Loopbaan

Carriere
TU/e

'Mannenstop' TU/e volgt op 10 jaar moeite doen

Geruchtmakende 'mannenstop' TU/e na 10 jaar maatregelen met te weinig effect.

© TU Eindhoven
11 juli 2019

Geruchtmakende 'mannenstop' TU/e na 10 jaar maatregelen met te weinig effect.

Het veelbesproken nieuwe aannamebeleid van de TU Eindhoven (TU/e) waarbij mannelijke sollicitanten zes maanden lang 'geweerd' worden, volgt op tien jaar aan maatregelen die te langzaam effect hebben gehad. Het voor een half jaar voorrang geven aan vrouwen boven mannen is een proef die nu anderhalf jaar loopt en nauwgezet wordt gevolgd en ook wetenschappelijk wordt gemonitord.

De TU/e heeft de afgelopen tien jaar uiteenlopende maatregelen genomen om de enorme scheefstand tussen mannen en vrouwen tegen te gaan. Deze maatregelen hebben wel geleid tot meer bewustwording van het probleem en ook tot een (langzame) stijging van het percentage vrouwelijk wetenschappelijk personeel. Dit schrijft Onderwijs-minister Ingrid van Engelshoven in haar beantwoording van kritische Kamervragen over het TU/e-aannamebeleid.

Maatregelenpakket

De geconstateerde stijging van het percentage vrouwen in de wetenschappelijke staf van de technische universiteit is echter te langzaam gegaan om de gestelde streefcijfers te behalen. De TU/e heeft aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) laten weten welke maatregelen het tot dusver heeft uitgetest. De effecten daarvan zijn onderzocht door de Human Performance Management groep binnen de TU/e. Deze maatregelen zijn:

  1. Iedere benoemingsadviescommissie moet minimaal twee vrouwelijke leden hebben. 
  2. 1/3 van de shortlist moet uit vrouwen bestaan.
  3. Proactief scouten door inzet van aanwezige hulpbronnen, zoals eigen personeel. 
  4. Streefcijfers worden halfjaarlijks besproken met het CvB en de decanen van de faculteiten.
  5. Interfacultaire commissies opstarten met als doel om tot een meer objectieve selectie en beoordeling van kandidaten te komen. Deze leden zijn getraind in het herkennen van impliciete bias en hebben interventiemethoden aangereikt gekregen.
  6. Er is een streefcijfer gesteld voor de positie van universitair docent van 50-50%. Van 2008 tot 2019 heeft slechts een langzame verhoging van 17% naar 29% vrouwelijke  UD’s plaatsgevonden.
  7. Faculteiten hebben in samenwerking met het CvB targets gesteld om de diversiteit binnen de faculteit te verhogen en daarbij de manier gespecificeerd hoe zij de targets zouden halen.

De TU Eindhoven blijkt met zijn percentages flink af te wijken van landelijke gemiddeldes, voor verschillende functiecategorieën op universiteitsniveau. Deze zijn over 2017 vastgelegd in onderzoek van het Rathenau Instituut naar vrouwen in de wetenschap. Naast afwijking van deze landelijke gemiddeldes voor universiteiten loopt de TU/e ook achter op andere technische universiteiten in Nederland.

Andere TU's minder erg

"De situatie bij de TU/e is soortgelijk als bij andere technische universiteiten. Wel staan zij er ten aanzien van het percentage vrouwelijke wetenschappers nog slechter voor dan andere technische universiteiten", aldus OCW-minister Van Engelshoven. "De TU Delft en Universiteit Twente staan op een 11e respectievelijk 12e plaats in de ranglijst van 14 universiteiten ten aanzien van het percentage vrouwelijke hoogleraren. De TU Eindhoven staat op plaats 14."

"De impliciete genderbias speelt hierin een belangrijke rol en zorgt ervoor dat het percentage vrouwelijke wetenschappers maar langzaam stijgt. De TU/e ziet dat regelingen zoals de fellowships goed werken bij de Rijksuniversiteit Groningen en de TU Delft en heeft deze daarom als referentiekader genomen." Het zes maanden lang 'weren' van mannelijke kandidaten voor openstaande vacatures, ten gunste van vrouwelijke sollicitanten, is het paardenmiddel waar de TU Eindhoven nu op overgaat.

'Juist niet belemmerend'

De minister spreekt in haar beantwoording van VVD-vragen de notie tegen dat dit nieuwe aannamebeleid een belemmerend effect kan hebben op onderzoek en onderwijs op het gebied van technische wetenschappen in Nederland. "Nee, dit beleid draagt juist op de lange en korte termijn bij aan het verruimen van de capaciteit van onderzoek en onderwijs in de technische wetenschappen. Het aantrekken van vrouwelijk talent zorgt voor vrouwelijke rolmodellen. Die zijn hard nodig voor het groeiend aantal vrouwelijk studenten, zodat ook zij een carrière voor zichzelf zien in de technische wetenschappen."

"Door middel van de sectorplannen is er extra geld vrijgekomen voor meer vaste banen voor wetenschappelijk personeel in de bèta en technische wetenschappen. Aangezien na zes maanden de onvervulde vacatures alsnog algemeen open worden gesteld is het enige risico dat er zes maanden een onvervulde vacature is. De TU/e is zich daar volledig van bewust."

Percentage vrouwelijk wetenschappelijk personeel per functiecategorie in 2017:

Functiecategorie

Landelijk gemiddelde

TU/e

Hoogleraar

21%

13%

Universitair hoofddocent

29%

15%

Universitair docent

41%

27%

Overig wetenschappelijk personeel

44%

31%

Promovendus

43%

27%

Bron: Rijksoverheid, Rathenau Instituut

Lees meer over Loopbaan OP AG Intelligence
1
Reacties
P.J. Westerhof LL.M MIM 12 juli 2019 12:51

"De impliciete genderbias speelt hierin een belangrijke rol". Nou dat klinkt lekker wetenschappelijk onderbouwd.

Nu maar hopen dat deze 'proef' voldoende wetenschappelijk is ingericht. Want met alleen een proef die *anderhalf jaar* loopt en nauwgezet wordt gevolgd en ook wetenschappelijk wordt gemonitord komen we er niet. Dat lijkt er ook te schorten aan de 7 geteste maatregelen van de HPM-groep.
De TU/e is in 11 jaar niet in staat geweest de doelstellingen te halen. Goede kans dat in die doelstellingen een flink stuk bias van diverse soort zit.

Het kan ook veel simpeler en sneller en dan hebben we eind deze maand al het antwoord.
Vraag alle vrouwelijke studenten aan de TU/e of men potentieel interesse heeft in de toekomst tot het wetenschappelijk personeel van de TU/e te gaan behoren. Zo ja : waarom? Zo nee : waarom niet?
Niet alleen is de vraag zonder bias, ook blijkt dan wellicht dat onder de vrouwelijke studenten een bias heerst. Bijv. dat men als ambitieuze vrouw na de TU/e de studie liever in het buitenland (Duitsland, US) voort zet dan staflid te worden aan de TU/e.

Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.