Van videotapes naar terabytes Publieke omroepen digitaliseren hun productieproces

13 oktober 2005
Hoe versturen de publieke omroepen hun programma’s naar het uitzendcentrum van het NOB? ‘Een gepensioneerde medewerker die rondfietst met wat tapes onder zijn snelbinders’, was een meermalen gehoord antwoord, toen enkele jaren geleden geïnventariseerd werd welke efficiëntievoordelen er door digitalisatie te behalen zouden zijn. De scepsis was een jaar of vier geleden bij de omroepen vrij groot, omdat slechts weinigen het gehele productieproces voor ogen hadden. En juist dáárin zit het voordeel, betoogt Cees de Bruin, hoofd afdeling Technologie & Distributie van de overkoepelende Publieke Omroep. "Probeer maar eens in een business case aan te geven dat het proces efficiënter kan. Pas toen we vragen bleven stellen als ‘wat doe je daarna met die banden?’, ‘hoe regel je het hergebruik?’ en ‘wat doe je als je even snel wat productiemateriaal nodig hebt?’, zag men er bij de omroepen wel wat in. Dat heeft vrij veel tijd gekost." Het doorlichten van alle processen bij de omroepen leidde uiteindelijk tot het inzicht dat er met digitalisatie zo’n zes à zeven miljoen euro te besparen zou zijn.
Dat een kant-en-klaar programma dat tot dusver op een tape wordt vervoerd, binnenkort als digitaal videobestand via een glasvezelverbinding naar de uitzendfaciliteit van NOB wordt verstuurd, maakt niet alleen de koerier overbodig. Er zijn veel kleine logistieke voordelen. De Bruin: "Het gaat om de hoeveelheden bandjes, de opslag en het transport en de administratie die daar omheen hangt: faxen sturen en bellen over waar een tape is en toestemming vragen om iets te zien." Ook als een regisseur voor een nieuwe productie bijvoorbeeld zoekt naar een ‘donker type, 45 jaar, en die zat al eens in die en die serie’, is een gedigitaliseerd proces veel handiger. "In de huidige situatie moeten banden met uitgezonden materiaal worden opgevraagd met alle administratie van dien. In de nieuwe situatie zijn de beelden ontsloten met metadata en kun je snel naar beeldenwisselingen kijken of namen zoeken. Je haalt het on-the-fly naar je desktop en je bekijkt het in een ‘browse’-kwaliteit van 1,5 megabit per seconde en bestelt het en je hebt het snel binnen." De totale inventarisatie van dat soort dingen bleek een eye-opener. "Mensen die die taken nu zelf doen zeggen vaak ‘ach, dat doe ik erbij’. Maar al die dingen moet je meetellen."
De Digitale Voorziening komt voort uit de idee ‘dat een aantal dingen in het digitale tijdperk toch efficiënter moet kunnen’. Een gedachte die tegelijk opkwam bij de Publieke Omroep-koepel, bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (het archief) en bij de facilitaire organisatie NOB. Dat het project nu in samenwerking met een tiental omroeporganisaties daadwerkelijk van de grond komt, vervult De Bruin met enige trots.
"Eigenlijk is er geen voorbeeld in de wereld waar men met zoveel partijen op zo grote schaal zoiets voor elkaar probeert te krijgen. Je ziet wel delen ervan bij bijvoorbeeld BBC of CNN, maar daar is over het algemeen sprake van een eenduidig aanleveringsproces en vooral van één partij die bepaalt hoe en onder welke voorwaarden dat gebeurt. Hier praat je over tien omroepen die digitaal moeten aanleveren." Daarbij moet ook nog eens gezorgd worden voor goede metadata, dus gestandaardiseerde digitale beschrijvingen van die programma’s, zodat iedereen over de juiste gegevens beschikt voor bijvoorbeeld rechtenverantwoording, programmering en hergebruik. "Dan is er de centrale partij NOB, die formeel de uitzendtaak voor de omroepen heeft en zijn hele techniek ervoor moet inrichten. Vervolgens moet het materiaal naar Beeld en Geluid, die het digitaal moet opslaan en ontsluiten, gebruik makend van die metadata en dat dan zowel in hoge als in lage resolutie."
Het was oorspronkelijk de bedoeling de eerste fase deze zomer op te leveren. Dat heeft vertragingen opgelopen, omdat de omroepen meer tijd nodig hadden voor het testen. Nu zal in december de technische migratie en het schaduwdraaien beginnen, waarna vanaf april operationeel met het nieuwe systeem zal worden gewerkt. De Bruin: "Dat betekent dat een flink aantal partijen dan binnen een jaar voor 80 procent op een tape-loze aanlevering overschakelt."
Uiteraard moesten de omroepen overeenstemming bereiken over de technische aanpak. "Maar dat is in de huidige praktijk natuurlijk ook zo", zegt projectleider Rudolf van Beijmerwerdt van Publieke Omroep. "Op welk moment programma’s aangeleverd moeten worden, in welk videoformaat en wat voor gegevens er geleverd moeten worden. Je ziet wel dat dat in de huidige situatie een arbeidsintensief proces is. Waar we naar toe gaan is een situatie waarin de standaardisatie vergelijkbaar is met die van nu, maar meer geformaliseerd in geautomatiseerde systemen."
Na uitgebreid testen is een uitzendstandaard vastgesteld. Dat wordt het formaat ‘D-10’ in twee varianten, van 30 en van 50 megabit per seconde. "Omroepen houden wel de vrijheid om eigen productieformaten te kiezen. Dat is ook vergelijkbaar met de huidige situatie. Bepalend daarvoor is bijvoorbeeld de herkomst van het materiaal. Satellietmateriaal stelt lagere eisen aan de resolutie dan een dramaproductie."
Waar ook uitvoerig naar is gekeken is de standaard voor de metadata. Van Beijmerwerdt: "Het archief wil zoveel mogelijk informatie hebben, want dat maakt ontsluiten een stuk makkelijker. Voor omroepen is het een extra klus om dat er allemaal aan toe te voegen. Maar iedereen is zich inmiddels bewust van de samenhang van alle projecten. De omroepen zijn op hun beurt ook weer klant bij Beeld en Geluid dus hebben ze er belang bij dat dingen makkelijker terug zijn te vinden."

Alles draait om het archief
De technologie op het Hilversumse Media Park is inmiddels fors uitgebreid. Voor De Digitale Voorziening is een vijftigtal servers geïnstalleerd met Solaris, Linux en Windows als besturingssysteem, evenals een aantal opslagomgevingen. Sony is door NOB als hoofdaannemer ingeschakeld en heeft met name zijn tape-opslagsysteem Petasite geleverd. Marcel Opsteegh, senior consultant bij het AV Expertisecentrum van NOB, legt uit dat De Digitale Voorziening ‘archive-centric’ is. "Alles gaat naar een centrale opslagomgeving, met een capaciteit van ongeveer 25 dagen aan tv-programma’s." Afgezien van de centrale opslagsystemen is er ook een aantal buffersystemen geïnstalleerd, zoals de ‘ingest buffer’, waar de omroepen hun materiaal naar toe sturen, en uitzendservers, die door de centrale eindregieën worden aangesproken.
Afhankelijk van de aard van de data wordt één van de drie lagen in de opslaginfrastructuur gebruikt. De metadata, waarin beschrijvingen en andere gegevens over de programma’s zijn vervat, staan in een snel toegankelijke database. "Die bovenste laag is typisch Fibre Channel-opslag." Daaronder zit een opslaglaag voor kopieën van het materiaal in een lage resolutie, die door omroepmedewerkers kunnen worden bekeken. "Dat is MPeg-1 van 1,5 megabit per seconde, maar uitgebreid met tijdcodes en keyframes. Daar gebruiken we FATA-storage voor; ATA-schijven met een Fibre Channel-interface." Daaronder zit het feitelijke beeldmateriaal in hoge resolutie in het D10-formaat, dat op SAIT-1-datatape wordt opgeslagen. "Van dat hoge-resolutiemateriaal is het niet erg als het een minuutje duurt voordat de datatape gemount is." Het materiaal vergt maximaal 64 Mbit/s - de beeldgegevens, audiosporen en metadata. "Dus dan praat je over maximaal 27 gigabyte per uur. Het duurt ongeveer 15 minuten om dat te transporteren, dus die minuut maakt niet zo heel veel uit. Tape blijft voor dit soort toepassingen dus interessant."
De Digitale Voorziening is qua opslag eigenlijk relatief ‘klein en vluchtig’, meent Opsteegh. De opslag omvat nu ongeveer 40 terabyte aan schijfopslag en enkele honderden terabytes aan datatape. "Maar dat zijn we al aan het uitbreiden omdat diezelfde infrastructuur ook voor de langetermijnopslag wordt gebruikt." Alles wat uit De Digitale Voorziening komt en Nederlands geproduceerd materiaal is, wordt naar het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid gestuurd, dat ook op het Media Park is gevestigd. Het Digitaal Archief, een project dat in het verlengde ligt van DDV, behelst de permanente archivering van de tv-programma’s. "We proberen daarvoor zoveel mogelijk gebruik te maken van dezelfde basisinfrastructuur. Daarom hebben we het Petasite-systeem net met 1,3 petabyte (1300 terabyte) aan datatapes uitgebreid." De dagelijkse aanwas van dat materiaal is ongeveer 500 GB per dag. Ook wordt er momenteel ongeveer 1,5 terabyte aan bestaand analoog beeldmateriaal gedigitaliseerd.
Het realtime-aspect van programma’s uitzenden stelt bepaalde eisen aan de apparatuur. Opsteegh ziet de scheiding tussen die broadcast-systemen en de andere ICT-spullen wel vervagen. "Je ziet steeds meer dat je niet die speciale tuning nodig hebt en meer standaard ICT-spullen kunt gebruiken. Als het niet realtime is, dus niet een systeem waar je direct van uitzendt, voldoen standaard spullen zeker. Dan praat je bijvoorbeeld over een storageomgeving van HP, of een standaard-SAN op basis van Cisco-technologie. Aan de realtime-kant is er ook een storage area network, maar apart. Dat soort apparatuur kopen wij gewoon getuned bij bedrijven die daar in gespecialiseerd zijn, zoals Grass Valley. Maar als je daar meer in detail naar kijkt, dan zie je veel hard- en softwarecomponenten van gangbare IT-leveranciers. Je kunt het alleen zelf niet nabouwen."
De grootste uitdaging vindt Opsteegh de integratie van alle verschillende systemen die onderling informatie moeten uitwisselen. De uitwisseling van metadata gebeurt bijvoorbeeld allemaal via web services. "Dat is wel een goede keus gebleken, maar het heeft veel moeite gekost om dat allemaal werkend te krijgen."
 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!