VMware: Geen ‘big bang’ voor de cloud

3 september 2010

VSphere 4.1 bevat meer dan honderd nieuwe voorzieningen in vergelijking met zijn voorganger, de in 2009 geïntroduceerde versie 4.0. Voor die tijd leverde VMware twee losse producten voor virtualisatie en cloud computing, die samen dezelfde functionaliteit boden: Virtual Center (vCenter) en ESX. Jeremy van Doorn, manager Systems Engineering bij VMware Nederland: “Klanten vinden het logischer dat de twee producten nu zijn gebundeld tot één pakket. De naam ­‘sphere’ (bol) geeft ook al aan dat het om een compleet, afgerond geheel gaat.”

Wat zijn de belangrijkste veranderingen in versie 4.1 van vSphere?

“Ten eerste is veel aandacht besteed aan schaalbaarheid, al is dat voor de meeste klanten in Nederland niet direct aan de orde. Versie 4.1 kan drieduizend virtuele machines per cluster draaien, twee keer zoveel als in de vorige versie. Maar er waren in Nederland nog niet erg veel organisaties die meer dan 1500 VM’s in een cluster wilden hebben. Bovendien worden nu per managementserver maximaal duizend hosts en tienduizend virtuele machines ondersteund, een factor drie beter dan voorheen.Waar veel bedrijven echt iets aan hebben, is dat vMotion veel schaalbaarder is gemaakt. Voorheen kon vSphere simultaan twee vMotion-operaties per server uitvoeren. Met de nieuwe versie zijn acht vMotions tegelijk mogelijk, en dat gaat ook nog vijf keer zo snel. Hierdoor kunnen bedrijven hun infrastructuur veel sneller aanpassen.Verder hebben we veel vooruitgang geboekt met opslagbeheer. Nieuw is dat je nu een opslagsysteem rechtstreeks kunt opdragen om zijn data naar een andere storage controller te verplaatsen. De hostcomputer wordt dus niet meer belast met alle overhead. Opslagleveranciers als EMC en NetApp zijn al druk bezig hiervoor de nodige plug-ins uit te brengen.”

VMware zegt dat het klanten in staat wil stellen langzaam naar een cloudinfrastructuur toe te groeien. Is dat dan zo bijzonder?

“Ja. Klanten denken bij cloud computing vaak aan aanbieders als Google, waarvoor ze echt nieuwe applicaties (Google Apps) nodig hebben. Maar je kunt ook je eigen datacenter virtualiseren en daarvan door het installeren van vSphere een private cloud maken. Je kunt je bestaande investeringen in servers, besturingssystemen en kennis daarin meenemen. Als je er zelf klaar voor bent, kun je vervolgens eventueel besluiten om deels of geheel naar een publieke aanbieder te gaan.Een van de redenen dat bedrijven voor een public cloud provider kiezen, is dat de kostprijs per uur vele malen lager ligt dan wanneer ze dezelfde workloads op hun eigen infrastructuur draaien. Denk aan alle kosten van hardware en software, energie, systeembeheerders enzovoort. Naast kosten speelt ook schaalbaarheid een rol. Als bedrijven die nog vastzitten aan de traditionele manier van denken nieuwe diensten in gebruik willen nemen, moeten ze vaak een aantal weken uittrekken voordat de nieuwe servers er zijn, de software geïnstalleerd is en de bekabeling is aangepast. Door aan te sluiten op een externe cloudprovider is het een kwestie van wat muisklikken en je hebt een nieuwe virtuele machine. Op die manier kun je heel snel groeien.Een derde punt draait om beschikbaarheid en zekerheid. Bedrijven kunnen met externe cloudproviders bijvoorbeeld een contract voor disaster recovery afsluiten. Alle applicaties draaien intern, maar als er iets fout dreigt te gaan, kan alles direct door middel van ‘long distance vMotion’ naar de provider worden verplaatst. Als het daarvoor al te laat is, kunnen bij de provider back-ups worden opgestart. Je zou als klant contractueel een heel laag basistarief kunnen bedingen en pas meer gaan betalen als je de back-up- en recoverydiensten daadwerkelijk gebruikt.”

Zit je met vSphere niet vast aan een bepaalde public cloud provider? Hoe makkelijk is het om te switchen als je niet tevreden bent of elders goedkoper terechtkunt?

“Klanten kunnen met vSphere wereldwijd kiezen uit 2100 cloudproviders die onze vCloud API gebruiken en allemaal compatibel zijn met elkaar. Daar zitten partijen bij als Terramark [een dienstverlener waar VMware een belang in heeft] maar ook aanbieders als AT&T, Atos Origin, Capgemini, Easynet, T-Systems en Verizon. Een klant die bijvoorbeeld contracten heeft bij Terramark en Easynet en over een van de twee niet tevreden is, kan heel eenvoudig naar de andere provider gaan.”

Veel organisaties vertrouwen de beveiliging bij cloud computing niet. Hoe riskant is het om vertrouwelijke bedrijfsgegevens op dezelfde infrastructuur te laten draaien als je concurrent?

“Daar bestaat inderdaad wel angst over. Coca-Cola wil natuurlijk nooit dat hun geheime recept op dezelfde infrastructuur komt te staan die hun grote concurrent Pepsi ook gebruikt. Vandaar dat wij de mogelijkheid bieden om per datacenter te bepalen welke virtuele machine daar mag draaien en welke niet.Daarvoor gebruiken we vijf beveiligingsniveaus. Een applicatie met level 1 mag bijvoorbeeld alleen in je eigen datacenter draaien. Heb je bij een externe provider een hele goede beveiliging, op niveau 2, dan mogen alle virtuele machines van security level 2 tot en met 5 daar draaien. Wij garanderen dat een VM waarvan de klant aangeeft dat hij security level 1 heeft, nooit op een datacenter met level 2 of lager zal draaien.”

Virtualisatie lijkt tot nu toe vooral een zaak van de grootste ondernemingen.

“Integendeel, ook in kleinere bedrijven neemt virtualisatie een hoge vlucht. Wij hebben ons klantenbestand in ‘small and medium business’ (SMB) in twee jaar verdrievoudigd. De SMB-markt is in aantallen klanten onze grootste markt en groeit bovendien het snelst.Kortgeleden hebben we een aantal SMB-aankondigingen gedaan. Een daarvan is dat vMotion, voor het ‘live’ verplaatsen van virtuele machines tussen servers, nu ook verkrijgbaar is als onderdeel van de pakketten vSphere Standard of vSphere Essentials Plus. Daar zit nog een pakket onder, vSphere Plus, dat in prijs is gehalveerd tot 495 dollar (circa 400 euro). Dat product is geschikt voor zes processors, waarbij ook multicoreprocessors worden ondersteund. Je hoort vaak dat VMware een dure oplossing is, maar voor 83 dollar per processor heeft een SMB-bedrijf alle noodzakelijke onderdelen, inclusief voorzieningen voor back-ups. Ik denk dat we daarmee allesbehalve duur zijn.Een andere belangrijke aankondiging gaat over de manier waarop bij interne clouds kosten worden toegerekend. Daarvoor hadden we al het product VMware Chargeback. Er bleek echter een conflict te ontstaan in de manier waarop wij onze software per processor licenseerden en de interne toerekening naar het aantal gebruikte resources of virtuele machines. Daarom zijn wij nu ook voor onze managementproducten overgestapt van licenties per CPU naar licenties per virtuele machine. Klanten mogen bestaande licenties gewoon houden, of ze naar keuze inruilen voor licenties van het nieuwe type.” automatiseringgids.nl Dossier cloud computing

Performance

‘Just enough OS’

Direct na de zomer organiseert VMware weer zijn jaarlijkse gebruikersconferenties. Van 30 augustus tot 2 september vond VMworld USA plaats in San Francisco. Anderhalve maand later, van 12 tot 14 oktober, is de Europese editie gepland in het Bella Center in Kopenhagen.Annonceringen waren bij het ter perse gaan van dit nummer nog niet gedaan, maar een van de zaken waar meer details over verwacht werden, is een product dat nu nog bekend is onder de codenaam Redwood. Jeremy van Doorn omschrijft Redwood als een soort webportal waar IT-beheerders de gewenste computerfaciliteiten bij cloudproviders kunnen aanvragen en configureren. Zo zal het mogelijk zijn met enkele muisklikken een nieuwe virtuele machine aan te maken op basis van een template en deze bij een serviceprovider naar keuze uit te rollen. Op dit moment is nog geen exacte beschikbaarheidsdatum bekend.Paul Maritz, de hoogste baas van VMware, zei onlangs dat besturingssystemen als Windows steeds minder relevant worden. Een opmerkelijke uitspraak, mede omdat Maritz ooit bij Microsoft aan de wieg stond van Windows NT.Van Doorn: “Veel functionaliteit van het operating system (OS) zit tegenwoordig in de hardware of in de hypervisor. Op die manier krijgt een OS steeds minder toegevoegde waarde. Onze term daarvoor is ‘Just Enough OS’ (JEOS). De besturingssystemen worden steeds kleiner en beperken zich tot één specifieke taak. Dat is waar Maritz op doelt.”Het ultieme voorbeeld is BEA Systems, een bedrijf dat later door Oracle is overgenomen. Zij vroegen zich af waarom hun software boven op een OS moest draaien als die eigenlijk voldoende had aan een Java Virtual Machine, een heel kleine subset van het OS. Die hele laag ertussen kostte alleen maar rekenkracht, geheugen en opslagruimte. BEA ontwikkelde een eigen oplossing, Liquid VM, waardoor de Java Virtual Machine direct op de hypervisor kon draaien zonder OS: het resultaat was dat de performance met 30 procent verbeterde.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!