Beheer

Netwerken

Roel Pieper gaat met Antenna Company nieuwe uitdaging aan

30 april 2015

Roel Pieper vindt een intellectuele uitdaging in het bewijzen dat startende bedrijven levensvatbaar zijn. “Het gaat vaak mis, maar dat is niet erg”, stelt hij. “Van de tien investeringen, mislukken er zes tot zeven. De winst haal je uit één of twee.” Antenna Company, een project dat hij samen met investeerder Marcel Boekhoorn opzette, lijkt weer een bedrijf uit de laatste categorie te zijn. Op dit moment moet er nog geld bij, maar de toekomst ziet er volgens Pieper goed uit. De eerste contracten zijn binnen, onder meer met routerproducent Aruba Networks en Velio, een specialist in rittenregistratie voor leaseauto’s.

Waarom is de markt voor antennes zo ­interessant?
“Draadloze communicatie groeit heel snel. ­Antennes spelen daarin een cruciale rol. De markt voor antennes heeft met 18 tot 20 miljard dollar een substantiële omvang en groeit procentueel met dubbele cijfers. Bovendien is het een versnipperde markt, er zijn geen leiders en geen winnaars. De technologie is sinds de jaren vijftig, zestig nauwelijks veranderd. Aanbieders kunnen zich daardoor niet onderscheiden en hebben zich allemaal gericht op kostenoptimalisatie. Op het moment dat we onze bedrijfsnaam kozen en ik bij het aanvragen van de domeinnaam zag dat de hele ­categorie nog vrij was, wist ik dat we op de goede weg zaten.”

Wat is de technologische doorbraak ­waarmee Antenna Company de antennemarkt opschudt?
“We combineren twee bestaande ontwikkelingen. De grootste doorbraak is dat we een bewezen verbetering in antennetechnologie – Dielectric ­Resonator Antenna of DRA – nu met nieuwe polymere kunststoffen kunnen toepassen. Tot nog toe lukte dat alleen met heel kwetsbaar keramiek en dat maakte die vinding uit begin jaren tachtig onbruikbaar. Met de ‘plastics’ kunnen we voor elke toepassing en elke frequentie antennes ­maken die wel drie tot vier keer efficiënter zijn dan klassieke. Dat is mede te danken aan de tweede doorbraak, afgeleid uit de manier waarop planten vormen in hun blad hebben geoptimaliseerd om zonlicht op te vangen. Het blijkt dat bijna alle vormen in de natuur te vangen zijn in een formule, omdat zij zich in de evolutie hebben geoptimaliseerd voor hun taak. Wij hebben die formule voor optimaal opvangen van zonlicht toegepast op antenne-ontwerpen om radiogolven optimaal te sturen en te ontvangen.Met de plastics kunnen we nu allerlei oppervlakten om ons heen tot een antenne maken. Diego Caratelli heeft aan de Universiteit Delft jarenlang onderzoek gedaan om tot de eerste doorbraak te komen. Johan Gielis werkte aan de Universiteit Antwerpen aan de Gielis-formule voor vormen in de natuur. Beiden zitten nu in het designteam van de ­Antenne Company. We hebben de afgelopen drie jaar ruim ­vijftien ­patenten voor deze technologie ­uitgewerkt.”

Verschillende toepassingen stellen ­verschillende eisen aan ­antennes. Werkt de aanpak overal even goed?
“Veel van het werk de afgelopen jaren is gaan zitten in het spelen met de samenstelling van de polymeren. Voor elke toepassing en elke frequentie hebben we een unieke samenstelling. Daarbij kun je polymeren mengen en zo bijvoorbeeld een LTE- en een wifi-antenne combineren tot één.We onderzoeken nu of het mogelijk is dynamische antennes te maken, die zich kunnen aanpassen aan het gebruik.”

Aruba Networks en Velio zijn de eerste afnemers. Als de technologie zo spectaculair beter is, staat dan niet iedere apparatuur­leverancier op de stoep?
“Aruba Networks heeft inderdaad als eerste een buitenantenne uitgebracht waarin onze technologie zit. Het probleem is dat wanneer je met een nieuwe aanpak komt, je je bij veel partijen eerst moet bewijzen.In de wifi-routerindustrie kun je daarbij twee strategieën volgen. Allereerst alle belangrijke spelers langsgaan, maar dat kost heel veel tijd. Wij hebben ­gekozen voor het benaderen van de chipset­leveranciers. Broadcom en Quantenna zetten daar de standaarden. Die chipsetleveranciers komen binnenkort met nieuwe producten op basis van de 802.11ac-standaard. Wij hebben laten zien dat hun referentiearchitectuur veel beter werkt met ­onze antennes.”

Is het doel ingelijfd te worden door een grote speler als Cisco of Ericsson?
“Ik zie eerder een beursgang voor dit bedrijf dan een overname door een grote speler. Iedereen ziet dat dit een nieuwe standaard kan zijn die de ­hele industrie vooruit kan helpen. Dan moet je dat niet bij één bedrijf in een hoek ­parkeren. Dan bloedt zo’n idee dood.”

Als grote partijen toehappen, moet u als start-up gigantisch kunnen opschalen. Hoe pakt u dat aan?
“We hebben juist de afgelopen tijd een paar polymeerspecialisten in dienst genomen om dit voor te bereiden. Bovendien hebben we goede contacten met de makers van plastics in de auto-industrie. Zij zitten het dichtst bij wat wij doen. Ze kunnen die antennes maken zonder al te veel aan te passen aan hun productieproces. Zij krijgen straks van ons enorme zakken met korrels met een voor hen onbekende samenstelling en een technisch specificatie hoe het product eruit moet zien. Die ­korrels hebben we eerder laten samenstellen bij de petrochemische industrie, die geen idee hebben wat er met de korrels gaat gebeuren. Wij weten als enige hoe je die passieve antennes elektromagnetisch kunt aansturen. Daar draait het uiteindelijk om; de interactie tussen de aansturing, het materiaal en de vorm. We verwachten in 2016 antennes op grote schaal te kunnen leveren.”

Waarom zit het hoofdkantoor in Willemstad, Curaçao, en niet in ­Silicon Valley, als daar de belangrijkste klanten zitten?
“Ik loop al lang genoeg in deze industrie mee om te zien dat het opzetten van een Europees startersbedrijf in Silicon Valley vaak op menselijk niveau mis gaat. Nu we onszelf eenmaal bewezen hebben, is de acceptatie makkelijker, daarom hebben we daar sinds kort een vestiging. Bovendien heb ik ervaring daar en netwerken die ik nu kan inzetten. Ook hebben we in Hong Kong een kantoor enéén net over de grens met China in het technologiecentrum Shenzen. Er is daar veel belangstelling om samen met partners nieuwe producten te ontwikkelen. Maar Chinezen worden gek van het idee dat ze met direct met een Europees bedrijf moeten onderhandelen over inkoop en logistiek. We moesten daar ­gewoon een ‘beach head’ hebben.”

Het debacle met de spectaculaire compressietechnologie van Jan Slootswordt door sceptici vaak aangehaald. Hindert u dat?
“Het was een prachtige technologie, toch? Erg jammer dat de man overleed. Een vergelijkbare situatie is me nog eens overkomen met een Engels bedrijf waarbij de CEO opeens verdwenen was. Dat kan gebeuren. Ik probeer me nu natuurlijk wel beter in te dekken door de kernideeën in een vroeg stadium goed te borgen, maar dat lukt bij het ene startersbedrijf beter dan bij het andere. Sommige mensen hebben zeven of acht jaar hard zitten werken aan een idee en vinden het moeilijk dat te vertellen uit vrees dat het wegloopt. Het is jammer dat je in Nederland, maar ook in Duitsland, Engeland, Denemarken, zo veel last hebt van zeurende mensen. Wanneer je je bezighoudt met high-riskprojecten, gaat er nu eenmaal meer fout dan goed. Daar gaat dan de aandacht naar uit. Over de successen hoor je veel minder.”

U heeft heel veel ervaring met het opzetten en doorstarten van ­bedrijven. Wat zijn voor u de belangrijkste lessen?
“Je moet zorgen voor een heel goed team, een paar goede supporters en investeerders die tegen een stootje kunnen, die door tegenvallers heen kunnen kijken. De reden dat ik al verschillende keren met Marcel Boekhoorn kon optrekken, is omdat we daar op dezelfde manier in staan. Je moet als starter geen last hebben van paniekreacties en externe druk. Dan ben je daar meer mee bezig dan met het ontwikkelen van het bedrijf. Zo gaan veel goede ideeën verloren. Veel investeerders, bijvoorbeeld in Nederland, zijn puur financiële mensen. Als je kijkt naar de succesvolle investeerders in Silicon Valley hebben ze allemaal naast financiële mensen, ook mensen die veel verstand hebben van technologie. Kleiner Perkins heeft Ray Lane van Oracle, Andreessen-Horrowitz heeft Marc Andreessen en zo zie je dat ook bij Silver Lake en de anderen. In Londen zitten ook wel wat teams die aardig aan de weg timmeren. Maar het klimaat in Europa lijkt niet op dat in Silicon Valley. Ook als de technologiemarkt in China verder groeit, ­geloof ik dat Silicon Valley om die reden altijd het centrum van de hightech-ontwikkeling blijft.”

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!