Offensief van Dell voor het rekencentrum

3 april 2009
De introductie van de ‘elfde generatie’ (11G) Dell-servers valt vrijwel samen van de lancering van nieuwe Xeon-processors. Intel heeft deze in 45 nanometer vervaardigde chips, met de codenaam Nehalem EP, afgelopen maandag onthuld. De Dell-systemen zijn gebaseerd op de nieuwe Xeon 5500, die is bedoeld zijn voor servers en werkstations met twee processoraansluitingen (sockets).

De nieuwe PowerEdge-serverfamilie met de Xeon 5500 omvat towermodellen (T610), rackservers (R610, R710) en bladeservers (M610, M710). Dell werpt ook nog drie Precision-werkstations op basis van de Nehalem-architectuur in de strijd, waarbij de klant kan kiezen uit grafische kaarten van NVIDIA of ATI.

Dell hamerde er bij de Europese lancering in Londen op dat klanten met zijn nieuwe 11G-producten voor het datacenter veel geld kunnen besparen in de vorm van lagere beheer- en energiekosten. Daarom zou vervanging van bestaande systemen ondanks de economische neergang en de krappe IT-budgetten nu toch gerechtvaardigd zijn.

Rick Becker, vicepresident Software Solutions van Dell: “We willen klanten helpen bij het terugdringen van de kosten in het datacentrum. Niet alleen wat betreft de aanschafkosten, maar gedurende de complete levenscyclus.”

Bij het ontwerp van de 11G-serverlijn heeft Dell naar eigen zeggen veel nadruk gelegd op het terugdringen van de complexiteit om het beheer in het datacenter makkelijker en goedkoper te maken. In dat streven past de Dell Management Console (DMC), een applicatie die het totale beheer van servers, storage en clients kan verzorgen.

Een vergelijkbare oplossing van HP zou maar liefst negen managementconsoles en 50 procent meer hardware vereisen, aldus Dell. DMC is de afgelopen twee jaar samen met Symantec-dochter Altiris ontwikkeld en is niet eenkennig. De software kan ook worden ingezet in heterogene omgevingen met apparatuur van andere leveranciers dan Dell.

Nehalem in meer producten
Lenovo was Dell vorige week een paar dagen te vlug af met de aankondiging van werkstations met de Nehalem EP. Ook Cisco meldde eerder dat het zijn eerste servers op het paradepaardje van Intel baseert. Nog meer fabrikanten hebben nieuwe systemen met de Nehalem EP op stapel staan, waaronder Fujitsu, HP, IBM en Sun.

Fujitsu introduceerde in de Primergy-lijn één towermodel en komt in juni met meer Nehalem-producten. Sun Microsystems is van plan op 14 april Nehalem-apparatuur te introduceren.

HP introduceerde tegelijk met de Nehalem-lancering door Intel de ProLiant G6-serverlijn op basis van de Xeon 5500 met nieuwe rackservers, bladeservers en towermodellen in de ML-serie. HP claimt een verdubbeling van de prestaties in vergelijking met zijn bestaande servers.

Volgende week meer over de annonceringen van Dells concurrenten.

Bedrijven kunnen server-‘images’ al in de fabriek laten installeren, een service die Dell ImageDirect noemt. Verder is in alle servers de Lifecycle Controller ingebouwd, volgens Dell de eerste voorziening in zijn soort. De beheerder kan hiermee een nieuwe server snel voorzien van de laatste stuurprogramma’s, die door de fabriek in flashgeheugen zijn meegeleverd.

Het zoekraken van cd’s met software-updates, waarna de IT-afdeling online alsnog de recentste drivers moet zoeken en downloaden, wordt zo ondervangen. Op het gebied van virtualisatie ondersteunt Dell naast VMware en Citrix nu ook Hyper-V van Microsoft.

Het offensief van Dell omvat bovendien vijf ‘storage arrays’ in de PS6000-serie onder de naam EqualLogic, een vorig jaar door Dell overgenomen bedrijf. Ze zijn bijna twee keer zo snel als hun directe voorgangers in de PS5000-serie, zegt Praveen Asthana, enterprise storage director van Dell. Aan de PS6000 zijn een vierde gigabit-ethernetpoort, een snellere processor en twee keer zoveel geheugen toegevoegd.

De PS6000 moet de basis vormen van een gevirtualiseerde opslagarchitectuur. Het product is voorbereid op de vStorage-technologie van VMware. Onderdeel van de introductie is verder SAN Headquarters (SAN HQ), een beheertool voor storage area networks dat tientallen PS-systemen tegelijk in de gaten kan houden tot een maximum van meer dan 10 petabytes.

Elke opslagarray heeft een aparte geheugencontroller voor de solid state drives (SSD’s), waardoor Dell kon kiezen voor relatief goedkope SSD’s als aanvulling op conventionele harde schijven. Asthana: “Bij concurrenten zie je dat dezelfde controller zowel SSD’s, SAS-harddisks (Serial Attached SCSI) als SATA-harddisks (Serial ATA) moet aansturen. Dit wordt een flessenhals doordat een gevecht om bandbreedte ontstaat.”

Bijzonder is dat de PS6000 zonder meer kan worden geïntegreerd in één virtuele ‘storage pool’ met alle voorgaande generaties van EqalLogic-apparatuur, zodat klanten hun opslagcapaciteit relatief eenvoudig kunnen uitbreiden.

Asthana zegt overigens niet te verwachten dat SSD’s in opslagsystemen de harde schijf binnen afzienbare tijd geheel zullen verdringen. “Klanten blijven voorlopig alleen een paar ‘plankjes’ met SSD’s kopen en vullen de rest van de kast nog steeds met SATA- en SAS-schijven”, constateert hij.


 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!