Sun-dochter Cobalt mikt op midden- en kleinbedrijf en ISP’s

20 juni 2002
De Qube van Sun en soortgelijke producten behoren tot de zogenaamde ‘server appliances’. Het zijn gespecialiseerde servers die in de fabriek zijn geconfigureerd en geoptimaliseerd voor specifieke taken, zoals het in de lucht houden van een website, een intranet of een mailserver. Doorgaans levert de fabrikant ze in combinatie met software – besturingssysteem en toepassingen - die zijn toegesneden op de gewenste taken. Gebruiksgemak staat voorop bij het ontwerp, zodat ook mensen met geen of geringe IT-kennis de server kunnen installeren en onderhouden.
Server appliances winnen de laatste paar jaar snel terrein, al zijn de verkopen in absolute aantallen nog niet indrukwekkend. Vorig jaar gingen er in Nederland ruim 1900 systemen over de toonbank, waarbij Sun met zo’n 43 procent marktleider was, gevolgd door het Britse Equiinet (14 procent). Markt- en adviesbureau Gartner Dataquest verwacht dat omstreeks 2004 wereldwijd 1,3 miljoen stuks worden geïnstalleerd. Circa 27 procent zal worden ingezet voor het ‘hosten’ van websites en 20 procent voor het ‘cachen’ (bufferen) van internetverkeer. De cijfers van Gartner liggen fors onder eerdere schattingen, toen nog een afzet van 2,77 miljoen server appliances in 2004 haalbaar leek. De verwachtingen zijn echter getemperd onder invloed van de kwakkelende economie.

Lappendeken
De eerste serverapparaten dateren van een jaar of drie, vier terug. Dit marktsegment kent een lappendeken van naar schatting zo’n 100 tot 150 leveranciers, waarvan sommigen alweer van het toneel zijn verdwenen. Bekende namen zijn onder andere Network Engines, NetMachines, Equiinet en Right Vision uit Frankrijk. Grote pc-fabrikanten als Dell, Toshiba, Hewlett-Packard en IBM hebben zich eveneens – met wisselend succes – op dit terrein begeven. Chipfabrikant Intel heeft zich na enige tijd weer van deze markt teruggetrokken om zijn eigen afnemers niet voor de voeten te lopen.
Vooral kleine fabrikanten, waaronder veel ‘startups’, hebben de ontwikkeling van server appliances gestimuleerd. Qube-fabrikant Cobalt, opgericht door drie oud-medewerkers van Apple, behoorde in 1996 tot de pioniers op dit gebied. Lang bleef het bedrijfje, dat in 1999 beursnotering kreeg, overigens niet zelfstandig. Eind 2000 kwam Cobalt voor twee miljard dollar in handen van Sun.
De drie grondleggers van Cobalt ontdekten tijdens een rondgang in het Amerikaanse bedrijfsleven dat bedrijven tot 200 werknemers relatief het snelst groeiden, maar er niet over piekerden zaken te doen via internet. Het MKB zag op tegen de hoge kosten van internet en miste ook de benodigde IT-kennis en infrastructuur. Men beperkte zich tot wat abonnementen op America Online, louter voor e-mail.

Kant-en-klaar
De afkerigheid van internet binnen het MKB bood potentieel een grote afzetmarkt voor een goedkope, kant-en-klare oplossing waarmee kleinere bedrijven zonder hoofdbrekens ‘online’ kunnen gaan. Deze veronderstelling resulteerde in maart 1998 in de eerste Qube. De ontwerpers hadden uit kostenoogpunt gekozen voor Linux als besturingssysteem en een Mips-processor van 50 MHz. Later zou Cobalt overigens overstappen op de K6-2 processor, een Intel-compatibele chip van AMD.
De eerste Qube-generatie kreeg enkele maanden na de introductie een warm onthaal tijdens de gebruikersconferentie Linux World. Tegelijk bleek dat het concept weliswaar ook interessant was service providers, maar dat het kubusvormige kastje zich niet goed leende voor gestapelde plaatsing in rekencentra. Cobalt ontwikkelde daarom snel aan aangepast ontwerp, de RaQ, in de vorm van een rekmodule. Gaandeweg zijn beide modellen verder uiteen gaan lopen, waarbij de Raq steeds meer op de eisen van datacenters is afgestemd. Deze maand komt een nieuwe versie, de RaQ 550, op de markt voor 1700 dollar.
“Met de Qube zijn we momenteel toe aan de vierde generatie”, vertelt marketingdirecteur Peter Ulander. “We richten ons nog steeds op het midden- en kleinbedrijf en op werkgroepen. Alles is zo simpel mogelijk gehouden. We verkopen het apparaat dan ook als mail-, web- en netwerkserver en niet als Linux-oplossing, want dan zou je in het MKB alleen maar glazig worden aangekeken.”

Automatisch
De Qube heeft geen eigen toetsenbord of monitor, alleen een kleine LCD en een paar kleine druktoetsen. De gebruiker hoeft alleen te zorgen voor lichtnet- en Ethernetaansluitingen. Na inschakeling zet het apparaat automatisch een netwerk op, activeert het Dynamic Host Configuration Protocol (DHCP), schakelt zijn webserver in en verstrekt via zijn LCD een IP-nummer aan de gebruiker. Die dient dan alleen nog een bureau-pc of laptop aan te sluiten, waarna de verdere bediening en het beheer volledig via een webbrowser kan verlopen.
De klassieke configuratie van een webservice als DNS (Domain Name Server) kan erg lastig en omslachtig zijn, stelt Ulander. “Dat kost een getrainde beheerder op een gewone Linux-server minstens een kwartier. Op de Qube is het een kwestie van een knopje omzetten in de netwerkinstellingen waarna een macro automatisch alle gegevens binnenhaalt en DNS activeert. Dat is een kwestie van seconden.”
Ulander gelooft niet dat Sun met dochter Cobalt de verkoop van zijn eigen grote Netra-servers kannibaliseert. “De toepassing van beide producten blijkt in de praktijk sterk te verschillen. Bedrijven kiezen een algemeen toepasbare server zoals de Netra om commerciële applicaties te kunnen gebruiken. In veel gevallen staan Sun- en Cobalt-servers in rekencentra zij-aan-zij. Ik geef toe dat er een grijs gebied is, maar wij verkopen toch vooral aan technische leken die het woord DNS niet kunnen spellen en zich er niet voor interesseren waar een webserver op draait.”

Service providers
Diverse Europese service providers bieden inmiddels diensten aan op basis van server appliances. Zo levert het Britse bedrijf Uk2Net, naar eigen zeggen de grootste hosting-organisatie van het Verenigd Koninkrijk, met behulp van een Cobalt RaQ4 een ‘dedicated server’ voor 69 pond (circa 107 euro) per maand. “Een tijdje terug betaalden bedrijven nog duizend tot tweeduizend euro voor een server die alleen voor henzelf is bestemd”, aldus Ulander.
In Nederland heeft het bedrijfje Proserve uit Sliedrecht zich met behulp van serverapparaten ontpopt als concurrent van grote, gevestigde service providers als Vuurwerk Internet en Psinet. Proserve hanteert prijzen vanaf circa 150 euro per maand. Maar Versatel-dochter Vuurwerk in Haarlem levert eveneens ‘dedicated hosting’ met Cobalt-servers. Hier valt het grote prijsverschil op met traditionele servers die onder Linux of Windows 2000 draaien.
Met een server appliance is de klant bij Vuurwerk maandelijks 200 euro kwijt, plus eenmalig 180 euro voor de setup. Een traditionele Dell-server kost 345 euro per maand en nog 500 euro voor opzetkosten. Daar moet wel bij worden aangetekend dat de Cobalt/Linux-combinatie standaard veel minder schijfruimte (10 versus 36 GB) en een lagere bovengrens voor het dataverkeer (10 versus 25 GB) biedt.
 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!