Jezelf ‘joehoe’en’

25 juni 2010

Bas Westland van e-people geeft trainingen aan recruiters en werkzoekenden in het inzetten van social media. “De arbeidsmarkt wordt niet groter van allerlei netwerken”, zegt hij. “We vissen nog steeds in dezelfde vijver. Het belangrijkste van deze kanalen is dat het viaviacircuit, dat vroeger aan het zicht onttrokken was, nu zichtbaar wordt. De schatting is dat 60 tot 80 procent van de vacatures via dat informele circuit vervuld wordt.” Het advies van Westland aan baanzoekenden is: ‘Sta op de radar’. “Zorg dat je er bent als een vacature wordt ‘geboren’. Als iemand uit je netwerk twittert dat hij zijn baan gaat opzeggen, dan sta je als het ware vooraan in de rij en kun je jezelf vast ‘joehoe’en’ voor de vacature wordt gepubliceerd.” Om jezelf vindbaar te maken, is een goed profiel op LinkedIn stap één. Dat start met een zakelijke en goed herkenbare foto. Naast een compleet en up-to-date cv benadrukt Westland ook het nut van aanbevelingen. “Als ik erover begin in mijn training, geven veel deelnemers aan dat ze dat belachelijk vinden, typisch Amerikaans. Als ze dan de recommendations op mijn profiel lezen, denken ze er toch anders over. Ik vraag alleen om een aanbeveling als ik al een spontaan compliment van iemand heb gekregen. Dan lees je ook dat het spontaan en authentiek is. Wil je een recommendation teruggeven, doe dat dan alleen als je het echt meent en wacht er even mee. Anders staan jouw aanbeveling en die andere recht onder elkaar in de ‘tijdlijn’ en devalueren ze tot de waarde van de Zimbabwaanse dollar.”

Voor werkgevers is het vooral een kwestie van zichtbaar zijn voor mensen die op zoek zijn. “En door slim te zoeken in een netwerk als Linked­In vind je de juiste kandidaten.” Voor zowel kandidaten als werkgevers geldt dat ze vaak al iemand in hun netwerk hebben die de persoon waar je contact mee zoekt kent. “Als dat zo is, bel die persoon dan op. Wat kan hij je vertellen over je beoogde werkgever of werknemer? Kan hij je misschien bij die persoon introduceren?”

Ook al is solliciteren op de web 2.0-manier vaak minder formeel, de ‘etiquette’ blijft van belang voor beide partijen. “Mensen krijgen nog steeds graag persoonlijke boodschappen en persoonlijke aandacht”, zegt Westland. “Omdat solliciteren en werven zo makkelijk zijn geworden, wordt daar van weerszijden nogal eens slordig mee omgesprongen. Mijn boodschap is: benader liever wat minder mensen, maar doe het persoonlijker. Als je én personaliseert én zoekt naar een gedeeld contact voor een introductie, dan leidt dat bijna altijd tot positieve reacties.” Daarnaast zijn er ongeschreven wetten van online aanwezig zijn. Authenticiteit is een veelgehoorde kreet. Probeer je niet te profileren als iemand die je niet bent. Daarnaast is wederkerigheid een sleutelbegrip. “Dus niet alleen actief worden als je iets nodig hebt, maar ook geven. Je hebt namelijk altijd iets te geven: persoonlijke aandacht. Als je dat structureel doet, gaat je netwerk voor je zingen.” Verder is voorzichtigheid geboden. Wat online staat, gaat nooit meer weg. “Je mag best grappig zijn, of minder ‘standaard’”, zegt Westland. “Maar als je niet altijd even zakelijk twittert, zet dan niet alles op LinkedIn. De regel is: zet niets op internet waarvoor je je zou schamen als het op de voorpagina van de krant zou staan.”

IT-detacheerder Neomax muntte vorig jaar de term ‘twilliciteren’ en claimde ook het domein twilliciteren.nl. Een keuze die vooral te maken had met inzicht in de doelgroep, zegt directeur Stephan Bosman. “Onze doelgroep zit veel op internet en houdt zich bezig met onderwerpen als hardware, technieuws, games en gadgets. Door over die thema’s te twitteren, hebben we een sterk netwerk opgebouwd. Niet alleen roepen over jezelf en jezelf op de borst kloppen, daar heb ik zelf ook een grote aversie tegen, maar echt investeren in de doelgroep. We twitteren ICT-nieuws en vacatures, ook van andere bedrijven. Inmiddels hebben we 420 volgers, die onze berichten vaak zelf ook weer verspreiden, waardoor het zich als een olievlek uitbreidt. Om de dialoog te versterken, hebben we twilliciteren opgezet, waarin mensen zich in een soort elevator pitch van 140 tekens aan ons kunnen presenteren. De opbrengst daarvan heeft me heel positief verrast. Ik denk dat we 70 procent van de ongeveer 700 cv’s die we jaarlijks ‘nodig hebben’ om met zo’n 75 m/v te groeien, via dit kanaal binnenkrijgen.” Het leuke van twitter is ook, vindt Bosman, dat kandidaten zich via dit kanaal ook in een bedrijf kunnen verdiepen. “Wat schrijven anderen erover? Waar voel ik me thuis? Wat dan bijvoorbeeld vaak terugkomt, zijn geluiden over onze werk-leertrajecten. Ook leuk is dat het direct wat minder formeel is. Aangezien we bij onze kandidaten ook nadrukkelijk kijken naar ‘soft skills’, vind ik het heel nuttig om te zien hoe iemand zichzelf in 140 tekens presenteert.”

Twilliciteren werkt onderscheidend, merkt Bosman. “We slagen er op deze manier beter in de doelgroep te binden, ons goed te profileren en een community te vormen. Het kost wel serieus tijd. We zijn bijvoorbeeld een uur per dag op Hyves, en Twitter staat altijd aan. De recruiters houden het allemaal zelf bij. Toch kost het op deze manier nog altijd minder geld dan offline adverteren, en de kwaliteit van de reacties is hoger. Bovendien gaat het enorm snel. Bij het eerste contact via Twitter heb ik iemand een paar tellen later aan de telefoon. Als hij een webcam heeft, krijg ik er ook een beeld bij en als het klikt, vraag ik om een cv te mailen. Wat echter als vanouds blijft, is het tweede gesprek, altijd face to face en dan we vragen om twee referenties. Voor ‘search’ maken we nog veel gebruik van LinkedIn, dat is daarvoor een mooie tool. Ondertussen zijn we nu hard bezig om na te denken over hoe we ons in de mobiele wereld gaan profileren.”

Eduardo Wassenborg vond baan via LinkedIn

Hans Mestrum is nieuwemediaspecialist bij de faculteit Techniek van de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Hij vond die baan via Twitter. “Ik twitterde ‘ik zoek een andere baan’ en zo is het balletje gaan rollen. Iemand uit mijn netwerk, Guido Crolla van HAN ICA, heeft dat doorgespeeld aan de faculteit Techniek van de HAN, waar een vacature was voor een directeur. Ik werd uitgenodigd op gesprek, en voor het zover was, heb ik al online zoveel mogelijk informatie verzameld, mensen via LinkedIn geconnect et cetera. Die baan was eigenlijk niets voor mij, maar toen we in contact waren gekomen, bleek dat ze al een tijdje graag meer met nieuwe media wilden doen. Dat bracht de faculteitsdirecteur op het idee mijn huidige baan te creëren.Ik zie dit soort tweets wel vaker; het werkt natuurlijk het beste als je flink wat volgers hebt. En als die volgers het weer gaan retweeten, kan het als een virus rondgaan, zoals je ook vaak ziet met #durftevragen. Het is belangrijk dat je online een identiteit opbouwt, dat mensen je passie zien. Wacht niet tot er een vacature voorbijkomt maar help het toeval een handje door uit te stralen wat je zoekt, wie je bent en wat je kunt. Belangrijk is wel om authentiek te zijn, doe het vanuit overtuiging. Mensen willen je dan graag helpen. Het is online ‘geven en delen’ in plaats van nemen. Het komt dan pas vanzelf naar je toe.”Lees hoe Hans Mestrum op vrijdag riep ‘ik zoek een baan’ en op de dinsdag daarna al reden had voor een feestje op: http://www.hansonexperience.com/my_weblog/2008/07/hogeschool_arnhem_nijmegen.htmlEdo van Santen – maakt video-cv’sEdo van Santen van Talk&Do.TV traint mensen bij hun elevator pitches en maakt sinds kort video-cv’s in opdracht van re-integratiebedrijven. “Video is een effectieve manier om jezelf neer te zetten: wat tekst op papier is toch anders dan een filmpje waarin je iemand kan zien en horen en ‘voelen’. Voor de werkgever is het eveneens nuttig. Als je gaat werven, krijg je eerst een x-aantal cv’s, op basis daarvan nodig je een paar kandidaten uit, maar vaak weet je als iemand over de drempel stapt al ‘dit is hem niet’. Het bespaart tijd om iemand vooraf al te kunnen zien en horen. Van het re-integratiebedrijf hoor ik dat 58 procent van de kandidaten op deze manier binnen een maand een baan heeft. Nu zijn zij een sterk bedrijf, maar de video is zeker een deel van het succes. Het is in ieders belang geen valse verwachtingen te wekken. De uitdaging voor mij is om iemand zover te krijgen dat hij op film zichzelf durft te zijn. De tijd is rijp voor dit soort middelen. Drie of vier jaar geleden zou je als sollicitant niet op Youtube willen staan. Ook ‘werkloos zijn’ was eerder een taboe; nu is het geaccepteerd om via allerlei sociale media te laten weten dat je een baan zoekt of een klus.”

Hans Mestrum – vond baan via Twitter

Eduardo Wassenborg biedt BlackBerry-ondersteuning en geeft workshops aan eindgebruikers bij e-office. Hij kwam op die plek terecht via LinkedIn. “Bij LinkedIn kun je aangeven dat je ‘zoekende bent’. Onder ‘jobs’ kun je een zoekopdracht geven op basis van je interesse en eventueel geografische locatie. Zo kwam ik de vacature van e-office op het spoor. Ik heb hun website bekeken, en het leek me een leuk bedrijf dus ik heb gesolliciteerd. Ik was al eerder benaderd via LinkedIn, maar merkte wel dat het belangrijk is om je profiel goed in te vullen. Ik kreeg soms aanbiedingen van vage bureautjes, die me uitnodigden voor bijeenkomsten in AC-restaurant over ‘voor jezelf beginnen’… dat leek een beetje op een piramidespel. Kortom, ik werd wel gevonden, maar niet op de goede manier. Maar als je het goed doet, kan het heel nuttig zijn en snel gaan. Solliciteren verandert, maar niet zozeer met LinkedIn. Omdat het een zakelijk netwerk is, zijn mensen daar bewust mee bezig. De ‘screening’ via Google, Hyves of Facebook kan wel gevolgen hebben. En wat ook niet verandert, is het belang van het face-to-facegesprek. Je kunt als bedrijf en als kandidaat nog zo transparant proberen te zijn, pas dan merk je of het echt klikt.”

Wilbert Janissen vond twee medewerkers via LinkedIn

Wilbert Janissen, HR-man van e-office, nam eind 2008 twee mensen aan via LinkedIn. “Naar de een ben ik actief op zoek gegaan, door in LinkedIn te zoeken naar Lotus Notes-ontwikkelaars. Door in het zoekveld de technologie in te vullen, krijg je de juiste profielen boven water. De mensen geven zelf aan of ze open staan voor ‘career opportunities’. Als dat zo is, kun je hen meestal wel benaderen met een vacature. In dit geval heb ik eerst gekeken of ik mensen in mijn netwerk had die de betreffende persoon kenden, dat werkt nog beter. De tweede kandidaat reageerde zelf op een advertentie die ik zelf op LinkedIn Jobs had geplaatst. Dat is een betaalde dienst, waarbij LinkedIn zorgt dat je vacature via de juiste steekwoorden bij de goede mensen terechtkomt. Zo had ik binnen een week een paar kandidaten, terwijl het via vacaturesites nog niet gelukt was.Advies aan werkzoekenden is om in je cv op LinkedIn duidelijk aan te geven wat je sterke punten zijn en met welke technologieën je hebt gewerkt. Recommendations op LinkedIn lees ik altijd, maar ik neem ze ook met een korreltje zout. Besef hoe je via keywords gevonden wordt. En via via werkt het beste, daarom is het ook belangrijk dat je een behoorlijk netwerk bouwt; vanaf vijftig contacten wordt het zinvol. Als werkgever kunnen we mensen namelijk wel rechtstreeks benaderen – zonder dat we een connectie hebben – maar dat kost geld en werkt minder goed. Mensen krijgen vrij veel in-mail van recruiters en gaan dat snel als spam ervaren. Met een groot netwerk kun je dus makkelijker worden benaderd. Als werkgever moet je er de nodige tijd in stoppen om het goed te doen, je moet ook je eigen profiel goed bijhouden. De juiste media kiezen is ook belangrijk. Wij hebben het ook op Hyves geprobeerd maar dat is toch meer een netwerk om lekker te kletsen, mensen willen zich daar vrij voelen. Twitter gebruiken we soms om vacatures ‘rond te bazuinen’. LinkedIn werkt voor ons tot nu toe het beste.”

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!