Lekker automatisch....

28 juni 2001
Het is een komen en gaan van belangstellenden bij Living Tomorrow in Vilvoorde, net even buiten Brussel. Het Kantoor en het Huis van de Toekomst, die een jaar geleden zijn opengegaan en op afspraak bezocht kunnen worden, is volgens de organisatie zelf een ‘trefpunt van toekomstvisies’. Living Tomorrow toont hoe mensen in de toekomst zullen wonen, leven en werken, ‘ongeacht de huidige beperkingen of traditionele zienswijzen.’
De nieuwste technieken zijn er te zien, zoals een zonnedak dat op stembevel openklapt, statische en dynamische koelbalken die het huis zonder interventie op temperatuur houden, IP-telefoons die overal kunnen worden ingeplugd, camera’s die het huis bewaken zodra de deur wordt dichtgetrokken, een thuisbioscoop die in een oogwenk als kantoor kan worden ingericht, een bed dat zich volautomatisch aan de lichaamsbouw van de slaper aanpast of een keuken-PC met barcodeherkenning voor selectieve afvalsortering. Een sprong in de toekomst? Ja en nee. “Zes jaar geleden hadden wij al demonstraties met ADSL, en dat begint nu zo langzamerhand ingeburgerd te raken, net als telewinkelen”, zegt Joachim De Vos, directeur ICT en Business Communications van Living Tomorrow.
Begin jaren negentig werd even buiten Brussel een 1,7 hectare groot terrein aangekocht voor Living Tomorrow 1, een complex dat op 16 maart 1995 de deuren opende in het bijzijn van onder andere Bill Gates. De nadruk lag destijds op woningcomfort, maar inmiddels is daar het thema werken aan toegevoegd. Living Tomorrow 2 is een groot succes: het complex trekt jaarlijks zo’n tweehonderdduizend belangstellenden en de deelnemende bedrijven, waaronder 3Com, Xerox, Philips, Bose en Barco, tonen hun klanten maar al te graag de nieuwste mogelijkheden.
Volgens De Vos is het geen toeval dat een dergelijk initiatief juist in België is ontstaan: “In België laten mensen meestal zelf hun huis bouwen. Men zegt wel eens dat de Belg met een baksteen in de maag is geboren. Belgen bepalen zelf hun woonvoorkeuren en adopteren vaak als eerste de nieuwste technieken.” In Nederland wordt de woningbouw daarentegen veel meer gedicteerd door woningbouwverenigingen. Die zijn weliswaar minder vlot met de adoptie van domotica, maar kunnen technieken wel op grotere schaal introduceren.
Om die reden wil Living Tomorrow eind 2002 bij de Arena in Amsterdam een Nederlandse vestiging openen. Het project krijgt een soortgelijke opzet als het Belgische demonstratiecomplex, maar zal er wel anders uit gaan zien. Een groot aantal partners voor het project, dat 25 miljoen euro gaat kosten, heeft volgens De Vos al getekend. Zo gaat Unilever Research de woning gebruiken om nieuwe keuken- en badkamerconcepten uit te proberen.
Na Amsterdam wil Living Tomorrow vestigingen openen in Londen, Parijs, Barcelona en Berlijn. Zelfs de Verenigde Staten en Azië staan op het programma. “Vooralsnog hebben we daar geen haast mee”, benadrukt Gert-Peter Vos, die als directeur voor het Nederlandse project is aangesteld. “De vestiging in Amsterdam heeft onze prioriteit.”
Projecten als Living Tomorrow en eerder ook Het Huis Van De Toekomst van Chriet Titulaer staan vooralsnog ver van de alledaagse realiteit. Het Huis van de Toekomst van Titulaer kostte destijds maar liefst 12 miljoen gulden en ook reusachtige meterkast van Living Tomorrow geeft aan dat slimme woningen zelfs voor vermogende mensen voorlopig nog lang niet zijn weggelegd.
Technisch kan het en veel is zelfs al te koop. In ons land leveren bedrijven als Isolectra, Gunneman, Niko, Hofte en Siemens domoticaproducten. Maar van een grote afzetmarkt is absoluut geen sprake. Hoewel domotica zowel in nieuwe als in bestaande woningen kan worden aangelegd, zijn er nog maar weinig bedrijven en organisaties die woon-ICT serieus hebben omarmd. De energiebedrijven hebben hun handen vol aan de liberalisering van de energiemarkten en komen nauwelijks toe aan het ontwikkelen van extra diensten. Een enkele poging in die richting is bovendien mislukt.
De Provincie Noord-Brabant onderzoekt samen met de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) al enige tijd wat domotica zou kunnen betekenen voor het totale bouwproces, en ook architecten en projectontwikkelaars zijn geïnteresseerd in domotica als die de toekomstige waarde van de woning zou kunnen verhogen, maar meer dan verkenningsstudies heeft het tot dusverre niet opgeleverd.
Consumenten weten niet tot welke organisaties ze zich moeten richten voor advies en informatie. Bovendien zijn er nog maar weinig installatiebedrijven die een totaaloplossing leveren. Dat is ze ook moeilijk kwalijk te nemen, want het werkgebied is veelomvattend: het gaat om verlichting, beveiliging, energiebeheer, klimaatbeheer, informatie en communicatie, werk en productiviteit (telewerken, thuiskantoor) en zelfs multimedia (spelletjes en interactieve televisie).
De koppeling van een aantal van deze systemen heeft onmiskenbaar voordelen. Brandmeters die kunnen communiceren naar liften. Deuren en ventilatiesystemen die calamiteiten kunnen voorkomen. En op afstand kunnen controleren of het gas wel uitstaat. Met name voor ouderen is domotica interessant: met bewegingmelders en zorgalarmeringtelefoons zou zorg of hulp automatisch opgeroepen kunnen worden.
Ad van Berlo van de Stichting Smart Homes en het Eindhovense advieskantoor SWEL (Slim Wonen En Leven) ontdekte begin jaren negentig de belofte van domotica toen hij zich professioneel met zorgtechnologie ging bezighouden. Inmiddels leidt hij een expertisecentrum dat nauw betrokken is bij de overleg tussen bedrijven, overheden en belangengroepen.
De stichting Smart Homes was de afgelopen jaren onder meer betrokken bij de realisatie van slimme woningbouwprojecten in de sociale sector in Nuenen, Best en Eindhoven. Eind oktober zal in Tilburg de Slimste Woning van Nederland in gebruik worden genomen: een innovatieve demonstratiewoning van 160 vierkante meter, die voorzien wordt van veel slimme technologie en huisnetwerken. Het wordt de opvolger van de Modelwoning voor alle leeftijden, die van 1994 tot 2000 fungeerde als voorlichtingscentrum.
“De consument moet domotica eerst hebben gezien voordat hij er warm voor loopt”, zegt Van Berlo. “Voor ouderen is de keuze voor domotica vanzelfsprekend, omdat zij de behoefte hebben aan veiligheid en hulpbehoevendheid, maar jonge mensen moet je overtuigen. Vandaar dat demonstratieprojecten erg belangrijk zijn.’
De modelwoning zal zich onderscheiden door duurzaam materiaalgebruik en energiebesparende toepassingen. Daarnaast is de woning demontabel, zodat hij ook naar andere regio kan worden vervoerd. Na Tilburg zal de woning onder meer in Eindhoven en Arnhem te zien zijn.
Vergeleken met Living Tomorrow of Het Huis Van De toekomst is de Slimme Woning evenwel bescheiden van opzet. “We hebben niet de budgetten van Living Tomorrow”, zegt Van Berlo. “Dat is een bewuste keuze geweest, want we willen dicht bij de realiteit blijven. Chriet Titulaer was met Het Huis Van de Toekomst zijn tijd ver vooruit, maar zo’n woning is voor de gemiddelde Nederlander geen serieuze optie. Wij willen aantonen wat op dit moment mogelijk en betaalbaar is. Vandaar we voor toegangscontrole geen vingerafdruktechnieken gebruiken, maar een ‘proximity’ kaartleessysteem voor chipkaarten.”
Ook met de huidige technieken kunnen volgens Van Berlo aardige toepassingen worden gerealiseerd. Zo kan ‘s ochtends de thermostaat de cv-ketel informeren en de slaapkamer en de badkamer op een aangename temperatuur brengen. Ook het koffiezetapparaat zou automatisch kunnen worden aangezet, terwijl de handdoek in de badkamer en de vloer verwarmd worden. “Tot twee jaar geleden was er weinig belangstelling voor dit soort toepassingen”, legt Van Berlo uit, “maar dat is aan het veranderen. We krijgen in elk geval steeds meer opdrachten.”
Toch zal er nog veel moeten gebeuren wil domotica in ons land van de grond komen. Het agentschap Senter van het Ministerie van Economische Zaken concludeert in een vorig jaar verschenen studie dat ten aanzien van domotica ‘vraag en aanbod’ onvoldoende bij elkaar komen. Het grootste probleem is het ontbreken van standaarden. Veel producten kennen eigen kabels, protocollen, sensoren en randapparatuur. Alleen al op het gebied van datacommunicatie regent het protocollen: van Wavelan tot ShareWave en van Home RF tot DECT. Op deze manier kan de woning volgens Senter onmogelijk een ‘verkeersplein op de elektronische snelweg worden’.
De ooit veelvuldig gepropageerde European Installation Bus standaard wordt nauwelijks in woningen toegepast, omdat fabrikanten vinden dat hun eigen standaarden veel meer te bieden hebben. IBA, de ontwikkelaar van Eibus, heeft in het verleden wel aangedrongen op samenwerking met andere busassociaties als Batibus en EHSA, maar daar is nog niets van terechtgekomen. Dat is geen kwestie van onwil, maar van onzekerheid. Wat vandaag nog state of the art is, kan morgen achterhaald zijn. Niemand weet hoe het domoticasysteem van de toekomst er precies uit zal gaan zien, of het draadloos wordt of dat gebruik zal worden gemaakt van het lichtnet. “Veel partijen werken aan lichtnetoplossingen”, weet Van Berlo van Smart Homes. “Maar het is een storinggevoelige omgeving.”
Onduidelijk is verder of domotica centraal moet worden aangestuurd door een server, zoals het geval is bij Living Tomorrow, of dat er gekozen moet worden voor een zogenoemde residential gateway die de verschillende protocollen keurig weet te verdelen. Bedrijven als Ericsson, Microsoft, Sun, Electrolux en Lonworks werken in het kader van het OSGI (Open Systems Gateway Initiative) al enige tijd aan een slimme meterkast. Van Berlo verwacht niet dat er één standaard komt die alle huidige protocollen vervangt. “Ik denk niet dat er een Microsoft zal opstaan die deze industrie zal beheersen. Daarvoor is het toepassingsgebied nu eenmaal te groot.”
Hoewel het volgens Senter niet erg waarschijnlijk is dat al elk apparaat in de toekomst een IP-adres krijgt, zodat het individueel via internet kan worden aangestuurd, zullen apparaten zich steeds meer tot diensten ontwikkelen. Sommige fabrikanten spelen bijvoorbeeld met het idee om wasmachines gratis te leveren en de consument per wasbeurt te laten betalen, waarbij via internet of de meterkast het aantal wasbeurten wordt bijgehouden. Intelligente wasmachines als die van Merloni maken dergelijke toepassingen nu al mogelijk.
Senter vindt dan ook dat informatie- en dienstenleveranciers het voortouw zouden moeten nemen bij de introductie van domoticatoepassingen, al was het maar omdat huishoudelijke apparaten en ook woningen zelf geen hoge omloopsnelheid hebben en nieuwe technieken maar mondjesmaat geïntroduceerd worden. Ook Ad van Berlo van Smart Homes denkt dat de nadruk op dienstverlening moet liggen. “Energiebedrijven zouden bewakings – en beveiligingsdiensten aan ouderen kunnen leveren, waarbij ze ook voor de installatie van de apparatuur kunnen zorgen,’ zegt hij.
Van Berlo verwacht dat de liberalisatie van de telecomindustrie, ontwikkelingen als telewerken en de vergrijzing, domotica de komende tijd in een stroomversnelling zullen brengen. “De enige remmende factor zijn op dit moment de installatiebedrijven. De grotere richten zich niet op de woningmarkt, terwijl bij de kleinere de ervaring ontbreekt. Daarvoor vallen de kosten hoog uit. Zeker met multimediatoepassingen betaal je al snel zo’n 20.000 gulden.”
Naarmate de markt groeit, zullen de kosten echter snel dalen, zo voorspelt Joachim De Vos van Living Tomorrow. “De ICT-sector is ten aanzien van domotica bezig met een inhaalslag.”
Living Tomorrow: Indringingsweg 1, Vilvoorde. www.livtom.com Stichting Smart Homes: www.smart-homes.nl
 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!