Trends in virtualisatie in kaart

22 juli 2011

Het onderzoek is uitgevoerd door Vanson Bourne, een onafhankelijk marktonderzoeksbureau. Het rapport brengt drie aspecten van virtualisatie in kaart: penetratieratio, consolidatieratio en gebruikte hypervisor.

Veeam wil het onderzoek elke kwartaal herhalen en op die manier de ontwikkeling van de virtualisatie voor alle geïnteresseerden structureel in kaart brengen. Volgens Ratmir Timashev, algemeen directeur van Veeam, is bestaand onderzoek naar virtualisatie van bureaus zoals Gartner voor veel bedrijven moeilijk toegankelijk omdat er stevig voor betaald moet worden. De gegevens die Vanson Bourne verzamelt, zijn vrij toegankelijk (www.v-index.com). Timashev hoopt dat rond deze site een ‘community’ ontstaat waar gebruikers in debat gaan en eigen informatie over virtualisatie bijdragen.

Voor de eerste peiling zijn in juni 544 grotere ondernemingen in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland via internet ondervraagd. Daarvan heeft ruwweg twee derde deel tussen de duizend en drieduizend werknemers en is de rest nog groter. Veeam overweegt in volgende peilingen ook kleinere bedrijven toe te voegen, zegt Timashev: “Dat is een heel interessante markt. De hele slag rond virtualisatie tussen VMware en Microsoft zal zich de komende paar jaar in het mkb afspelen.”

Gemiddeld hadden de onderzochte organisaties 664 fysieke servers, 113 fysieke hosts en 470 virtuele machines. De penetratieratio van virtualisatie is uitgedrukt in een percentage van alle servers, zowel de fysieke als de virtuele. Deze maatstaf wordt door de onderzoekers als de ‘V-index’ gedefinieerd. In Frankrijk blijkt de V-index met 45,5 procent het hoogst. Met het aantal virtuele machines per fysieke host is het Verenigd Koninkrijk juist weer koploper. Deze zogeheten consolidatieratio ligt in Britse bedrijven op 7,3.

Opvallend is het verschil tussen de feitelijke (berekende) consolidatie en de perceptie. Gemiddeld schatten de ondervraagden dat in hun organisatie per fysieke host 9,8 virtuele servers draaien. In werkelijkheid zijn het er veel minder: gemiddeld 6,3. In Frankrijk is het verschil tussen perceptie en werkelijkheid het grootst: tegenover een vermeende consolidatieratio van 11,3 staat een gemeten ratio van slechts 5,8. Ook Amerikaanse ondervraagden slaan de plank ver mis: ze denken dat op elk van hun servers 11,2 virtuele machines zijn geïnstalleerd, maar in feite zijn het er maar 6. Veeam-CEO Timashev verklaart de kloof tussen perceptie en werkelijkheid aldus: “We hebben mensen ondervraagd die virtualisatieprojecten uitvoeren en datacenters beheren. Zij hebben een hogere dunk van zichzelf dan de realiteit rechtvaardigt. Ze willen goede sier maken tegenover het hogere management, dus stellen ze het rendement van hun virtualisatieproject beter voor dan het werkelijk is.”

In andere onderzoeken naar servervirtualisatie duikt VMware steevast op als verreweg de grootste leverancier. Daarom is de peiling van Vanson Bourne op het punt van de gebruikte hypervisor op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. Van de onderzochte bedrijven zou namelijk 20,2 procent Xen van Citrix als primaire hypervisor gebruiken en nog eens 18,6 procent Hyper-V van Microsoft. Voor de hypervisors van VMware (ESX, ESX1, vSphere) blijft dan 58,2 procent over en 3 procent voor andere leveranciers.

Deze verdeling wijkt ver af van die uit andere rapporten, waarin VMware minimaal een marktaandeel van 70 tot 80 procent op de server wordt toebedeeld. Onderzoeksbureau Vanson Bourne vermoedt dat een deel van de bedrijven ten onrechte hun servers voor Virtual Desktop Infrastructure (VDI) hebben meegeteld, omdat die technologie ook op servers is gebaseerd. Volgens Timashev wordt nu overwogen in volgende onderzoeken apart te informeren naar de desktop en het verschil met servervirtualisatie duidelijker aan te geven.

Voor wat de nu gepresenteerde cijfers over hypervisors waard zijn: ze tonen opmerkelijke verschillen tussen de landen. In Frankrijk is Hyper-V veruit het populairst, met een aandeel van 27 procent. In Duitsland is Citrix Xen in relatief veel bedrijven (30 procent) de primaire hypervisor en heeft VMware van de vier landen het laagste aandeel (46 procent). In Britse bedrijven komt het aandeel van VMware nog het dichtst in de buurt van andere onderzoeken: 72 procent.

Overigens blijkt uit een opsomming van alle hypervisors, ook de niet-primaire, dat VMware in het overgrote deel van de organisaties (84 procent) is vertegenwoordigd. Microsoft Hyper-V scoort dan 61 procent en Citrix Xen 56 procent.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!