Management

Zakelijke software
Het is een wonder is dat er zo weinig fout gaat met ­de houtje-touwtjesystemen in de publieke sector.

Onmacht publieke sector is groot probleem

Gebrek aan regie over IT-inzet vormen een grote bedreiging voor onze samenleving, en die moeten snel geadresseerd worden.

Carrie Furnace Spring DCUE Tour © Creative Commons Attribution 2.0 Generic,  Forsaken Fotos from , Maryland
11 maart 2016

Onze maatschappij is de afgelopen decennia aanzienlijk complexer geworden, en die ontwikkeling zal in de komende ­jaren in versneld tempo doorgaan. IT speelt daarbij een centrale rol. Maar zijn wij wel in staat die ontwikkelingen in goede banen te leiden?

"In onze maatschappij het aantal systeemrelaties en  interacties geëxplodeerd"

De doorbraak van cloud computing voor bedrijfskritische applicaties, de ontwikkelingen op het gebied van Internet of Things en de opkomst van intelligente apparaten als zelfsturende auto’s en robots, versterken de aanwezigheid van informatietechnologie in ons dagelijks leven – zowel zakelijk als privé. De extreme gevolgen van deze software-enabled shifts voor de maatschappij zijn nog nauwelijks in kaart gebracht. Die gevolgen hebben betrekking op de manier waarop wij werken, informatie verkrijgen, communiceren met ons persoonlijke netwerk via allerlei sociale media, gegevens uitwisselen met onze dienstverleners (bijvoorbeeld met onze huisarts), betalingen doen, of onze energievoorziening sturen. De moderne mens is niet alleen always on, always connected maar wordt in toenemende mate in zijn denken en handelen ook door zijn ­informatienetwerk gestuurd (net zo goed als hijzelf anderen stuurt). Daardoor is in onze maatschappij het aantal systeemrelaties en de ­daarmee samenhangende interacties geëxplodeerd.

De ingezette ontwikkelingen zullen in de komende decennia in hoog tempo doorgaan. Er zijn nauwelijks technische belemmeringen, de leercurve voor veel van die ontwikkelingen is nog maar gedeeltelijk afgelopen waardoor de kosten van nieuwe toepassingen keer op keer reus­achtig meevallen, en er blijkt een ongelooflijke behoefte bij de verschil­lende gebruikers om de nieuwe mogelijkheden massaal uit te proberen en bestaande manieren van werken daardoor te vervangen.

Maar zijn wij er klaar voor?

Fundamentele aanpassing

Die grote veranderingen zullen niet eenvoudig kunnen worden ingepast in de bestaande informatiesystemen omdat die voor een belangrijk deel niet voldoen aan de eisen die je daar tegenwoordig aan stelt. Er is grootschalig sprake van legacy systems die hun oorsprong vinden in de beginperiode van de automatisering en vervolgens regelmatig werden op- en bijgelapt tot een vaak onoverzichtelijke en slecht gedocumenteerde ­warwinkel van applicaties en onderlinge verbindingen. Het is geen overdrijving om te stellen dat het een wonder is dat er zo weinig fout gaat met ­deze houtje-touwtjesystemen.

Doordat de kwaliteit van veel bedrijfskritische applicaties onder de maat is, zijn aanpassingen aan veranderende wet- en regelgeving, aan nieuwe functionele eisen en aan nieuwe technische mogelijkheden vaak excessief duur en in sommige gevallen zelfs onmogelijk. Daarbij komt dat er sprake is van extreem maatwerk – zowel op het niveau van de individuele applicaties als van de vaak grote en complexe applicatielandschappen. ­Elke functionele aanpassing (‘change’) moet dus voor elke individuele ­situatie grotendeels op unieke wijze worden uitgevoerd, zelfs als gebruik wordt gemaakt van zogenaamde standaardapplicaties (die in de praktijk voor een belangrijk deel ook weer ‘gewoon’ maatwerk zijn).

"Gebruikers moeten accepteren dat het overgrote deel van hun bedrijfsprocessen standaard is"

Het merendeel van de bestaande systemen is niet klaar voor een toekomst waarin de interacties tussen gebruikers, ‘things’ en andere ­systemen explosief toenemen. Er zal een fundamentele aanpassingsslag moeten worden gerealiseerd die drie aspecten omvat.

Ten eerste zullen de gebruikers moeten accepteren dat het overgrote deel van hun bedrijfsprocessen standaard is, en dat het dus verstandig is om ook de ondersteunende applicaties standaard uit te voeren zodat kan worden geprofiteerd van de schaalvoordelen die daarmee gepaard gaan. Dat is geen beperking van de keuzevrijheid. Die vrijheid wordt juist aanzienlijk groter door de toepassing van een uitgebreid maar gestandaardiseerd ‘Chinees menu’: een ‘rijke’ verzameling van volledig gestandaardiseerde opties die in alle mogelijke combinaties kunnen worden toegepast (ook multitenant) zonder te vervallen in maatwerk.

Ten tweede moeten we accepteren dat volledige outscourcing van deze applicaties (cloud computing in al zijn vormen) bijna altijd de beste ­strategie is.

Ten derde dat de leidende externe providers in toenemende mate over een veel grotere materiedeskundigheid beschikken dan individuele ­bedrijven of instellingen.

Netwerkorganisaties

De toekomstige gebruiker maakt in die nieuwe situatie samen met andere gebruikers en de belangrijkste providers deel uit van een ‘collectief waardenetwerk’. Daarbij is de regie in operationele zin en met betrekking tot toekomstige ontwikkelingen een gezamenlijke inspanning geworden van gebruikers en providers. De consequentie van die aanpak is dat op hoog niveau in de netwerkorganisatie moet worden nagedacht over de ­architectuur van organisaties, processen en systemen, en over de wijze waarop die architectuur wordt vertaald naar concrete organisaties en de daarvoor noodzakelijke ondersteunende systemen. Dat klinkt dirigistisch, maar is het onvermijdelijke gevolg van een netwerkmaatschappij waarin ongeveer alles digitaal aan elkaar is geknoopt en waarin we onnodige complexiteit als gevolg van te grote individuele keuzevrijheid proberen te vermijden. Zulke netwerkorganisaties zullen sectorgewijs op drie niveaus moeten worden ingericht (zie figuur) en bevatten de verschillende gebruikers in het netwerk, de belangrijkste providers en eventueel door de overheid aangestelde toezichthoudende instituten.

In onze complexe maatschappij kan gebrek aan orkestratie en IT governance een grote bedreiging vormen voor onze veiligheid, privacy, de bescherming van onze intellectuele eigendommen, maar ook in algemene zin voor de kosten die met een toenemende chaos gepaard gaan wanneer wij niet in staat zijn die problemen op tijd het hoofd te bieden.

Snelle actie

De discussie over de impact van een toenemende complexiteit, de noodzaak voor ‘decomplicerende’ maatregelen en de centrale rol die informatietechnologie daarin speelt, wordt in ons maatschappelijk bestel nauwelijks gevoerd. Wij nemen maar al te vaak beslissingen zonder de soms verregaande operationele gevolgen daarvan in kaart te brengen. Door zo’n onvolledige aanpak nemen de kosten in de gezondheidszorg onacceptabel toe, en wordt er vervolgens bezuinigd op de zorg zelf. En zijn er nauwelijks nationale initiatieven om de chaotische gemeentelijke automatisering nu eens een keer goed aan te pakken. Deze onmacht is een groot probleem in de publieke sector, maar niet alleen daar. In de private sector stuit samenwerking al gauw op de angst dat daardoor ‘de vrije markt’ wordt belemmerd, terwijl het doel van die samenwerking nou juist is om tot gezamenlijke afspraken te komen om de kosten voor de ­afnemers te verlagen en de kwaliteit van de leveringen te verbeteren. Teneinde te komen tot een brede aanpak om de bestaande complexiteit te verminderen en om de systemen klaar te maken voor een complexe en veeleisende toekomst, zullen in elke sector collectieve afspraken moeten worden gemaakt over de noodzakelijke architecturen, de te hanteren standaards, de mate van individuele keuzevrijheid, de leveringszekerheid van de systemen, de wijze waarop veranderingen zullen worden aangepakt, hoe ‘verkeerd’ gedrag van spelers in toom kan worden gehouden, en ga zo maar door.

"Samenwerking is uiterst complex omdat veel deelnemers ook elkaars concurrenten zijn"

Dat is een actie van onderop, vanuit de sector dus, waarbij men een actieve rol mag verwachten van de verschillende brancheverenigingen. De sector zal als collectief antwoord moeten geven op de eerder gestelde vragen en ook zelf het toekomstige samenwerkingsmodel in de sector moeten bepalen. Tot dat laatste hoort ook de ontwikkeling van een network participation benchmark op basis waarvan de deelname van individuele spelers kan worden beoordeeld en, waar nodig, verbeterd. Die samenwerking is uiterst complex omdat veel deelnemers aan het netwerk ook elkaars concurrenten zijn. Daarbij zal permanent een afweging noodzakelijk zijn tussen de ‘natuurlijke’ vernieuwingsdrang van ondernemingen (zowel bij providers als klanten) en de voordelen van samenwerking. Die uitdaging speelt vooral bij de vele en ingrijpende veranderingsprocessen die we de komende jaren kunnen verwachten (zie kader).

Minister voor IT

Tegelijkertijd mag van een verantwoordelijke overheid worden verwacht dat zij dergelijke ontwikkelingen actief ondersteunt en zelfs – wanneer noodzakelijk – afdwingt (bijvoorbeeld in de publieke sector), en voor de gewenste samenwerking de wettelijke kaders beschikbaar maakt. Dat zou, naast een professionele aanpak van de overheidsautomatisering, misschien wel de belangrijkste taak moeten zijn van een minister voor ICT-zaken, die ook kan bijdragen aan de internationale afstemming die voor veel aspecten noodzakelijk is. Zo’n minister is geen super-CIO – dat is een andere, niet-politieke functie die zich op een lager organisatorisch niveau bevindt en zich beperkt tot de rijksoverheid.

Er is dus op alle niveaus werk aan de winkel, en dat werk kan maar beter zo snel mogelijk beginnen om te voorkomen dat we een achterstand oplopen die nauwelijks meer is in te halen. Het zou goed zijn als deze ICT-minister in de aanloop naar de komende verkiezingen zal worden geagendeerd. Laten we ervan uitgaan dat in elk geval de branchevereniging Nederland ICT daarvoor een krachtige aanbeveling zal doen op basis van de hierboven beschreven uitgangspunten, maar enig aandringen vanuit de verschillende sectoren zou daarbij zeker helpen. De netwerkmaatschappij gaat ons allemaal aan.

Het generieke takenpakket van een netwerkorganisatie

Voor elk van de genoemde activiteiten zal moeten worden aangegeven hoe de verantwoordelijkheden zijn verdeeld en welke middelen ter ­beschikking staan om de juiste uitvoering van die activiteiten te realiseren. Daarbij is krachtige ondersteuning door wet- en regelgeving absoluut noodzakelijk. En aangezien nogal wat van deze activiteiten grensoverschrijdend zijn, zal een dergelijke wet- en regelgeving natuurlijk internationaal moeten worden afgestemd.

publiek-1

 

Organisatorische uitdagingen in een
veranderende omgeving

publiek-2

 

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!