Beheer

IT beheer
zonneactiviteit

Schade door zonnestormen: 'You ain't seen nothing yet'

Meevallende resultaten uit het verleden geven géén garanties.

Zonneactiviteit © Shutterstock Antonio e Lorenzo D'Agata
28 oktober 2015

Meevallende resultaten uit het verleden geven géén garanties.

Waarschuwingen voor schadelijke gevolgen van zonnestormen bleken tot nog toe overdreven. Maar er zijn aanwijzingen dat de zon tot veel krachtiger uitbarstingen in staat is; uitbarstingen die wel degelijk grote schade bij ICT-infrastructuren zouden veroorzaken.

Periodiek ontstaat er enige onrust over naderende zonnestormen, de laatste keer in september vorig jaar. Meestal valt het vervolgens mee. Maar dat betekent niet dat een eruptie van zonnewind geen schade kan veroorzaken, waarschuwen wetenschappers.

De meest extreme geomagnetische storm die opgetekend is, vond plaats tussen 28 augustus en 2 september 1859. Dit Carrington-incident - vernoemd naar de Britse astronoom Richard Christopher Carrington die het documenteerde - manifesteerde zich behalve in prachtig noorderlicht dat tot vlak bij de evenaar zichtbaar was ook in het trekken van vonken uit telegraaflijnen en het storen van verschillende telegraaflijnen in Noord-Amerika, Europa en delen van Australië en Azië. Lloyd's of London schatte in 2013 dat een Carrington-achtig incident alleen al in Amerika 20 tot 40 miljoen mensen zou raken, en stroomstoringen zou veroorzaken die tot 5 maanden zouden kosten om te verhelpen.

Aanwijzingen voor veel krachtiger zonnewinden

Een groep wetenschappers onder aanvoering van Raimond Muscheler komt na onderzoek tot de conclusie dat in het verleden veel krachtiger zonnewinden hebben gewaaid dan tijdens het Carrington-incdent. Daarbij gat het om krachtige erupties in de jaren 774 en 775 en opnieuw in 993 en 994, die destijds niet als zonnewind werden herkend.

Of het om zonne-erupties ging, is nu ook nog onderwerp van debat. De voornaamste aanwijzing van een uitzonderlijke situatie zijn hoge concentraties van de koolstof 14-isotoop in ijs en houtresten uit die tijd. Dat dat een buitenaardse oorzaak moet hebben, daarover zijn wetenschappers het wel eens. Maar wat dat incident was - het zou ook een meteoriet kunnen zijn geweest, bijvoorbeeld - was onduidelijk. Nieuwe analyses van Groenlandse - en Noordpool-ijs brengen Muscheler c,s, tot de conclusie dat het een zonnestorm moet zijn geweest. Voornaamste aanwijzing zijn de verhoogde concentraties van radioactief beryllium.

Factor 3 tot 5 maal zo sterk

De concentratie van aan zonnestormen gerelateerde stoffen is veel hoger dan gebruikelijk. Dat wijst op een intensiteit die zeker een factor 5 hoger ligt dan de tot op heten gemeten zonnestormen, en ruim een factor 3 hoger dan de intensiteit die de zonnestorm waarschijnlijk bereikte tijdens het Carringtron-incident, aldus de onderzoekers in Nature Communications. Een dergelijk zware zonnestorm zou hoogst waarschijnlijk voor aanzienlijke en potentieel langdurige verstoringen van tele- en satellietcommunicatie leiden. Ook treedt dan waarschijnlijk grote schade op aan elektronica en elektriciteitsproductie.

Het is onduidelijk hoe vaak dergelijk sterke zonnewinden optreden, door welk mechanisme ze zo krachtig worden, en wat de kans is dat er op afzienbare termijn weer een optreedt.

Lees meer over
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.