Overheid zwijgt rol productsoftware dood

20 juni 2008
Er was eens een tijd waarin de overheid software beoordeelde als de grondstof voor de ontwikkeling van kennisintensieve processen en als drijfveer achter innovatieve producten en diensten. Het was de tijd dat het ministerie van Economische Zaken zich realiseerde dat succesvolle Nederlandse bedrijven als Uniface, Baan en Syllogic wel eens de voorbode konden zijn van nog veel meer moois. Baan exporteerde in 1996 voor 600 miljoen dollar aan productsoftware. In dat jaar werd zelfs een ‘actieplan software’ gepubliceerd. De doelstelling was om de Nederlandse positie op het gebied van software te versterken. Nederland, zo was de opvatting, moest tot de Europese koplopers gaan behoren. In de slipstream van de nota kwamen initiatieven van de grond als Gigaport, Twinning en de ‘taskforce werken aan ICT’.

Hans Wijers, minister van Economische Zaken in 1997, schreef toen: “Een innovatieve softwaresector is voor een economie als die van Nederland van groot belang. Wij dienen een omgeving te creëren waarin innovatieve softwarebedrijven kunnen ontstaan en gedijen. Het Nederlandse potentieel op het gebied van software moet zoveel mogelijk worden benut.”

Nu, ruim tien jaar later, lijkt de belangstelling van de overheid voor het belang van een innovatieve softwaresector goeddeels verdampt. Sterker nog, soms vinden belangrijke adviesorganen van de overheid dat het niet meer zo nodig hoeft. Zo schreef het Centraal Plan Bureau onlangs in een advies: “Het nettoresultaat voor de Nederlandse economie van een eventuele versterking van de Nederlandse software-industrie is niet op voorhand evident. (…) Over de gehele wereld investeren vooral bedrijven en onderzoeksinstituten aanzienlijke bedragen in software-onderzoek. Onduidelijk is of Nederland niet beter de kennis en eventuele applicaties in het buitenland zou moeten kopen.” Het kan verkeren dus.

De minister van Economische Zaken bemoeit zich al lang niet meer met software en het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt wél hoeveel soorten dweilen, stofdoeken, vouwcaravans en stuurwielen er in Nederland worden geproduceerd, maar is niet in staat een helder inzicht te geven in de productie- en exportcijfers van de Nederlandse softwaresector. Die lijkt domweg weggecijferd. Economische Zaken is vooral druk met het bevorderen van ‘open source’, hoewel Nederland nauwelijks een open source producerende sector heeft. Intussen staat men met de rug naar de business die er wél is, een goed presterende softwaresector waar tussen de vijfendertig- en veertigduizend mensen werken.

Wie op onderzoek uitgaat, vindt wat Economische Zaken zou moeten willen weten: De Nederlandse softwaresector presteert bovengemiddeld. De totale uitgaven aan productsoftware in Nederland bedragen 6,5 miljard euro per jaar. Nederland is met een uitvoer van 1,7 miljard euro een software-exporterend land, ondanks het Centraal Plan Bureau zou je bijna zeggen (OESO ICT outlook 2006 ). In de Europese top twaalf van productsoftwareondernemingen staan twee Nederlandse bedrijven, Unit4Agresso en Exact, maar om dat te ontdekken heb je wel weer buitenlandse bronnen nodig (‘Truffle 100’, 2007).

In Nederland zijn naar schatting meer dan veertienhonderd bedrijven actief bezig met het ontwikkelen en produceren van hoogwaardige innovatieve softwarepakketten. Ze zijn samen goed voor 10 procent van alle loonkostensubsidies en winstvrijstellingen in het kader van speur- en ontwikkelingswerk (WBSO). Daar was vorig jaar ruim tweehonderdmiljoen mee gemoeid als gevolg van 1761 goedgekeurde aanvragen (SenterNovem, 2008).

Productsoftwarebedrijven zijn innovatieve kraamkamers met de potentie uit te groeien tot krachtige internationale spelers. TomTom is inmiddels een wereldspeler en ook op het gebied van spelletjesontwikkeling (gaming) blijkt Nederland een winnaar. De Nederlandse (lokale) overheid zou niet kunnen functioneren zonder de voor eigen last en risico ontwikkelde producten van Nederlandse productsoftwareleveranciers, waarin de (steeds wisselende) wet- en regelgeving efficiënt is ingebakken. De Belastingdienst kan – ondanks de eigen IT-problemen – effectief communiceren met tienduizenden Nederlandse bedrijven en instellingen dankzij de financiële softwarepakketten die de markt heeft voortgebracht.

Baan is weliswaar van het toneel verdwenen, maar veel ex-werknemers vormen de ervaren ruggengraat van startende productsoftwarebedrijven of zijn actief in onderwijs en wetenschap op het gebied van softwareontwikkeling. De uitstromers bij Baan hebben meer werkgelegenheid gecreëerd dan er ooit in Barneveld was. Kortom, het Centraal Plan Bureau moet het huiswerk misschien nog maar eens overdoen.
Er is het afgelopen decennium iets grondig misgegaan met de erfenis van Hans Wijers. Het CBS levert geen deugdelijke gegevens meer (zie kader ‘Nederland als exportland’) en software lijkt daarom voor Economische Zaken alleen nog interessant als het voorzien is van het predicaat ‘open’. Software is daarmee een politiek issue geworden waarbij de nuance vaak ontbreekt. Er is geen oog meer voor een economische sector die in Nederland zorgt voor hoogwaardige werkgelegenheid en toegevoegde waarde.

De kritiek op de marktdominantie van Microsoft is inmiddels vertaald in generieke beleidsmaatregelen (Nederland Open In Verbinding) die negatieve gevolgen kunnen hebben voor leveranties aan de overheid door bedrijven waarvan het businessmodel is gebaseerd op het exploiteren van intellectueel eigendom met softwarepakketten die onder licentie worden verkocht. Dat wordt door de betrokken bedrijven uiteraard niet erg goed begrepen. Partijen als Centric, met een sterke positie op de overheidsmarkt, voelen zich er door bedreigd.

Er zijn meer dan tienduizend softwareproducenten in Europa, maar daarvan zijn er maar honderd met een omzet van meer dan 20 miljoen euro. De andere zitten als het ware ‘opgesloten’ binnen hun landsgrenzen omdat de Europese markt ze confronteert met een veelvoud aan verschillende talen en afwijkingen in wet- en regelgeving die moeilijk zijn te integreren in productsoftware. De complexiteit van de Europese markt zorgt ervoor dat bedrijven er soms voor kiezen niet te internationaliseren of bewust koersen op een verdere expansie in de VS en Azië in plaats van de Europese Unie. Een voorbeeld daarvan is het Nederlandse VitalHealth, met vestigingen in de VS en India.
Productsoftwarebedrijven verwachten van EZ juist hulp en begeleiding bij dat soort vraagstukken, zoals dat ook in Finland wordt gedaan en in Frankrijk. Ook Euro-commissaris Reading onderschrijft de noodzaak om de softwaresector te stimuleren. De Nederlandse softwarebranche heeft de krachten inmiddels hernieuwd gebundeld in de ‘Software~VOC’, het netwerk van softwarebedrijven dat opereert binnen de ICT-brancheorganisatie ICT~Office.

Bas Linders is oud-hoofdredacteur van Automatisering Gids. Dit artikel schetst de hoofdlijnen van zijn rapport ‘Soft-ware als product’ over de Nederlandse productsoftwaresector dat deze week verscheen en is geschreven in opdracht van ICT~Office (bas.linders@ictoffice.nl)

Software- VOC
Het idee voor de Software~VOC stamt uit 1996. Binnen de voorloper van ICT~Office, de Fenit, werd toen een netwerk van productsoftwarebedrijven opgezet dat de toevoeging V.O.C. kreeg. Niet uit heimwee naar de Verre Oost, maar om te benadrukken dat het – net als bij de oude handelsonderneming – ging om een college van participanten, opgericht ter uitwisseling van kennis, kunde en ervaring op het gebied van export en handel. De afgelopen jaren ontwikkelde zich ook een kennisuitwisselingstraject met een aantal Nederlandse universiteiten via het Platform Productsoftware, dat vorige maand formeel is opgegaan in de Software~VOC. Een groeiend aantal productsofwarebedrijven stoort zich aan de geringe aandacht bij Economische Zaken voor de sector. De CEO’s van Unit4Agresso, Exact, TomTom, AFAS, GX, HealthView en softwarehoogleraar Sjaak Brinkkemper van de UU zitten in de Raad van Advies van de Software~VOC onder voorzitterschap van Bernard van Oranje. De raad wil onder meer dat Economische Zaken jaarlijks de Nederlandse softwaresector en de ontwikkelingen daarbinnen in kaart brengt, zoals dat bijvoorbeeld ook in Finland gebeurt.

Productsoftware
Productsoftware is er in vele gedaanten. Het gaat om generieke applicaties of pakketten met een functionaliteit die in verschillende situaties inzetbaar is, bijvoorbeeld financiële- of boekhoudsystemen, ontwerp- en simulatiesoftware, gaming, CAD-, CAM- en CAE-software, ziekenhuis- en artseninformatiesystemen of softwarepakketten die kunnen worden gebruikt in (gezondheidszorg)ketens. In Nederland werkt men vooral aan de ontwikkeling van producten voor specifieke marktniches.

Nederland als exportland van softwareNederland als exportland voor software
Het produceren en vermarkten van productsoftware onderscheidt zich van andere ICT-diensten door de nadruk op het geleverde product. Daarin zit voor de klanten ook de vernieuwing. In de statistiek wordt er echter geen onderscheid gemaakt tussen ICT-dienstverlening en het produceren van software. Het CBS werkt met een standaardbedrijfsindeling (SBI) uit de vorige eeuw en produceert op grond daarvan cijfers over vaagheden als “de computerbranche” of “het ontwikkelen van informatiesystemen”, waarbij niet nader wordt gespecificeerd waarop ze precies betrekking hebben. Daarmee lijkt het wel alsof voor het CBS er geen verschil bestaat tussen de economische activiteit van integrators en softwaregerelateerde dienstverleners als LogicaCMG en Cap Gemini en productsoftwareproducenten zoals Exact of Unit4Agresso. De laatste groep is als het ware weggecijferd in de macrogegevens. Er wordt wel gekeken naar de omvang van de Nederlandse ICT-sector, maar niet goed naar de samenstelling ervan.

Het CBS weet ook niet goed raad met de wijze waarop de waarde van software moet worden geadministreerd. Nog maar sinds kort wordt software gerangschikt onder ICT-kapitaalgoederen. Harde CBS-cijfers over het aantal productsoftwarebedrijven, hun personeelsomvang, R&D-activiteiten, omzet en bijdrage aan de export zijn er domweg niet. Dat is merkwaardig omdat het gaat om producten van Nederlandse bodem met een hoge toegevoegde waarde. Anders dan bij ICT-goederen, waarvoor Nederland voornamelijk een doorvoerland is (wederuitvoer) met (lage) marges voor de handel- en transportsector, gaat het in de softwarebranche wel degelijk om uitvoer afkomstig van de binnenlandse softwareproductie.

De OESO wijst erop dat het ook ingewikkeld is om onder licentie geëxporteerde software die in het land van bestemming vele malen wordt vermenigvuldigd en verspreid statistisch te verwerken. Ook voor de onlinehandel in pakketsoftware (SaaS) is in de statistiek nog geen heldere plaats gevonden. De cijfers die de OESO hanteert voor de ontwikkeling van de internationale handel in software hebben daarom slechts betrekking op de fysieke dragers van de software, zoals cd-roms.

Het OESO-schema, zoals opgenomen in De Digitale economie 2007 van het CBS (zie figuur), laat duidelijk zien hoe goed Nederland is blijven presteren als software-exporteur, ook na het verdwijnen van Baan. Voor de beleidsmakers bij Economische Zaken is de sector echter de afgelopen jaren verdwenen in de statistische mist van het CBS, als een wees waar niemand zich meer om wenst te bekommeren. Het dossier productsoftware heeft bij EZ op het ministerie zelfs geen eigenaar meer.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!