Development

Software-ontwikkeling
open source

Open, gedeeld en transparant: open source verandert niet, maar groeit

Hoe ver staan we af van de eerste opensource-idealen?

5 december 2019

Hoe ver staan we af van de eerste opensource-idealen?

Open source ontstond aan het eind van de jaren tachtig met een set idealen. Projecten moeten open zijn, onderling gedeeld worden en er wordt samen aan gewerkt. Het draait om consensus, om transparantie en om vrijheid. Sinds die tijd is er veel veranderd, maar de idealen blijken nog altijd hetzelfde.

Een medewerker van MIT, Richard Stallman, wilde in de jaren tachtig een driver van een nieuwe printer voorzien van een stuk code dat het MIT-team gemaakt had. Die code zorgde ervoor dat als er papier vast kwam te zitten in de printer – wat regelmatig gebeurde – er een melding werd verstuurd naar de mensen die zaten te wachten op iets wat afgedrukt werd. Zodat diegenen op pad gingen om het probleem te fixen, vóórdat het vastzittende papier zou zorgen voor ellenlange wachtrijen voor doorgevoerde printtaken.

Broncode weigeren

Maar het printerbedrijf dat de bewuste driver had gemaakt, wilde de broncode niet geven. Aanpassing van de software om de functioneel nuttige toevoeging erin op te nemen, was dus niet mogelijk. Stallman ontdekte dat een collega van een andere universiteit de broncode wel had, en vroeg hem om de code te delen. De collega weigerde: hij had een geheimhoudingsverklaring getekend. Dat ging volgens Stallman volledig tegen de hackerscultuur in.

Voor Stallman bewees dit incident dat ontwikkelaars in staat moeten zijn om de software die ze gebruiken naar eigen inzicht aan te passen. Software moet vrijelijk te gebruiken zijn en de code moet gedeeld worden. Niet veel later ontwikkelde hij vanuit die filosofie GNU (GNU's Not Unix), een gratis en open besturingssysteem dat kan samenwerken met Unix. Het waren de eerste stappen in de richting van wat we nu 'open source' noemen.

Open source is samenwerking

Cor Nouws ontdekte die filosofie ook en het trok hem aan. Hij begon in 2003 het bedrijf NOU&OFF, waarmee hij open source Office-oplossingen ondersteunt. “Ik heb jarenlang met software van Microsoft gewerkt, maar iets in Office stond me niet aan”, vertelt Nouws. “Toen ben ik met openoffice.org, de voorloper van het huidige LibreOffice, begonnen en gaan leren wat open source is.”

“Open source is samenwerking. En samenwerken doe je het beste als het in openheid gebeurt”, legt hij uit. Hoewel dat in het begin met name door hobbyisten gebeurde, is dat al enige tijd anders. “Een groot deel van die samenwerking in openheid wordt gedaan door mensen die daar hun dagelijkse inkomen uit halen. Dat is denk ik al heel lang zo.”

Ook assistent-professor Mahmood Shafeie Zargar van de Vrije Universiteit Amsterdam, die onderzoek doet naar opensourcegemeenschappen, ziet dat. “Open source was vroeger alleen iets voor een hele specifieke groep mensen met hele specifieke interesses. Maar nu zijn bedrijven er ook in geïnteresseerd. Het heeft dus niet meer dezelfde puurheid als vroeger.”

Open source is samenwerking. En samenwerken doe je het beste als het in openheid gebeurt.

Een van de bedrijven die zich met open source bezighoudt, is Digital Ocean. Dat koos ervoor om met open source aan de gang te gaan, omdat “we hier als bedrijf veel aan gehad hebben en we iets wilden teruggeven aan de gemeenschap”, legt Daniel Zaltsman, senior developer relations manager bij Digital Ocean, uit.

Voor hem draait open source dan ook om meer dan alleen samenwerking en transparantie. “Open source wordt voor mij ook gedefinieerd door een focus op empathie en constante verbetering.”

Dominant betekent divers

Hoewel open source in de afgelopen jaren flink is gegroeid, is er weinig aan de originele idealen veranderd, vinden alle drie de experts. “Ik zie niet waar het samenwerken in open source anders is geworden”, aldus Nouws. “Ik zie vooral dat het enorm aan het uitdijen is. Het aantal projecten en toepassingen groeit enorm, mede omdat de ICT groeit.”

“De idealen die de fundering vormden van de opensourcebewegingen zijn nog altijd hetzelfde”, beaamt Zaltsman. Toch is er volgens hem wel iets veranderd: het ‘waarom’ van open source. Die verandering wordt volgens hem met name gedreven door bedrijven die zich in open source mengen.

Alles wat dominant is, is divers. Dat geldt ook voor open source.

Zargar stelt dat die verschuiving vooral het resultaat is van dat open source ‘dominant’ is geworden. “Alles wat dominant is, is divers. Dat geldt ook voor open source.” De idealen van weleer zijn dan ook niet verdwenen, maar de redenen om met open source aan de gang te gaan zijn wel diverser geworden.

Waarom open source?

De keuze om met open source aan de slag te gaan, wordt tegenwoordig bijvoorbeeld ook vanuit economische overwegingen gemaakt, stelt Zargar. “Intel-werknemers behoren bijvoorbeeld tot de grootste bijdragers aan de Linuxkernel, simpelweg omdat ze Linux nodig hebben om hun platform en hardware te ondersteunen.” De kans is volgens Zargar groot dat een deel van de werknemers nog in de originele idealen gelooft. “Maar de bedrijven besteden vooral aandacht aan open source omdat ze niet anders kunnen.”

Toch zijn bepaalde redenen wel hetzelfde gebleven, bijvoorbeeld de mogelijkheid om te concurreren met grotere bedrijven. “Kijk naar OpenStack. Dat was een reactie op de snelle uitbreiding van grote, gedistribueerde structuren die bedrijven als Facebook en Google uitbrachten. Andere bedrijven konden daar alleen niet mee concurreren, dus gingen ze meewerken aan het OpenStack-project.”

“Ik denk dat de techindustrie recentelijk meer naar de idealen van openheid en samenwerking is geschoven om belanghebbenden beter van dienst te zijn, met als uiteindelijk doel om software te democratiseren”, voegt Zaltsman toe.

Onderzoek van Digital Ocean wijst verder uit dat ontwikkelaars open source als een manier zien om hun programmeervaardigheden te verbeteren. “Een andere belangrijke reden om voor open source te kiezen, is de mogelijkheid om nieuwe technologieën te leren.”

Open source zorgt voor eigen groei

De grootste verandering die open source heeft doorgemaakt, is zijn groei. Die groei heeft het deels aan zijn eigen idealen te danken, vertelt Nouws. “We hebben het hier over een natuurlijke groei van technische mogelijkheden en software, als gevolg van openheid en samenwerking.”

Koopt iemand bijvoorbeeld een nieuw internet-of-thingsapparaat en wil diegene uitzoeken wat daar allemaal al mogelijk mee is, dan kan hij op internet zoeken welke projecten er al zijn en eventueel aanhaken.

“Wil je iets nieuws uitproberen, dan kun je mogelijk ook iets gebruiken wat al bestaat en daar verder op bouwen. Zo komt er uit één project weer een nieuw project en nieuwe technologie. Openheid en samenwerken lenen zich hier allemaal erg goed voor”, aldus Nouws.

Geen verandering maar groei

Openheid, transparantie, consensus, resources delen en samenwerken: de idealen van open source zijn dus helemaal niet verdwenen. De beweging is alleen groter en diverser geworden. Volgens Zargar heeft het bovendien zelfs een flinke overwinning gemaakt.

“Open source had ooit als doel om altijd een set aan tools te hebben die gratis te gebruiken zijn, zonder dat een bedrijf zich deze toe kan eigenen. Inmiddels gebruikt vrijwel iedereen tools die gegarandeerd gratis blijven, omdat de licenties waaronder ze beschikbaar zijn gemaakt dit afdwingen. Dat is natuurlijk een enorme overwinning.”

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (novembernummer 2019). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, klik dan hier voor de inhoudsopgave.

Lees meer over Development OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.