lees meer over Loopbaan OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.