Loopbaan

Carriere
robots

Mijn robot & ik

Robots en interactie op de werkvloer.

25 april 2019

Robots en interactie op de werkvloer.

Deze vier professionals werken op dagelijkse basis met robots. De ene robot heeft een hoog aaibaarheidsgehalte, de andere robot is niet meer dan een robotarm in een fabriekshal. Wat kunnen robots al en wat nog niet? Hoe is het om een werkvloer met ze te delen en wat kunnen we van ze verwachten in de toekomst?

CV
Roel Boumans (55) studeerde lucht- en ruimtevaarttechniek aan de TU Delft. Hij is onderzoeker in opleiding op het gebied van intelligente robots in de zorg bij Radboud UMC in Nijmegen en aan de TU Delft. Daarnaast is hij eigenaar van Mijnrobots.nl, een onderzoeksinstituut op het gebied van sociale robots in de langdurige zorg.

‘Hoge aaibaarheidsfactor’

Roel Boumans werkte na zijn studie jarenlang bij Fokker Ruimtevaart in een Europees roboticaproject. Daarna maakte hij een uitstapje naar CMG en nog een aantal bedrijven, maar de robotica liet hem niet los. “Toen ik doorkreeg dat er door technologische vooruitgang inmiddels veel meer kon met robots in de zorg, heb ik een onderzoeksvoorstel geschreven en kon ik tegelijkertijd aan de slag bij twee universiteiten.”


Foto: De Beeldredaktie / Erik van 't Woud

Hij onderzoekt of de Pepper-robot verpleegkundigen kan ontlasten door (oudere) patiënten te ondervragen over allerlei gezondheidszaken, zodat de verpleegkundigen zich meer kunnen focussen op de zorgprocessen en persoonlijke interactie. “Je moet dan denken aan vragen als: ‘Hoe voelt u zich?’, ‘Heeft u pijn?’, ‘Heeft u goed geslapen?’ en ‘Hoe gaat het met traplopen?’. Ik onderzoek hoe dat op de beste manier kan en hoe de afstemming moet zijn tussen verpleegkundige en robot. Er moet uiteindelijk sprake zijn van teamwork”, licht Roel toe. Daarnaast is het doel om patiënten beter voor te lichten. “Sommige patiënten willen of kunnen een patiëntfolder niet lezen en dan kan een robot die meer vertelt over het ziektebeeld, de behandeling en alle processen een uitkomst zijn.

Roel verwacht dat robots met behulp van machine learning steeds beter worden in spraak- en gezichtsherkenning. “Nu worden emoties nog vaak niet goed herkend door robots. Met name bij oudere mensen wordt er ten onrechte vaak gedacht dat ze boos zijn. Daarnaast is het nu nog vaak moeilijk voor robots om uitgebreide zinnen te analyseren. Dat zal steeds beter gaan doordat robots steeds logischer kunnen nadenken, een kennisdatabase kunnen aanleggen en zelflerend worden.”

Roel denkt dat mensen over tien, vijftien jaar volkomen gewend zijn aan robots in de zorg. “Bij Pepper werkt de hoge aaibaarheidsfactor ook drempelverlagend. Het uiterlijk van een robot vind ik ontzettend belangrijk.”

CV
Arjan Van den Broek (49) is al ruim twaalf jaar docent bij het Albeda College in Rotterdam. Hij is momenteel docent gezondheidszorg, met aandachtsgebied innovatie en ICT. Hiervoor werkte hij onder meer als teamleider oncologie en palliatieve zorg in het Ikazia Ziekenhuis en als zorgmanager bij Laurens. Hij behaalde zijn graad voor leraar gezondheidszorg en welzijn aan de Hogeschool van Utrecht.

van den broek

Foto: De Beeldredaktie / Erik van 't Woud

‘Bijles van een robot is een feestje’

Toen Arjan begin 2016 rondliep bij een zorginstelling waar een van zijn leerlingen werkte, kwam hij voor het eerst in aanraking met een robot. “Ik had nog nooit zoiets gezien en was meteen enthousiast. Ik heb diezelfde dag contact gezocht met het bedrijfje in België dat deze robots levert en heb er snel een besteld voor bij mij op school.” Er hing een prijskaartje aan van €16.000 per stuk, maar de directie van het Albeda Collega is volgens hem ‘behoorlijk technologieminded’ en gaf groen licht. Inmiddels lopen er 120 zogenaamde NAO-robotjes rond op scholen in Nederland, waarvan 9 op zijn school. “De robots waren aanvankelijk bedoeld voor de entertainmentindustrie of voor bij mensen thuis, maar omdat ze niet verkocht werden, kon ik er een aantal op de kop tikken. We hebben er acht voor leerlingen in het zorgonderwijs en één voor docenten.”
De meesten reageren volgens Arjan razend enthousiast op de robots. Alle leerlingen in de zorg van het Albeda moeten verplicht examen doen in robotica en komen ermee in aanraking. Ze leren ze te programmeren en te gebruiken, maar soms worden ze ook ingezet als ondersteuning als leerlingen moeite hebben met een les, die dan nog eens door de robot wordt aangeboden. “Vroeger vonden ze het vreselijk als ze iets niet snapten, nu is het een feestje. De lessen worden niet alleen aantrekkelijker, steeds meer leerlingen weten zo ook al hoe het werkt als ze met een robot worden geconfronteerd op de werkvloer en we trekken er meer leerlingen door aan. Wel zijn sommige leerlingen en docenten bang dat de robots een bedreiging vormen voor hun banen en noemen ze het ‘de koude zorg’. Dat waait wel over. Binnen drie tot vijf jaar zijn ze veel breder geaccepteerd, al denk ik dat robots met een menselijk uiterlijk het voorlopig niet gaan redden.”

CV
Jeroen Poelhekken (44) is innovation manager bij Facilicom Solutions, wat een van de vijf divisies is van Facilicom Group. Deze dienstverlener vervult facilitaire taken en technische werkzaamheden voor alles in en om een gebouw. Daarvoor biedt dat moederbedrijf onder meer technici, schoonmakers, beveiligers en receptiemedewerkers. Robots behoren ook tot de activiteiten, met basaal receptiewerk als toepassingsgebied waar als eerste het meest van wordt verwacht.

Poelhekken

Foto: De Beeldredaktie / Erik van 't Woud

'Het visitekaartje van je bedrijf'

“Ik heb niet echt iets met robots, maar wel met de impact die robots gaan hebben.” Innovation manager Jeroen Poelhekken van Facilicom Solutions is geen robotgerichte technerd, maar wel bezig met robots. Concreet: met receptierobot Bernadette. Zij is niet een stuk software, maar een fysieke, mensachtige robot. “Met handjes, een gezicht en dergelijke.” Bernadette is gebaseerd op de bekende Pepper-robot, die in tegenstelling tot wat veel mensen denken eigenlijk niet een direct bruikbare robot is. “Pepper is géén kant-en-klaar product”, vertelt Poelhekken over die gehypte robot.

Facilicom heeft dan ook flink wat ontwikkelwerk zelf verricht om Bernadette te realiseren. “Wij kunnen ons daarmee onderscheiden.” Het bedrijf biedt de receptierobot aan als service, níét als een losstaand product. Ondanks het feit dat er in Nederland nu een stuk of drie Bernadettes dienst doen bij klanten, bevindt het robotwerk van Facilicom zich nog wel in de opstartfase. Daarbij zijn er nog hordes te overwinnen."Bijvoorbeeld fonetische naamherkenning", geeft Poelhekken aan als geval waar Bernadette soms moeite mee heeft.

Veel mogelijkheden zitten al wel in deze robot, verzekert de innovation manager. Een recente ontwikkeling is de koppeling van Bernadette aan het ontvangstsysteem voor bezoekersregistratie. Als een werknemer daarin zijn of haar bezoek netjes invoert, weet de receptierobot bij aankomst van dat bezoek van de hoed en de rand.

Toch kan communicatie wat stroef verlopen. “Ze praat, ze reageert, maar het is wel vraag/antwoord. Het is nog niet een lopende conversatie.” Zo kan Bernadette niet ingaan op een bezoeker die interrumpeert. “Daardoor loopt conversatie soms wat roestiger.” De receptierobot kan ook niet inspelen op nieuwe situaties. Als er bijvoorbeeld iemand binnenrent en roept dat er een auto op de parkeerplaats in brand staat. Of, zoals in de praktijk is ontdekt en vervolgens toegevoegd aan Bernadettes repertoire: wanneer een bezoeker direct vraagt waar het toilet is.

Een menselijke receptionist kan dus soms beter zijn, erkent Poelhekken. Immers: “De receptie is het visitekaartje van je bedrijf.” Daarbij kan gebruik van een robot juist een gewenst visitekaartje zijn. Bedrijven die naar Bernadette vragen, krijgen vanuit Facilicom hoe dan ook eerst vragen over de businesscase. Want de complexiteit van het werk, plus de kosten en baten, bepalen of de receptierobot een gimmick of zinnig is. Personeelsinzet en werkdruk spelen hierbij ook een rol: doordat Bernadette er altijd is, kunnen facilitaire medewerkers andere zaken oppakken.

CV
Daniël Bottema (35) werkt al acht jaar bij machinefabrikant AWL-Techniek in Harderwijk. Inmiddels is hij bezig aan zijn vierde jaar als manager Research & Development, nadat hij eerder projectmanager en operations manager was bij de specialist in het automatiseren van productieprocessen. Hij behaalde zijn hbo-diploma Industrieel Product Ontwerp aan de Hogeschool Windesheim en rondde onlangs een MBA af.

Bottema
Foto: De Beeldredaktie / Erik van 't Woud

'Robots zorgen voor meer banen'

Het feit dat Daniël Bottema de hele dag te maken heeft met robots en de robotisering van productieprocessen, betekent niet dat hij automatisch een sterke affiniteit met alle soorten robots heeft, zo stelt hij. “Ik heb niet per se een band met alle soorten robots, maar ik ben wel dagelijks met robotica bezig. In iedere machine die we bij AWL maken, zit een roboticacomponent. Dát vind ik leuk. Het interessante van robotica in de huidige tijd is dat we in een overgang zitten van het gevoel van ‘oud en traag’ wat robotica opriep, naar de hedendaagse snelle ontwikkeling in de roboticatoepassingen. Sinds de komst van robotica in de jaren 80 is altijd dezelfde manier van werken gehanteerd. De laatste jaren zijn we robots pas anders gaan programmeren en ontwikkelen.”

Bij zijn werkgever AWL is men dagelijks bezig met het automatiseren van productieprocessen, maar volgens Bottema is het een fabel dat dit ten koste gaat van de werkgelegenheid. “Robots zijn onmisbaar geworden. Ze doen wat mensen niet willen doen of kunnen doen. De landen met de meeste robots in productielijnen, zijn tegelijkertijd de landen met de minste werkloosheid, zoals Korea, Japan en Duitsland. Robots brengen namelijk de productiviteit sterk omhoog, en leveren hierdoor juist méér banen op. Als ik alleen al kijk naar AWL, zijn wij zelf gegroeid van 200 naar 750 man in de tijd dat ik bij AWL werkzaam ben. En er zit potentieel nog veel meer groei in.”

De grootste ontwikkeling zit volgens Bottema in de veiligheidssystemen van de robots waarmee hij werkt en het eenvoudiger programmeren. “Ik kom dagelijks in aanraking met industriële robots, waar veel veiligheid omheen zit, zoals kooiconstructies. Daar zie je ook steeds meer ontwikkeling in, vooral in software en sensoren. Sensoren die zorgen dat een robot trager gaat of stopt als je ernaast gaat staan. Dat laatste zou ik nu nog niet doen, maar het wordt wel steeds veiliger, omdat er steeds meer sensoren in komen.” Op software zijn veel ontwikkelingen gaande. Tot op heden moest je een specialist zijn voor één specifiek robotmerk, in de nabije toekomst verwacht Bottema dat elke programmeur relatief eenvoudig een robot kan programmeren.

Denkend over op welk gebied robots de mens buiten de industrie nu al in het dagelijks leven kunnen bijstaan, komt Bottema uit op de zorg. “Daar ligt nu al een mooie kans om de mens een handje te helpen.”

Magazine AG Connect

Dit artikel is gepubliceerd in het magazine van AG Connect (aprilnummer, 2019). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, klik dan hier voor de inhoudsopgave.

Lees meer over Loopbaan OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.