Vrouwen moeten opleidingen culturele revolutie bezorgen

3 mei 2001
Als het gaat over personeelstekorten in de ICT luidt al snel de roep dat er nog een groot reservepotentieel is onder vrouwen. De inzet van gerichte acties wordt dan bepleit om dit potentieel beter te benutten. Gemakshalve wordt daarbij over het hoofd gezien dat hiertoe al verschillende pogingen zijn ondernomen. De resultaten daarvan zijn wisselend en duiden – zacht uitgedrukt – op een problematische relatie tussen vrouwen en de ICT-branche. Functies in de ICT worden voor hooguit 10 procent door vrouwen bezet. Daar komt bij dat vrouwelijke ICT’ers sneller en vaker weer vertrekken dan hun mannelijke collega’s.
In het hoger informaticaonderwijs, een van de belangrijkste toegangswegen naar de ICT-sector, lijkt de toestand niet veel anders. De deelname van vrouwelijke studenten laat min of meer hetzelfde patroon zien als in de ICT-beroepen. Weinig beweging in de instroom en de uitvalcijfers in het eerste jaar lijken te duiden op een belangrijk hogere uitval van vrouwelijke studenten. De beïnvloedings- en interventiemogelijkheden om de deelname van vrouwen aan informaticaopleidingen en beroepen te vergroten lijken beperkt. Toch is er ook sprake van een aantal positieve ontwikkelingen. Bij een aantal hogere informaticaopleidingen is het aandeel vrouwelijke studenten de afgelopen jaren toegenomen. Deze ervaringen zijn interessant en roepen de vraag op naar de factoren die deze verschillen in aantrekkingskracht veroorzaken.
De gunstige arbeidsmarkt voor informatici zorgde de afgelopen jaren meer dan in andere technische richtingen voor een trek naar het informaticaonderwijs. Tussen 1992 en 1999 is de instroom in de hogere informaticaopleidingen ruim vertweevoudigd. Bij de bedrijfskundige informatica in het hoger beroepsonderwijs gaat het in deze periode zelfs om een verviervoudiging. Het aandeel vrouwelijke studenten bleef gedurende deze groeiperiode nagenoeg constant. Bij de hogere informaticaopleidingen schommelt hun aandeel al jaren rond de 6 procent, bij bedrijfskundige informatica rond de 13 procent.

Bollebozen
De geringe waardering van meisjes voor de studiemogelijkheden en het werken in de ICT heeft verschillende oorzaken. In de keten van opleiding tot beroep zijn factoren in het spel die de keuze voor informatica door meisjes negatief beïnvloeden. Deze zijn gebaseerd op een mengeling van percepties en feitelijke kenmerken en betreffen de aard en inhoud van het vakgebied, maar ook de opleidings- en bedrijfscultuur in de ICT. Dat jongens en meisjes hier zo’n verschillende waardering aan geven heeft echter een dieperliggende oorzaak. Al lang voor de feitelijke opleidings- en beroepskeuze zijn door verschillen in interesses verschillen in houding tegenover en affiniteit met computers ontstaan.
Dat meisjes gemiddeld genomen een minder positief beeld hebben van ICT hangt samen met het vermeende technische karakter ervan. Het beeld is dat het vooral om computers gaat en dat ICT weinig met mensen te maken heeft. Informaticaopleidingen bevestigen dit beeld tijdens presentaties voor potentiële kiezers. De in mooie rijen opgestelde computers benadrukken tijdens de open dagen van opleidingen onbedoeld nog eens het belang en de centraliteit van de computer.
Behalve technisch, gaat de ICT ook door voor abstract en moeilijk. Meisjes denken al snel dat als ze geen bollebozen zijn in exacte vakken en niet hun halve buitenschoolse tijd achter de computer hebben doorgebracht, ze te wei-nig bagage hebben voor een studie in de informatica.
Behalve om de aard van het werk gaat het in de negatieve beeldvorming ook om de werk- en studieomgeving in de ICT. Het zijn vooral jongens die informatica kiezen en dan ook nog een bepaald type: de computerfreaks, de nerds, de bollebozen. Meisjes menen dat ze zich in zo’n omgeving niet thuis voelen en zijn ook bang dat ze de capaciteiten missen om zich tussen dat type medestudenten en collega’s te handhaven.
Managers van informaticaopleidingen erkennen dat de opleidingscultuur een belangrijk obstakel is voor een grotere deelname van meisjes. Ze zien vooral solistisch ingestelde en weinig sensitieve jongens. Niet alleen meisjes knappen daarop af maar ook veel jongens, zeggen zij. Tegelijkertijd wijzen zij op de voor meisjes weinig aanlokkelijke beroepsomgeving van afgestudeerde informatici. Bedrijven die voor jongeren de toon aangeven in de ICT laten een wereld zien van snelle jongens, hard werken, lange dagen, lease-auto’s en GSM’s. Werken in deeltijd en verantwoordelijkheid voor gezin en kinderen passen daar niet in, zaken die meisjes gemiddeld genomen belangrijker vinden dan jongens. Bedrijven zijn aldus mede debet aan de eenzijdig samengestelde beroepspopulatie in de ICT.
Meisjes laten informatica dus vaker vallen dan jongens. Voor veel meisjes is een studie- en beroepsperspectief in de informatica überhaupt geen reële optie. Uit binnen- en buitenlands onderzoek naar computerervaring en computerattitudes komen steevast verschillen tussen jongens en meisjes naar voren. Meisjes werken minder met computers en scoren slechter op computertests. Ook beschikken ze over minder zelfvertrouwen als het gaat om computergebruik en verwachten ze minder succesvol te zijn als ze in de toekomst iets in de ICT zouden gaan doen.
Verschillen in ervaring en gebruik zijn hiervoor, zoals men aanvankelijk dacht, niet de enige verklaring. Steeds vaker wordt er een verband gevonden met socialisatie thuis en op school, de aard van de software en de pedagogisch-didactische kenmerken van de leeromgeving waarin de computer wordt gebruikt. Deze verbanden suggereren dat er mogelijkheden zijn voor beïnvloeding en verandering, hetgeen temeer interessant is omdat bij jongere meisjes een positievere attitude tegenover computers wordt vastgesteld dan bij oudere.
Opleidingen zijn tot extra inspanningen bereid om het aandeel meisjes in het hoger informaticaonderwijs te vergroten. Een belangrijk motief hiervoor is het streven van het hoger informaticaonderwijs naar ‘ontnerding’. Een grotere diversiteit in de studenteninstroom moet hier aan bijdragen. ‘Ontnerding’ en meer diversiteit zijn nodig om de vernieuwing en verandering op gang te brengen die nodig zijn voor een betere aansluiting op de veranderende eisen van het beroepenveld.
Het bedrijfsleven vraagt om breder opgeleide ICT’ers. De maatschappij, gebruikers en klanten accepteren nieuwe producten minder gemakkelijk. Het belang van vaardigheden als presenteren, samenwerken, creativiteit en het op gebruiksvriendelijke wijze kunnen oplossen van problemen neemt toe.
Tegelijkertijd zien opleidingen de geldigheidsduur van kennis sneller afnemen. Het verwerven van de juiste vaardigheden en attituden neemt ook om die reden in betekenis toe. De informaticastudent die het liefst het grootste deel van zijn studietijd achter de computer doorbrengt, zijn vakken leert en zo zijn punten en zijn diploma haalt, past niet langer in dit veranderde profiel. De veronderstelling is dat een groter aandeel vrouwelijke studenten bijdraagt aan de gewenste ‘culturele omwenteling’ van de informaticaopleidingen.
Men ziet dat interesses en natuurlijke vaardigheden van meisjes op het gebied van communiceren, samenwerken en presenteren goed passen bij de verbreding die de beroepspraktijk verlangt. Ook de meer op gebruik en de gebruiker gerichte werkwijze en aanpak van vrouwelijke studenten ziet men als een positieve inbreng. Jongens gaan zonder al te veel vragen met het ontwerp van een product aan de slag. Meisjes handelen anders. Zij beginnen minder snel en bezinnen zich meer op de gevolgen.

Teleurgesteld
Gezien het beeld dat meisjes hebben van studeren en werken in de informatica, is betere en gerichte voorlichting alleen onvoldoende om meer meisjes voor het informaticaonderwijs te interesseren. Vanaf de tweede helft van de jaren negentig voltrekt zich in het informaticaonderwijs een ingrijpende vernieuwingsslag op het gebied van onderwijsmethodiek en curriculuminhoud. Met het weghalen van losstaande technische vakken uit het curriculum, de introductie van zogenaamde real-life-casussen en de invoering van nieuwe onderwijsvormen zoals project- en probleemgestuurd onderwijs, wordt gericht aangestuurd op een andere inhoud van het informaticaonderwijs. Opleidingen zien hun inspanningen op het gebied van onderwijsvernieuwing als een tweesnijdend zwaard. Naast de betere toerusting van de student voor het werk in de snel veranderende ICT-wereld, willen ze zich ontdoen van hun technisch- abstracte imago om daarmee ook nieuwe en andere studenten, waaronder meisjes, aan te spreken.
De verwachting hiermee meer meisjes voor het hoger informaticaonderwijs te interesseren is maar ten dele bewaarheid. Het instroomeffect is landelijk gezien nauwelijks waarneembaar. De beoordeling dat met de invoering van nieuwe onderwijsvormen de plaats en positie van meisjes in de opleidingen is versterkt, staat tegenover het feit dat in dezelfde periode de uitval van vrouwelijke studenten in het informaticaonderwijs sterk is toegenomen. Opleiders in de informatica merken teleurgesteld dat hun inspanningen zich moeilijk laten vertalen in een zodanig vernieuwd opleidingenaanbod, dat potentiële kiezers dit herkennen als anders en aantrekkelijker.
De erkenning dat onderwijskundige vernieuwingen alleen niet de sleutel zijn voor een bredere en een meer diverse instroom, heeft op een aantal plaatsen geleid tot een meer fundamentele heroriëntatie op het opleidingenaanbod in de informatica. Men zet in op nieuwe of aangepaste opleidingen die behalve relevant zijn voor de arbeidsmarkt ook een brede groep jongeren interesseren. De ICT is een broedplaats voor nieuwe functies en beroepen. Niet alleen is binnen het beroepenveld van de informatica de schakering aan beroepstoepassingen fors toegenomen, ook is ICT de ‘moeder’ van een groot aantal nieuwe beroepsdomeinen, zoals die op het gebied van e-commerce, telematica of webdesign. Daarnaast geeft ICT aanleiding tot het ontstaan van nieuwe functies in andere sectoren, zoals de zorg, de kunst, de accountancy of het recht.
Juist deze nieuwe functies en beroepen, die mede door en op de schouders van de informatie- en communicatietechnologie op het snijvlak van verschillende disciplines ontstaan, lijken interessant om een bredere groep jongeren te interesseren en te motiveren voor het studie- en werkdomein van de informatica. Op de eerste plaats laten ze zien dat de toepassingsgebieden breed en veelzijdig zijn en dat het gedoodverfde imago van de informatica als technisch en abstract steeds minder overeenkomt met de werkelijkheid. Op de tweede plaats appelleren ze in bredere zin aan de interesses van een groep jongeren die een exacte belangstelling willen verbinden met vaardigheden en talenten op andere terreinen.

Nieuwe opleidingen
Vernieuwingstendensen in de hierboven geschetste richting kregen in conceptuele zin een belangrijke impuls met het door Axis – het door de overheid, bedrijfsleven, beroepsonderwijs en de Arbeidsvoorziening geïnitieerd platform voor bèta en techniek – in 1999 ontwikkelde voorstel voor herontwerp van technische opleidingen. Sleutelbegrippen in dit herontwerpvoorstel zijn maken, sturen en vertalen, waarmee functies in de techniek en ook in de informatica te definiëren zijn naar aard en ontwikkelingspotentie. Aangetoond wordt dat naast de technisch specialistische ‘maakberoepen’ meer ‘vertaalberoepen’ voor techniektoepassingen ontstaan en dat in ‘sturende beroepen’ in de ICT combinaties met managementkennis en ondernemingsvaardigheden een vereiste zullen zijn. Door het opnieuw ontwerpen van opleidingen, met name in de richting van vertaal- en stuurfuncties in de informatica, is de verwachting dat de ICT aantrekkelijker wordt voor jongeren en beter aansluit op vragen uit de arbeidsmarkt.
De ontwikkeling van nieuwe opleidingen die een brug slaan tussen bedenkers en gebruikers van informatiesystemen, of die meerdere disciplines combineren, is op dit moment in volle gang.
Een paar voorbeelden. Bij de Hogeschool Arnhem & Nijmegen start men naast het bestaande opleidingenaanbod in de informatica met de nieuwe opleiding Communicatiesystemen. Daarbij gaat het over ontwerp en ontwikkeling van communicatieve modellen die gebruikers en organisaties helpen bij het opstellen van bijvoorbeeld een programma van eisen aangaande informatiseringsplannen en de inzet van ICT daarin.
Bij de Saxion Hogescholen in Enschede nemen de informaticaopleiding en de kunstacademie gezamenlijk het initiatief voor de ontwikkeling van een nieuwe opleiding Kunst en Techniek. Soortgelijke plannen bestaan er met de zorgopleidingen. Daarbij gaat het over de mogelijkheid van een opleiding Medische Informatica.
Sommige hogescholen zijn al langer bezig met vernieuwing. Zo ging op initiatief van de Hogeschool van Amsterdam en de Hogeschool Holland twee jaar geleden in Almere de opleiding Information Engineering van start, een studie die volgens de prospectus ‘hard’ en ‘soft’ met elkaar verbindt en een combinatie is van informatietechnologie, organisatiekunde en communicatiewetenschap. Met de keuze tussen een technische of meer commerciële richting en specialisatie in een bepaalde branche zoals gezondheidszorg, dienstverlening of telecommunicatie, probeert men maximaal te appelleren aan de verschillen in talenten, vaardigheden en beroepsoriëntaties van studenten.
Een ander voorbeeld komt van de Fontys Hogescholen in Eindhoven, waar men met de opleiding Mens en Informatica een aantal jaren geleden een meer op communicatie en organisatie gerichte opleidingsvariant heeft ontwikkeld. Ook hier is het streven gericht op een contextbewuste leerpraktijk met meer gebruikers- interface-achtige vakken en minder losstaande technische vakken in het curriculum.
Minder nieuw maar misschien wel de eerste voorzet voor een vernieuwde en meer integrale vorm van informaticaonderwijs is het zogenaamde I & I-concept van de Haagse Hogeschool. Doel van dit initiatief was om de twee hogere beroepsopleidingen in de informatica – de bedrijfskundige informatica en de hogere, meer technische informaticaopleiding – bij elkaar te brengen onder één dak. Dit resulteerde in de opleiding Informatica en Informatiekunde met als drie pijlers: de mens (gebruiksvriendelijke systemen), het bedrijf (wat wordt de functie van een systeem?) en de technologie (zorg dat het systeem werkt). Dit I & I-concept is in termen van studenteninstroom zeer succesvol en vindt op dit moment navolging op drie andere hogescholen.
Zoals geschetst is er een duidelijke verschuiving gaande in de inspanningen om een bredere groep jongeren te laten instromen in het hoger informaticaonderwijs. Het is nog te vroeg voor uitspraken over de effecten op de deelname van meisjes. De eerste berichten zijn gunstig. De opleiding Mens en Informatica aan de Fontys Hogescholen realiseert al enkele jaren achtereen een instroom van een kleine 20 procent vrouwelijke studenten. De opleiding Information Engineering in Almere is met een instroom van ruim 10 procent meisjes niet tevreden, maar realiseert zich tegelijkertijd dat dit aandeel al wel enigszins uitstijgt boven de ‘gewone’ hogere informaticaopleiding.

Beïnvloedbaar
Deze ervaringen laten zien dat studie- en loopbaankeuzes van meisjes zeker beïnvloedbaar zijn en dat aangrijpingspunten hiervoor te vinden zijn in de inhoud van het informaticaonderwijs. Ook andere informaticaopleidingen met een meer bedrijfskundige invalshoek, zoals de Haagse I & I-opleiding en de opleiding Bedrijfskundige Informatica, ondersteunen met een aandeel vrouwelijke studenten van rond de 13 procent deze waarneming.
Dat neemt niet weg dat de lat hoger moet worden gelegd. Nederlandse ICT’ers verbazen zich in het buitenland over het grote aantal vrouwen in hun vakgebied. In de Verenigde Staten, maar ook in landen als Spanje en Turkije, gaat het om percentages tussen de 30 en 40 procent. Gemeten naar deze buitenlandse maatstaven moet een aandeel van 25 procent vrouwen in de Nederlandse ICT-sector zeker haalbaar zijn.
Wat het onderwijs betreft kan er ook meer worden bereikt. De combinatie van informatica met andere disciplines in alfa- en gamma-richtingen bieden samen met de ingezette vernieuwingen op onderwijskundig gebied een nog nauwelijks verkend perspectief. Zeker als deze initiatieven gepaard gaan met een meer integrale onderwijsbenadering, waarbij behalve op vergroting van de instroom ook wordt gelet op de doorstroom (voorkoming van uitval) en de uitstroom (relaties met het beroepenveld en afgestudeerden).
De uitval van vrouwelijke informaticastudenten in het hoger beroepsonderwijs is hoger dan die van mannelijke studenten en de afgelopen jaren ook sterker toegenomen. In de beroepspraktijk is de situatie vergelijkbaar. De oorzaken hiervan worden nog onderzocht, maar duidelijk is dat instroomversterking zonder realistisch en betekenisvol opleidings- en beroepsperspectief een zeer kort leven beschoren is. Om die reden is het van belang dat in de hele keten van de opleidingskeuze tot aan de beroepsbeoefening wordt samengewerkt om de gewenste omvang en diversiteit van de beroepspopulatie in de informatica te realiseren.
De informaticaopleidingen kunnen dit niet alleen. Nu nog wijzen het bedrijfsleven en het onderwijs te veel naar elkaar. Dit ondermijnt het gezamenlijke belang, namelijk dat er verandering komt in het imago van de ICT als een abstracte, saaie mannenwereld en dat werken in de ICT meer differentiatie en nuancering verdient. Het bedrijfsleven speelt hierin een belangrijke rol. Daarbij gaat het niet alleen om dienstverleners, maar ook om ziekenhuizen, uitgevers, financiële instellingen of de overheid die tezamen met het onderwijs het beeld van de sector zullen moeten herdefiniëren en vormgeven.
Hier en daar tekenen zich de eerste voorbeelden af, in de vorm van mentoring, gastdocentschappen en duale leervormen. Vele wegen voor een intensiever samenspel tussen onderwijs en bedrijfsleven zijn nog onverkend. Het doel is helder: gezamenlijk invulling geven aan het profiel van de ICT’er van de toekomst.
Ria Hermanussen is werkzaam bij de VHTO (Vrouwen in hoger technisch onderwijs en beroepen) te Amsterdam, een expertisecentrum dat met onderzoek en advies ondersteuning biedt aan het streven naar grotere diversiteit binnen opleidingen en beroepen in de techniek.
 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!