Innovatie & Strategie

Infrastructuur
Maarten Engelen, Managing Director Technology bij Hiber

Snelgroeier: een wereldwijd IoT-netwerk met Hiber

'We willen over een jaar of vijf à zes naar honderd satellieten groeien.'

Maarten Engelen © Hiber
7 april 2020

'We willen over een jaar of vijf à zes naar honderd satellieten groeien.'

Dankzij het internet of things kunnen we ontzettend veel met elkaar verbinden en daar slimme use cases aan vastknopen. Maar al die apparaten moeten wel met elkaar en andere slimme technologie kunnen praten. Hiber ontwikkelt daarvoor een wereldwijd netwerk, met een focus op de afgelegen gebieden.

Op veel plekken is tegenwoordig wel een netwerkverbinding aanwezig, veelal via telecomproviders. Maar op afgelegen gebieden als Alaska is dat vaak niet het geval. Hier zijn zo weinig apparaten die met een netwerk willen verbinden, dat het voor de meeste providers niet rendabel is om er een dekkend netwerk voor aan te leggen.

Hiber focust zich juist op dat soort gebieden, vertelt Maarten Engelen, medeoprichter en managing director technology bij het bedrijf. “Ons uitgangspunt is om een wereldwijd dekkend netwerk te creëren voor afgelegen gebieden, waarmee apparaten verbonden kunnen worden die minder energie verbruiken en die op afstand uitgelezen kunnen worden.”

Netwerk via honderd schoenendozen

Hiber houdt de ontwikkeling van alle benodigde technologie in eigen huis. Het netwerk zelf moet opgezet worden via satellieten, die nu nog de afmetingen hebben van een schoenendoos. In de toekomst moeten die afmetingen verkleind worden naar ongeveer een melkpak.

“We hebben voor satellieten gekozen omdat het aanleggen van kabels erg duur is. Bovendien ben je dan alsnog afhankelijk van waar je kabels hebt liggen. Momenteel kunnen wij de gehele wereld van een dekkend netwerk voorzien met slechts één satelliet, die nu al in de ruimte hangt”, legt Engelen uit.

Maar een satelliet heeft wel een beperktere capaciteit dan een kabel. “In de toekomst gaan we dan ook meer satellieten nodig hebben. Maar dat is ook afhankelijk van de markt: de ontwikkelingen kunnen sneller of langzamer gaan, en daarmee onze plannen ook.”

Eigen protocollen

Hiber kan echter snel reageren op de markt, mocht dat nodig zijn. “We kunnen binnen zes maanden een satelliet bouwen en lanceren.” Voor die lancering is het bedrijf wel afhankelijk van andere organisaties, zoals SpaceX. “We lanceren onze satellieten via elke weg waarop het kan. Dat gaat dus via verschillende partijen”, aldus Engelen. Daar is echter wel flink wat werk voor nodig: er moet van allerlei kanten toestemming komen voor er iets de ruimte in gestuurd mag worden. “Dit is een erg gereguleerde markt.“

Op de korte termijn is die toestemming al geregeld. “We hebben nu twee satellieten gelanceerd en we willen er dit jaar in ieder geval nog twee de ruimte in sturen. Naar verwachting komen er dan aan het einde van dit jaar of begin volgend jaar nog eens twee bij.”

Om te zorgen dat alles ook met elkaar communiceert, heeft Hiber een eigen protocol ontwikkeld. “De frequentie die wij gebruiken is gelicenseerd en we kunnen geen bestaande radio’s gebruiken om deze frequentie te gebruiken. Dergelijke apparaten kunnen bijvoorbeeld niet omgaan met een signaal van en naar een satelliet. We hebben dus onze eigen radio gebouwd, die ook nog eens efficiënter is.”

Alles in eigen huis

Maar Hiber maakt ook alle andere benodigde apparaten zelf, zoals sensoren, modems en grondstations. Op die manier kan het bedrijf ervoor zorgen dat ze altijd en overal kunnen aansluiten op het internet. “Als jij met je mobiele telefoon naar het buitenland gaat en daar het internet wilt gebruiken, moet je of gebruikmaken van roaming via het landelijke netwerk daar of een andere simkaart in het apparaat stoppen”, legt Engelen uit.

Hiber wil dat soort verplichte aanpassingen voorkomen door zelf een standaard op te zetten. Dankzij die standaard kunnen apparaten altijd, overal verbinding maken met het satellietnetwerk van Hiber, zonder dat hier aanpassingen voor nodig zijn.

Op dit moment heeft het bedrijf twee grondstations in gebruik, die de gegevens van de satelliet weer op aarde verspreiden. Eén staat in Delft, de ander op de Noordpool. “Maar we zijn overal ter wereld actief. We hebben nu een paar honderd actieve apparaten in het veld. In maart of april komen er nog een aantal grote deployments aan, waarvoor we nu apparaten in batches van duizend bestellen.”

Wat betekent IoT echt?

Alles in eigen huis houden heeft nog een voordeel, vertelt Engelen. “We hebben nu heel veel ervaring in wat IoT eigenlijk betekent. Dat is een heel interessant proces. We zijn gaan begrijpen hoe klanten applicaties en toepassingen gebruiken in dit veld.” Die kennis zet Hiber nu in om zijn bedrijf nog verder uit te bouwen met een nieuw product: het maakt nu ook de toepassingen van IoT-apparaten zelf.

“We hebben bijvoorbeeld een toepassing gemaakt voor het volgen van vee. Daarmee kan de eigenaar van het vee op een afgelegen plek precies zien waar zijn vleeskoeien zijn.” In tegenstelling tot Nederland zijn er namelijk diverse landen waar het vee vrij rondloopt, wat betekent dat ze op diverse plekken in een groot gebied kunnen staan. Met de techniek van Hiber kan een veehouder ze eenvoudig terugvinden.

Dergelijke apparatuur blijkt interessant voor Hiber. “We zijn nu trackingproducten voor grote dingen, zoals boten en auto’s, aan het ontwikkelen. Dergelijke technologie willen we in eerste instantie aan bedrijven verkopen, maar het kan ook voor consumenten interessant zijn. Er zijn momenteel wel andere oplossingen voor, maar die van ons kan vele malen goedkoper zijn.”

Start is echte uitdaging

Ondanks de vele branches waarin Hiber zich beweegt – IoT, de ontwikkeling van satellieten en apparaten en het bedenken van applicaties – ervaart het toch weinig concurrentie. “De telecombedrijven profiteren met hun netwerken vooral van een hoge dichtheid, die je op de afgelegen plekken waar wij actief zijn niet hebt. En bedrijven als SpaceX die internet via satellieten willen gaan aanbieden, zijn per bit sowieso duurder. Bovendien kun je bij hen waarschijnlijk niet slechts een MB afnemen, maar gaat het direct om gigabytes. Dat is bij ons anders. We zitten eigenlijk in de niche van de niche van de niche.”

De grootste uitdaging voor het bedrijf zat dus misschien wel in de opstart van het bedrijf. Voordat ze van start konden, moest er immers eerst geld zijn om de eerste satelliet en de bijbehorende apparaten te ontwikkelen. “We zijn met zo’n honderd bedrijven gaan praten voordat we überhaupt zelf een bedrijf hebben opgericht”, vertelt Engelen. Op die manier konden ze zich ervan verzekeren dat er ook daadwerkelijk klanten waren.

Maar nu gaat het dus goed met het bedrijf. De eerste satellieten hangen in de lucht, en er zijn diverse klanten. “Op dit moment focussen we ons vooral op de olie- en gasindustrie, de mijnbouw en duurzaamheid.” Ook heeft Engelen nog een toekomstdroom:  “We willen over een jaar of vijf à zes naar honderd satellieten groeien, waarmee we 100 tot 150 miljoen apparaten van een netwerk kunnen voorzien.”

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (maartnummer, 2020). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, klik dan hier voor de inhoudsopgave.

Lees meer over
Lees meer over Innovatie & Strategie OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.