Innovatie & Strategie

Carriere
unicorn

Nederland kan wel weer een unicorn gebruiken

“Het ecosysteem voor technische startups moet beter om internationaal succesvol te zijn”

© CC0 - Pixabay SilviaP_Design
27 juli 2020

“Het ecosysteem voor technische startups moet beter om internationaal succesvol te zijn”

Vernieuwing biedt kansen, stelt de Rijksoverheid. Nederland telt 4.311 technische startups en inmiddels is deze sector de banenmotor voor Nederland. Maar ongeveer twintig procent van de technische startups redt het niet. Het ecosysteem voor IT-bedrijven is niet voldoende en moet beter. Alleen dan kan de volgende Google of Facebook, de unicorns, ook in Nederland ontstaan.

De Nederlandse startups rijzen als paddenstoelen uit de grond. Het aantal IT-starters steeg het afgelopen jaar met acht procent, blijkt uit het aantal registraties van de KvK. Het ondernemerschap in Nederland wordt dus steeds populairder. Alleen heeft deze populariteit nog niet tot een enorme klapper geleid. Bedrijven als Booking.com en Adyen hebben van alle Nederlandse ondernemingen de grootste beurswaarde.

Met twaalf unicorns -  bedrijven die een waardering van minimaal een miljard dollar hebben, maar nog niet beursgenoteerd zijn - staat Nederland op de vierde plek in Europa. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk staan nog voor Nederland in het rijtje.

Die positie moet zo blijven of moet beter worden. Niet voor niets heeft Prins Constantijn van Oranje, startupambassadeur van non-profit organisatie Techleap het doel om minimaal twee unicorns per jaar voort te brengen. Gemiddeld genomen komt er in Nederland één unicorn per jaar bij. En dat terwijl de unicorns een flinke boost voor de werkgelegenheid zijn.

Banen-boost

De IT is geen hele grote sector voor de economie. “Maar drie procent van alle banen in Nederland zit in de IT-hoek”, blijkt uit cijfers van het CBS. "Dat wil niet zeggen dat het geen belangrijke sector is", zegt Marjolijn Jaarsma, woordvoerder van het CBS. Met 21 procent groei in werkgelegenheid in de IT tegenover negen procent groei in de hele economie is de sector een enorme boost voor de werkgelegenheid in Nederland. Niet alleen daarom is de IT zo belangrijk. “Naast dat ze voor werkgelegenheid zorgen, zijn het vaak de aanjagers van innovatie. Daardoor zijn ze ontzettend belangrijk voor de economie.”

De cijfers liegen er niet om. Ondanks dat technische startups vaak niet hele grote bedrijven zijn, zit daar wel de toekomst. De sector is goed voor 108.000 banen in Nederland, waarvan vijf procent van Booking.com komt, iets meer dan 5.000 banen. De overige 95 procent is evenredig over kleinere en grotere, jongere en oudere startups verdeeld.

Aan een gebrek aan ondernemers ligt het niet. Volgens het CBS komt die toename ook vanwege de ‘ease of doing business’: “Het is gemakkelijker/laagdrempeliger om een adviesbureau te starten (als je de kennis bezit) dan om een bedrijf te starten waar grote investeringen voor nodig zijn (aanschaf van kapitaalgoederen, gebouwen, fabrieken). Mogelijk komt het ook door de groeiende aandacht en beleidsstimulans om als land innovatiever te worden.”

Back-up

Een groot deel, dertien procent, van alle startups ontstaat onder de vleugels van de universiteit, de academische startups. Bekende unicorns als Booking.com en Thuisbezorgd.nl zijn beide aan de universiteit Twente ontstaan. Met de universiteit als kraamkamer voor het bedrijfsleven helpt het instituut bij kennisuitwisseling, financiering, een werkplek, octrooiaanvragen en mogelijk met een netwerk. Waar de drempel laag is voor startups om zich in te schrijven bij de KVK, kan het voor academische startups een stuk langer duren voordat zij de markt opgaan.

Volgens Beers komt het doordat het proces voor een academische startup vaak ingewikkelder is dan voor een niet-academische startup, waardoor het langer duurt voordat de startup zijn/ haar oplossing in de markt zet. Beers “Neem het voorbeeld van het bedrijf Hardt Global Mobility. Zij ontwikkelen een nieuwe trein, dat is dan wel een ander spelletje. De gradatie van moeilijkheid maakt de ontwikkeltijd vaak wat langer, terwijl de commerciële uitdaging soms net zo moeilijk kan zijn.”

Laurens van der Velde, woordvoerder van de universiteit Twente bevestigt dat er een lange weg nodig is voordat producten van academische startups als standaardproducten in de markt worden opgenomen. Dat komt vooral doordat academische startups zich vaak richten op een disruptieve business. “De universiteit doet daarom haar uiterste best om in de fase voor de start van deze academische starter een zo goed mogelijke business case te bouwen. Als het bedrijf eenmaal op eigen benen staat, is er meestal geen sprake meer van ‘back-up’ door de universiteit.”

Een lange weg

Niet alleen is het een lange weg voor veel startups om succesvol te worden, het kost ook veel tijd. Daarnaast zijn er maar weinig bedrijven die uitgroeien tot een bedrijf van formaat met meer dan 500 werknemers. Data- en analyse bedrijf Dealroom kwam in september 2019 met cijfers dat slechts 0,2 procent van alle startups meer dan 500 werknemers bereikt.

In Nederland heeft 55 procent van alle startups tussen de twee en de tien werknemers of zelfs minder. Dat kan veel sneller veel meer worden. Uit het onderzoek blijkt dat een VC, een venture-backed startup veel sneller tot groei van een bedrijf leidt, dan bedrijven die geen kapitaalinjectie ontvangen. Gemiddeld gezien kost het een startup vijftien jaar om tot veertig medewerkers te groeien, terwijl dat voor bedrijven die een miljoen investering ontvangen drie keer zo snel gaat en binnen vijf jaar tot dat formaat uitgroeien.  

wereld
Tips voor de ondernemer van Nils Beers, directeur van Techleap

Als je het wilt maken in Nederland, dan moet je volgens Beers al vanaf het begin groot denken. “Denk aan hoe je de wereld wilt veroveren. Welke partners, welke aandeelhouders neem je aan boord, hoeveel geld ga je ophalen, is dit een stapje op weg naar Nederland of naar de rest van de wereld. Veel mensen in Nederland zeggen doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Terwijl de mensen met wie je aan het concurreren bent, dat zijn niet de mensen in Nederland.”

Het maakt daarmee niet uit of je een academische startup bent of een ‘gewone’ startup. Beers: “Als je de ambitie hebt om de wereld te veroveren, probeer daar dan ook echt naar te kijken en op te focussen. Het is de collectieve verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de juiste tools aanwezig zijn om te schalen. Als je echt groots denkt dan kom je er ook vaak achter dat je dat niet alleen kan. Als je die grootse visie hebt en houdt, dan zou dat zichzelf moeten oplossen.”

Ecosysteem

Het is dus niet zo eenvoudig om als starter snel uit te groeien tot een enorm bedrijf. Dat is een van de redenen dat de Nederlandse overheid in deze sector investeert. Zo heeft de overheid onlangs 65 miljoen euro vrijgemaakt om het Nederlandse startup beleid te versterken. Beers noemt het: “Een mooi begin.” Maar volgens hem is dat een schijntje in vergelijking met wat overheden in andere landen uitkeren.

Het is belangrijk dat bedrijven de kans krijgen om in Nederland die groei te maken. “Wij moeten ervoor zorgen dat we bedrijven hebben die de volgende Google of Facebook worden. Die bedrijven hoeven niet vervangen te worden, maar wij moeten realiseren dat die bedrijven in Nederland de kans krijgen om te ontstaan. Bedrijven op het gebied van AI, voicerecording, self driving cars, dat is de toekomst. Als wij daar geen rol van betekenis in spelen, dan komt dat negatief over.”

Dat twintig procent van alle startups het niet redt, komt volgens Beers omdat het ecosysteem niet voldoende is om startups naar een internationaal niveau te brengen. Beers: “De pilaren van het ecosysteem bestaan uit een combinatie van factoren, zoals toegang tot internationale markten, talent, geld en technologie, dat is wat het makkelijker moet maken om internationaal succesvol te worden.”

Ondanks de injectie van de overheid, blijkt ook tijdens de coronacrisis dat het nog moeilijk wordt om de positie voor Nederland als innovatieland te behouden. Daarom uitte de Dutch Startup Association (DSA) recentelijk haar zorgen en riep ze de overheid op tot meer overheidssteun ten tijde van COVID-19. Ten opzichte van andere Europese landen ontvangen Nederlandse startups veel minder steun. De DSA waarschuwt de overheid dat Nederland zomaar zijn positie als derde beste ecosysteem van Europa kan verliezen als de overheid startups niet gaat helpen. 

De ambitie van Prins Constantijn om niet één, maar twee unicorns per jaar voort te brengen, is een flinke uitdaging. Zeker omdat er in 2019 geen enkele unicorn is bijgekomen, kan Nederland er wel weer een gebruiken. Alleen dan zal Nederland zijn positie op de Europese ranglijst niet verliezen.

Dertien procent van alle startups komt van de universiteit

Onder de vleugels van de universiteit

Voor een academische startup valt de wetenschappelijke kennis onder de universiteit, ook wel het intellectueel eigendom. Daarmee wordt alle kennis, procedures, protocollen en resultaten van een onderzoek bedoeld. Om deze kennis commercieel in te zetten moeten er eerst goede afspraken worden gemaakt tussen de universiteit en de startup.

De universiteiten kunnen voor diensten als een werkplaats, een starterslening of het verlenen van patenten, aandelen in het bedrijf terugvragen. Als hier eenmaal goede afspraken over zijn gemaakt, kun je beginnen met de commerciële plannen voor je bedrijf.

Wanneer je onder de vleugels van de universiteit een startup wilt beginnen, dan moet je eerst over de basisvoorwaarden onderhandelen. Beers: "Zo kan de universiteit mogelijk medeaandeelhouder worden en dan moet je vaak bij technologisch gedreven ideeën patent aanvragen en dat doe je dan ook samen.”

Drempels wegnemen

Een student moet volgens Beers zo makkelijk mogelijk kunnen ondernemen. Alle prikkels die het proces kunnen verstoren, moeten daarbij weggenomen worden. Doordat universiteiten vasthouden aan het intellectueel eigendom maak je het voor de student niet makkelijker. “De wetenschappelijke kennis moet zo makkelijk mogelijk naar startups stromen om daar gave bedrijven van te bouwen. Beers: “Op dit moment zie je dat het systeem niet optimaal werkt. En het allermakkelijkste is om te zeggen: ‘we halen die drempels weg, we maken de wetenschappelijke kennis openbaar’. Want het moet wel beter. Er mogen geen andere prikkels op de weg staan om dat proces te verstoren.”

Volgens Laurens van der Velde, woordvoerder van Universiteit Twente, worden de meeste resultaten van onderzoek vrijwel altijd gepubliceerd. Van der Velde: “Wel is bescherming van de resultaten soms in het belang van de startup om een goede businesscase te bouwen, bijvoorbeeld wanneer er een octrooiaanvraag loopt. En dat kan ook helpen om investeerders aan te trekken om een goede intellectuele eigendomspositie te hebben.”

Ook de Technische Universiteit Delft geeft aan dat valoriseren juist tot een van de taken van de universiteit behoort. Voor de universiteiten zijn academische startups namelijk geen bron van inkomsten, geeft Jurjen Slump verantwoordelijk voor content en PR van de TU Delft aan. “Als universiteiten investeren we in onderzoek, het vastleggen van patenten en het zoeken/begeleiden van partijen die het tot een toepassing brengen/valoriseren.”

Swat.engineering

Een voorbeeld van een startup die inmiddels op eigen benen staat is Swat.engineering, waarbij Swat staat voor 'Software analysis and transformation'. Dit bedrijf ontwikkelt domeinspecifieke talen, DSL’s, en is ontstaan op het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI), een onderzoeksinstituut van het NWO. Zij helpen eigen startups om ideeën naar het bedrijfsleven te brengen.

Davy Landman, oud-onderzoeker van de CWI SWAT-onderzoeksgroep en CEO van de nieuwe spin-off, vertelt over de meerwaarde om binnen het CWI een nieuw bedrijf te beginnen: “Het CWI was voor ons een goede plek om te starten; het hielp ons bij het opzetten van de infrastructuur van ons bedrijf. We hoefden daarmee niet alles zelf uit te zoeken. Wat ons verbindt is dat de onderzoeksgroep waar ik werkte en wij dezelfde tool gebruiken. We huren ook een kantoor bij het CWI, zodat we makkelijk en snel kunnen schakelen.”

Medeoprichters prof. Jurgen Vinju en prof. Paul Klint komen ook van de SWAT-groep van het CWI. Landman: “Zij hebben een heel uitgebreid netwerk en wij hebben onze netwerken samengevoegd. De waarde daarvan is ontzettend groot.” Ook zijn de eerste medewerkers via het CWI binnengekomen en kon Swat.engineering mee met het CWI naar een grote beurs, de Hannover Messe. “Dat had zonder het CWI nooit gekund.”

Lees meer over
Lees meer over Innovatie & Strategie OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.