Virtualisatie knaagt aan licenties

12 juni 2009

Chris Ingle, analist bij IDC, is ervan overtuigd dat de manier waarop software afgerekend wordt, drastisch zal veranderen in de komende jaren. “Nu berekent men licenties op heel veel verschillende manieren; per fysieke server, per gebruiker, aan de hand van het geheugengebruik, of het processorgebruik. Eigenlijk is dat nogal chaotisch.”

De groeiende populariteit van virtualisatie zal tot grote veranderingen leiden in de licentiemodellen. Een op de vijf servers die nu in gebruik is, herbergt virtuele servers. Dat is een relatief klein aantal, maar het is wel groeiende. Het zijn nog vooral de grotere applicaties die op virtuele servers worden gedraaid. Daarom is het nog niet problematisch dat slechts een minderheid van de leveranciers zijn licentiemodellen afstemt op virtualisatie.

“Dat wordt het wel als straks het gebruik van virtualisatie toeneemt”, zegt Ingle. “Terwijl virtualisatiesoftware de leveranciers juist mogelijkheden biedt voor een betere berekening van de werkelijke gebruikskosten. De hypervisor verzamelt immers zeer gedetailleerde informatie over de resources die de software gebruiken. Traditionele software beschikt niet over een mechanisme dat dat kan.”

Verandering van de licentiemodellen is hard nodig. Gebruikers van een gevirtualiseerde serveromgeving kunnen op hoge licentiekosten stuiten als hun softwareleveranciers nog werken met modellen die zich louter baseren op fysieke servers. Immers, voor elke fysieke server waar de virtuele omgeving zich over verspreidt, moeten licenties worden betaald. Als een leverancier zich daar strikt aan houdt, wordt het voor de gebruiker moeilijk om besparingen te realiseren met virtualisatie.

“De meeste bedrijven werken nu op basis van softwarelicenties die ze afgesloten hebben voordat virtualisatie aan de orde was. De vraag is, hoe je de prijsmodellen zo aanpast dat virtualisatie daar in wordt opgenomen”, zegt Stewart Buchanan, analist bij Gartner. Dat is niet eenvoudig. “Je koopt met een licentie het recht om software te gebruiken. Maar er wordt vaak niet gerekend voor wat je gebruikt, maar voor het recht om die software te installeren op een fysiek systeem. Dan wordt het erg moeilijk om virtualisatie in te passen.”

Ook de beweeglijkheid in gevirtualiseerde omgevingen maakt het moeilijk. Buchanan: “Bij servervirtualisatie werk je met virtuele machines die zich snel kunnen verplaatsen om optimaal te profiteren van de beschikbare capaciteit. Dat levert veel flexibiliteit op. Een leverancier die als gevolg daarvan de licentieregels verandert, kan een jaar later weer moeten veranderen, omdat de ontwikkelingen hierin ook heel snel gaan. Nu kan een virtuele server één fysieke server omvatten, straks kan dat heel goed een complete straat met servers omvatten. Leveranciers houden goed in de gaten wat daar de kostenimplicaties van kunnen zijn.” Daar komt bij dat de economische situatie zodanig is dat klanten inzetten op lagere tarieven.

Buchanan: “Softwareleveranciers zullen pas de licentiemodellen veranderen als dat in hun voordeel is. Microsoft doet dat nu, maar veel andere leveranciers worstelen er nog mee. Bovendien zal een wijziging niet betekenen dat klanten ook echt minder gaan betalen. Een enkeling hoogstens.”

Maar veranderingen zullen er hoe dan ook komen, meent Buchanan: “Het ligt voor de hand dat er niet meer gemeten zal worden per core of processor. Maar de definiëring in contracten van het begrip ‘virtuele server’ zijn nog erger. Je denkt dat je het oplost met betere voorwaarden, maar wat betekenen die over drie tot vijf jaar als de technologie weer veranderd is en wat als je het naar de cloud verplaatst?”

Ingle van IDC gelooft niet dat klanten er nog wijs uit kunnen. “Ze denken zelf van wel, maar uit een onderzoek enkele maanden geleden onder Britse gebruikersorganisaties bleek dat die op veel vragen het antwoord echt niet wisten. Dat betekent dus dat ze te veel of soms te weinig geld wordt uitgeven aan softwarelicenties. Ze hebben er dus niet goed de controle over. Men weet ook vaak niet welke software in gebruik is en hoeveel licenties daarvoor genomen zijn.” En duidelijkheid verkoopt makkelijker, ook al is dat niet de voordeligste vorm.

Ingle: “Er wordt nu per server gerekend. Dat zie je als klant en dat snap je. Dus dat is makkelijk voor de klant en de leverancier. Maar het geeft niet weer hoeveel resources je nu werkelijk gebruikt van een server. Dat kan variëren van 1 tot 90 procent.”

De manier waarop cloud-leveranciers het gebruik van hun diensten afrekenen, zal volgens Ingle grote invloed hebben. “Dat is heel transparant. De prijslijsten staan op de website en die kun je inzien. Daar valt niet echt iets aan te onderhandelen. Dat gaat per gebruiker. Ze weten hoeveel mensen inloggen en rekenen daarnaar. Leveranciers sturen om de zoveel tijd iemand langs om je onderhoudscontracten te verkopen, upgrades, langlopende eeuwige contracten. Bij clouds heb je dat niet. Je hebt ook een goede match tussen wat je gebruikt en wat je betaalt. Dat gaat het zakelijke model van de leverancier wel veranderen, want hij heeft geen constante inkomstenstroom meer.”

Buchanan ziet zo’n omslag voorlopig nog niet gebeuren. “Het is moeilijk om harde meetgegevens te krijgen – hoe meet je het gebruik in realtime. Dat kan per uur verschillen en dat is moeilijk te meten. Dat lukt alleen in de zeer volwassen omgeving van het mainframe. Met het x86- en Unix-platform kan het nog niet.” Een oplossing moet collectief gedragen worden door de industrie.

Buchanan: “Een individuele leverancier kan dit niet oplossen. Ook Microsoft bijvoorbeeld heeft niet algehele controle over het x86-platform. Maar als de leveranciers het niet oplossen, zullen klanten hun software anders inkopen; via outsourcers of via business process utitilities.”

Een industriestandaard is volgens hem de oplossing. Het vergt echter veel tijd een dergelijke standaard te realiseren. “Een verandering naar een abonnementsmodel is een alternatief, maar niet universeel aanvaard. Bovendien zijn niet alle leveranciers het erover eens dat het systeem kapot is.”


‘Wij kijken puur naar het gebruik’
Bij Exact speelt virtualisatie geen rol in de licentievoorwaarden. “Wij gebruiken ook technologieën van derden en lijken daardoor soms wel een assemblagebedrijf. Dat vereist dat wij de licentievoorwaarden van die leveranciers moeten kennen, ook al omdat onze klanten in het mkb zitten en vaak gewoon een oplossing van ons wil horen”, zegt technisch directeur Aad van ’t Hart. Maar daar blijft het bij.

Van ’t Hart: “Onze situatie is eenvoudig. Wij kijken niet naar hoeveel keer je onze software installeert op hoeveel servers. Wij kijken puur naar het gebruik. Wie een licentie van onze software koopt, koopt die voor het administreren van een x aantal bedrijven met een x aantal gebruikers. Voor ons maakt het niet uit of het op een single of een multicoreprocessor wordt geïnstalleerd of op een fysieke of virtuele server.

Klanten zijn wel geïnteresseerd in virtualisatie, weten we, maar ze vragen ons er zelden naar. Neem een bedrijf met vier bv’s met twintig administrerende gebruikers. Als de IT-afdeling dat gaat virtualiseren, merken die gebruikers daar niets van. Je ziet aan onze software niet of het onderliggende besturingssysteem gevirtualiseerd is of niet. We krijgen wél veel vragen of onze software wel werkt in een gevirtualiseerde omgeving.

De trend is dat veel grote bedrijven hun IT-omgeving centraliseren en virtualiseren. Maar we weten niet of en wanneer klanten van ons overgaan op een gevirtualiseerde omgeving. We gaan ons licentiemodel ook niet veranderen door het SaaS-aanbod. Wel hebben we Exact Online en daarvoor moet gewoon een vast bedrag per maand worden betaald per gebruiker en per bedrijf. Maar ik kan een klant van Exact Online er toch niet over lastigvallen of wij dat in een gevirtualiseerde omgeving doen?”

Van ’t Hart verwacht niet dat Exact ooit iets met virtualisatie zal doen in zijn licentiestructuur. “Dat is voor ons gewoon niet te meten. Onze huidige manier is daarentegen heel makkelijk te meten. Gewoon tellen: voor hoeveel bedrijven wordt het gebruikt en voor hoeveel gebruikers. En maak je een extra bedrijf aan voor de software en heb je daarvoor geen licentie, dan kan dat gewoon niet."

"Maar stel je nou eens voor dat een bedrijf onze software nog eens installeert op een gevirtualiseerde omgeving. Dat kunnen wij niet zien. Voor ons is Windows Server Windows Server. Ik zie ook niet waarom we het anders zouden moeten willen. We proberen het doorzichtig te houden voor klanten. Onze klant is een andere dan die van Microsoft of HP. Dat is niet de IT-afdeling maar mensen bij sales of de financiële administratie. Die begrijpen niet waar je het over hebt als je het over virtualisatie gaat hebben in je offerte. Hij wil wel begrijpen waar hij voor gaat betalen en als hij het niet begrijpt, is de boel doodgewoon moeilijker te verkopen.”

‘Elke instance vereist een licentie’
Triangle Solutions in Drachten heeft als belangrijkste product de monitoringsoftware TSMS. In het licentiemodel wordt duidelijk rekening gehouden met virtualisatie.

Gebruikers moeten een licentie aanschaffen voor elke geïnstalleerde virtuele server. “Wij gaan uit van het aantal geïnstalleerde besturingssystemen, of dat nu Windows, Linux of Unix is”, zegt Jacco Bruins Slot van Triangle. “Van oudsher rekenden wij een licentie per fysieke server. Klanten die overstapten van zeg tien fysieke servers naar drie fysieke maar daar tien gevirtualiseerde servers op laten draaien, betalen gewoon voor die tien servers. Het maakt ons niet uit of ze fysiek of virtueel zijn. Elke instance vereist een licentie. Men moet tenslotte toch ook tien keer Windows of Linux installeren.”

Triangle hanteert dit licentiemodel al zes jaar. Bruins Slot: “Ook het aantal processors dat toegekend is aan virtuele servers maakt niet uit. Je kunt er zoveel aan toekennen als je wilt. Voorheen keken we wel naar het aantal processors maar daar zijn we van afgestapt. Dat leverde op den duur allerlei problemen op toen men multicore- en multiprocessors ging gebruiken.”

‘Een klant betaalt één keer per licentie’
TOPdesk in Delft is de leverancier van de gelijknamigeservice managementsoftware aan inmiddels ruim drieduizend klanten. Het licentiemodel is eenvoudig, laat commercieel directeur Ramon van Leeuwen weten. “We houden het graag simpel en duidelijk voor onze klanten. Waarom zou je het ingewikkelder maken dan nodig is?” Een klant betaalt één keer per licentie en die is weer gebaseerd op het aantal eindgebruikers (‘nodes’) dat de servicedesk met de software ondersteunt. Neemt dat aantal toe, dan kan de klant de licentie eenvoudig uitbreiden. Van Leeuwen: “We willen voorkomen dat klanten die ‘uit de licentie lopen’ op dat moment besluiten een andere oplossing te kopen.”

Controleren doet TOPdesk niet, benadrukt Van Leeuwen. “Het is een gentlemen’s agreement; de klant laat het weten als er meer gebruikers zijn bijgekomen.”

Het pakket is modulair opgebouwd, per beheerproces. Klanten nemen alleen modules af voor processen die ze ermee willen ondersteunen. “Wij doen niet aan ‘named and concurrent users licensing’. Dit is veel prijsconcurrerender.”

Met al of niet gevirtualiseerde omgevingen houdt TOPdesk in het geheel geen rekening en Van Leeuwen ziet dat ook niet veranderen in de nabije toekomst. “Onze software is volledig onafhankelijk van virtualisatie. De software zorgt voor ondersteuning van de eindgebruiker. Hoe dat technisch is geïmplementeerd, maakt niet uit.”

Licentiestructuur aangepast aan de bijzon dere eisen die virtualisatie stelt
Microsoft heeft zijn licentiestructuur vorig jaar grondig aangepast, vooral met het oog op het gebruik van zijn software in gevirtualiseerde omgevingen. Klanten zijn daar over het algemeen goedkoper mee uit. Voor Microsoft is het een instrument om flink positie te veroveren in de virtualisatiemarkt. Het is een van de weinige softwareleveranciers die een uitgekristalliseerde licentiestructuur heeft waarin heel sterk rekening wordt gehouden met virtualisatie. Niet zo verwonderlijk, want Microsoft heeft grootse plannen op het gebied van virtualisatiesoftware. Met zijn licentievoorwaarden zijn klanten in elk geval voordelig uit. Voordeliger vaak dan bij de concurrenten, waardoor virtualisatie ook binnen het bereik komt van het mkb. En daarmee boort Microsoft een zeer grote markt aan. Het gevolg zal zeker zijn dat andere leveranciers op termijn hun licentieprogramma’s ook zullen toespitsen op gevirtualiseerde omgevingen. Maar tot nu toe is dat maar een enkeling gegeven.

“Veel leveranciers worstelen nog met hun licentiemodellen, maar Microsoft verwerkt het voordeel van virtualisatie in zijn producten en licenties”, zegt Stewart Buchanan van Gartner. Hij is goed te spreken over de nieuwe licentiestructuur. “Klanten hebben er profijt van, maar Microsoft zelf ook. Microsoft heeft een manier gevonden om eraan te verdienen. In feite rekenen ze je nu meer als je de datacenterversie aanschaft voor Windows Server 2008 om een ongelimiteerd aantal OS Environments te draaien.”

Robert Bakker, Product Solutions Manager System Center bij Microsoft en in die functie verantwoordelijk voor de beheer- en virtualisatieproducten, vindt de licentiestructuur van Microsoft op dit gebied niet ingewikkeld. “Wat het complex maakt voor klanten is dat ze bij verschillende leveranciers met verschillende licentiemethodieken te maken hebben.”

Microsoft heeft het in elk geval voor zichzelf duidelijk op een rijtje.

Basis Server Virtualisatie is mogelijk met de gratis Hyper-V Server, die los gedownload kan worden. Voor servervirtualisatie op basis van Windows Server 2008 zijn drie versies verkrijgbaar.

1.De standaarduitvoering. Aankoop van een licentie voor de fysieke host geeft het recht om één virtuele instance te draaien.
2. De enterprise-uitvoering. Hierbij geeft een licentie het recht om op een fysieke host vier virtuele OSE’s te draaien.
3. De datacenteruitvoering. Een licentie hiervoor geeft het recht een onbeperkt aantal OSE’s te draaien. Daarbij gaat het om een licentie per processor. En een processor is een fysieke socket. Hoeveel cores daarin zitten, doet er niet toe voor de licentie.

Voor alle versies geldt een regeling voor applicatieportabiliteit. In de oude situatie gold dat als een klant Server Software van zijn gevirtualiseerde server verdeeld had over tien servers, hij ook licenties moest hebben voor die tien servers. Sinds medio 2007 gelden hiervoor prettigere regels. Heeft hij bijvoorbeeld een licentie voor Exchange, dan rekent hij alleen af voor de server waarop Exchange draait. Ook kan de klant servers voorconfigureren en op de plank houden. Daar hoeft hij ook pas voor te betalen als hij ze in gebruik neemt.

Voor serverapplicaties is vooral de applicatieportabiliteit van belang. Exchange Server wordt per installatie afgerekend. Dat geldt ook voor SQL maar dit is ook in een ‘per processor’-licentie af te nemen als dit voor de gebruiker goedkoper blijkt. Daarbij gaat het om de processors in de fysieke host. Heeft die fysieke server twee processors met bijvoorbeeld vier cores elk, maar gebruik je als klant er daarvan maar één bij de virtualisatie, dan hoef je maar één licentie af te nemen. Er is dus geen onderscheid meer tussen de fysieke en de virtuele resources.

Draait SQL Server bijvoorbeeld op een van twintig fysieke servers, dan betaalt de gebruiker alleen voor de ene virtuele server, waar hij ook draait.

Microsoft System Center is het portfolio beheersoftware van Microsoft. Het bedrijf biedt de beheerlicenties voor de System Center-producten aan in een suite, SMS Enterprise. Deze suite bevat onder meer tools voor de installatie van het besturingssysteem, voor monitoring, patchmanagement, een tool voor inrichten van het virtuele beheer en een voor het maken van back-ups.
Een licentie geldt voor de gehele suite. Deze wordt toegewezen aan de fysieke host, ongeacht het aantal virtuele servers dat daarop draait.

Voor applicaties die niet probleemloos op één systeem naast elkaar kunnen draaien, is er het Desktop Optimization Pack, M_Dop. De technologie kan voor de meeste applicaties gebruikt worden en moet het beheer van dynamische werkplekken makkelijker maken. Hiervoor moet een licentie per gebruiker aangeschaft worden, voor overigens nog geen 10 euro.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!