Nieuw Apple-OS is nog een beetje groen

22 maart 2001
Daar staat tegenover dat het op Unix gebaseerde Mac OS X het meest stabiele besturingssysteem is van Apple tot nu toe. Voor bedrijven die nu nog zwaar investeren in Windows 2000, zou de OS X wel eens een interessant alternatief kunnen worden. Voor bestaande gebruikers betekent het besturingssysteem echter een radicale breuk met het verleden. De overstap naar Mac OS X zal dan ook zeker niet probleemloos verlopen. De officiële release – werknaam Cheetah – blijkt nog onvolkomenheden te bevatten die pas bij de volgende versie – werknaam Puma – worden opgelost. Op Powerbooks zouden volgens Amerikaanse bronnen problemen met de slaapstand zijn gesignaleerd. Analoge video kan onder Mac OS X nog niet worden ingevoerd en bewerkt. DVD’s kunnen niet worden afgespeeld, laat staan beschreven worden. Ook ontbreekt volledige ondersteuning voor grafische kaarten zoals de onlangs gelanceerde Geforce 3 van Nvidia. Daarnaast zou het OS nog niet volledig getest zijn op alle hardware van Apple, waaronder de onlangs gelanceerde Powerbook G4 Titanium. „Je kunt bij een geheel nieuw systeem niet verwachten dat alle hardware meteen wordt ondersteund”, zegt Michel Roelofs, productmanager van Apple Nederland. „Maar er wordt hard aan getrokken. Met name printerfabrikanten zijn bezig om in hoog tempo stuurprogramma’s voor Mac OS X te ontwikkelen.”
Apple wil het al vele malen uitgestelde besturingssysteem zo snel mogelijk op de markt brengen om er zeker van te zijn dat deze zomer voldoende applicaties voor het OS geleverd kunnen worden. Dan zal Apple-hardware ook standaard met Mac OS X verkrijgbaar zijn.
De introductie van Mac OS X is in vele opzichten vergelijkbaar met de overgang van Windows 3.1 naar Windows 95, zij het dat Windows-gebruikers
het geluk hadden dat oudere
applicaties
ook onder het nieuwe besturingssysteem bleven draaien. Bij de Apple Macintosh kan dat helaas niet zonder een hardware upgrade. Door Mac OS 9.1 onder Mac OS X te installeren, kan weliswaar gebruik worden gemaakt van oudere applicaties, maar die werken alleen als ze de hardware niet hoeven aan te spreken. Bovendien wordt met twee op elkaar gestapelde besturingssysteem een forse aanslag gepleegd op het werkgeheugen: minimaal is voor Mac OS X 128 MB vereist. Veel bestaande Mac-gebruikers hebben dan ook al te kennen gegeven te willen wachten totdat een groot deel van de applicaties is aangepast voor het nieuwe OS, en oude systeemsoftware niet meer aangesproken hoeft te worden. Bestaande gebruikers zullen verder allerlei ingesleten reflexen moeten afleren, want ook de gebruikersomgeving heeft een metamorfose ondergaan.
Mac OS X kent een lange voorgeschiedenis. Al aan het begin van de jaren negentig had Apple ambitieuze plannen voor een besturingssysteem dat aanvankelijk door het leven ging als Copland. Vanuit het hoofdkwartier in Cupertino lekten regelmatig details uit over dit revolutionaire systeem of zijn vermeende opvolger Gershwin. Maar Copland kwam niet af, deels doordat Apple de lat veel te hoog had gelegd, deels vanwege de destijds heersende interne chaos bij het bedrijf. Veel haast had men ook niet, want de concurrentie bestond destijds uit het instabiele Windows 3.1 en uit Unix, het besturingssysteem dat hoofdzakelijk voor werkstations was ontwikkeld. „Niemand piekerde er over om Unix voor consumentensystemen te gebruiken”, vertelde John Welch, systeembeheerder bij Atmospheric and Environmental Research, begin januari op de Mac World Expo in San Francisco.
Met uitzondering dan van oud Apple-oprichter Steve Jobs, die Unix adopteerde voor de NeXT-werkstations die hij eind jaren tachtig voor de onderwijswereld ontwikkelde. Door Unix te koppelen aan een Mac-achtige gebruikersomgeving legde Jobs onbedoeld de basis voor het huidige Mac OS. Onbedoeld, want het besturingssysteem NeXT Step leefde na het mislukken van NeXT nog jarenlang voort als Open Step op het Intel-platform.
Toen Apple enkele jaren terug NeXT Step kocht, na een mislukte vrijage met het bedrijf Be, was de systeemsoftware dan ook lange tijd niet meer intensief onderhouden. Toch leek Apple NeXT Step een betere kandidaat voor het nieuwe OS dan het onvoltooide Copland. Aanvankelijk had men het plan om een besturingssysteem te creëren dat Rhapsody zou gaan heten. Oude applicaties konden daarin draaien in een emulatiemodus, maar programma’s voor het nieuwe systeem zouden helemaal opnieuw geschreven moeten worden en daar voelden grote softwarehuizen als Adobe en Macromedia niets voor. Uiteindelijk kwam Apple met het Carbon model, een bibliotheek met programma-aanroepen uit het oude OS, waardoor bestaande applicaties alleen maar hoeven worden aangepast.
Het eerste dat door Apple is aangepakt, is de microkernel, de kern van het OS dat op elementair niveau de communicatie van de hardware regelt. Was het oorspronkelijke NeXT Step nog gebaseerd op Mach 2, met BSD4.3 als onderlaag voor servertaken en PostScript voor de uitvoer naar het scherm en printers, Mac OS X heeft als basis Mach 3 met FreeBSD, en PDF van Adobe voor de scherm- en printeruitvoer.
De rest van het OS wordt hier als het ware bovenop gebouwd. Deze architectuur heeft onmiskenbaar voordelen, want bij vernieuwing van de hardware hoeft alleen maar een klein stukje van de code te worden aangepast en niet meteen het complete OS te worden herschreven. Microsoft heeft iets dergelijks ook al willen doen met Windows NT.
Niet minder belangrijk is dat de broncode van het kernbesturingssysteem, dat Darwin wordt genoemd omdat het in de ogen van Apple een enorme sprong voorwaarts betekent in de evolutie van moderne besturingssystemen, vrij beschikbaar is. Met behulp van duizenden vrijwilligers kan het OS dan ook steeds verder verfijnd worden.
De microkernel van Mac OS X is nu al zeer stabiel, onder meer dankzij pre-emptive multitasking. Deze functie waakt over de processor van de computer, evalueert het belang van iedere taak en stelt op basis daarvan de prioriteiten in. Ook beschikt het OS over beveiligd geheugen, waardoor een uniek adresbereik wordt toegekend aan elk programma en elk proces dat actief is. Programma’s die beperkt zijn tot hun eigen geheugengebied kunnen andere programma’s dus niet onderuit halen, zoals nu nog het geval is bij Mac OS 9. Darwin sluit eenvoudigweg het programma waarin een probleem is opgetreden af, zodat men zonder onderbreking verder kan werken. Ook hoeft men aan elk programma niet langer een bepaalde hoeveelheid RAM-geheugen toe te kennen, zoals nu nog bij Mac OS 9. Nadeel is dat gebruikers hierdoor geneigd zullen zijn steeds meer programma’s te openen, waardoor de harde schijf als virtueel geheugen moet bijspringen en de Mac trager wordt. John Welch van Atmospheric and Environmental Research ziet dat niet als enige nadeel: „Mac OS X is een vrijbrief voor slecht geschreven applicaties, want die worden toch afgeschermd. Onder Mac OS worden programmeurs ten minste gedwongen hun applicaties stabiel te maken.”
Al is Mac OS X volgens Welch ook weer niet zo stabiel dat het nooit onderuit zal gaan, toch wordt de kans op vastlopers minder, al was het maar omdat geen gebruik meer wordt gemaakt van extensies en regelpanelen die onder het oude OS vaak problemen veroorzaken.
Mac OS X is overigens veel meer dan een robuuste microkernel. Bovenop de kern van het systeem zijn bijvoorbeeld drie verschillende grafische lagen gebouwd: Quartz, QuickTime en OpenGL. Quartz is gebaseerd op de PDF-structuur die veel wordt gebruikt op Internet en vormt de basis van de Aqua-interface met zijn doorschijnende elementen en slagschaduwen rond de vensterranden. Voor 3D-applicaties maakt Apple nog steeds gebruik van de grafische bibliotheek OpenGL van Silicon Graphics, de 3d-technologie die onder meer wordt gebruikt voor spellen als Quake 3. Tenslotte is er de vertrouwde QuickTime-technologie die ten grondslag ligt aan de succesvolle videobewerkingssoftware van Apple (iMovies). De combinatie van deze technieken was voor het bedrijf Alias Wavefront aanleiding om een Mac OS X versie aan te kondigen van Maya, de grafische motor achter de speciale effecten in films als ’The Matrix’, ’The Mummy’ en’A Perfect Storm’.
Het besturingssysteem bevat verder verschillende innovaties die andere besturingssystemen (nog) ontberen. Zo wordt op netwerkniveau bijvoorbeeld al ondersteuning geboden voor het toekomstige TCP/IP IPv6. Met IPv6 kunnen langere IP-nummers worden gebruikt en kan een zelfconfigurerend netwerk worden opgezet. Mac OS X biedt overigens ook nog gewoon ondersteuning voor AppleTalk, waardoor moeiteloos kan worden samengewerkt met bestaande Macintosh-netwerken.
De meeste aandacht trekt toch wel de gebruikersomgeving Aqua. Niet iedereen vindt de interface met zijn bonte kleuren en blauwe scrollbars even geslaagd, maar er zijn ook enthousiaste reacties. De meest in het oog springende innovatie is de Dock, een speelse versie van de Startbalk in Windows, waarheen programma’s, documenten en Internet-adressen versleept kunnen worden.
De ervaringen met de vorig jaar verschenen bètaversie van Mac OS X hebben inmiddels al tot een aantal aanpassingen geleid. Zo zijn op veler verzoek het Apple-menu en de klok in de menubalk teruggekeerd, evenals de schijf- en prullenmand-pictogrammen op het bureaublad.
Op dit moment is het wachten vooral op toepassingen voor Mac OS X. Ontwikkelaars hebben in principe twee keuzes: de eenvoudigste optie is om bestaande applicaties om te zetten met behulp van Carbon. Nadeel is dat deze programma’s dan niet kunnen profiteren van de specifieke eigenschappen van het OS en onstabiel blijven. Apple wil ontwikkelaars dan ook zover krijgen dat ze Cocao, de object georiënteerde omgeving van NeXT Step, gaan gebruiken. Programmeren in Cocao neemt echter nogal wat tijd in beslag en van de ruim twaalfhonderd Mac OS X-applicaties die zijn aangekondigd, zal een belangrijk deel dan ook pas later dit jaar verkrijgbaar zijn. Dat geldt zelfs voor Carbon-applicaties: Microsoft heeft tot nu toe gewacht met een Carbon-versie van Office, omdat Carbon nog niet helemaal af is. Product manager Irving Kwong noemde Carbon enkele weken terug nog een ’bewegend doel’. Volgens hem is het niet verstandig om nu al te gaan sleutelen aan de circa dertig miljoen regels code van MS Office for Mac.
Veel gebruikers zullen voorlopig dan ook nog wel even blijven werken met Mac OS 9 of met nog oudere versies van het besturingssysteem. Bovendien is Mac OS X de eerste systeemsoftware van Apple die uitsluitend draait onder PowerMac’s en Powerbooks met G3- of G4-processoren. Theoretisch zou Apple het bereik van Mac OS X nog kunnen vergroten door het besturingssysteem aan te passen voor Intel-PC’s. Een belangengroep genaamd Rhapsody on Intel Advocacy (www.of.org/rhaptel/) maakt zich daar al geruime tijd sterk voor. Er zijn zelfs al bètaversies van Mac OS voor Intel-PC’s gesignaleerd. Een Mac OS X voor Intel-PC’s is echter niet erg waarschijnlijk, zo geeft zelfs Rhapsody on Intel Advocacy toe: „Apple wil nu eenmaal G4’s verkopen en zal het besturingssysteem dan ook niet zomaar uit handen willen geven.”

Mac OS X ligt op 24 maart in de winkel voor 349 gulden. Gebruikers die de bètaversie hebben gekocht krijgen 90 gulden korting. Mac OS X is meertalig: zonder herstart kan voor een Duitse, Franse, Engels, Spaanse en Nederlandse configuratie worden gekozen.
 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!