Innovatie & Strategie

Branche
'Je moet als politiek altijd iets doen'

'Je moet als politiek altijd iets doen'

IT-politicus Kees Verhoeven is blij geen eenzame hoogvlieger meer te zijn.

13 maart 2020

IT-politicus Kees Verhoeven is blij geen eenzame hoogvlieger meer te zijn.

IT is geen sexy onderwerp, zei IT-politicus Kees Verhoeven in 2017, toen hij voor de eerste keer de award IT-politicus van het jaar in ontvangst nam. Dat is nu wel veranderd. “Nu zie je dat andere partijen het echt wel van belang vinden om een goed verhaal te hebben op het gebied van digitale vraagstukken. Het onderwerp is echt gestegen in de politieke rangorde.”

Niet alleen hebben de meeste politieke partijen inmiddels een woordvoerder over het thema digitalisering, ook in het kabinet zijn steeds meer bewindspersonen met het thema bezig. “Vanmiddag hebben we een algemeen overleg Digitalisering van vier uur met drie bewindspersonen. Een overleg van vier uur over digitale onderwerpen. Dat was drie jaar geleden echt ondenkbaar geweest.”

In 2017 werd de IT-politicus nog een eenzame hoogvlieger genoemd, maar bij deze uitreiking had hij concurrentie van Jan Middendorp (VVD) en Kathalijne Buitenweg (GroenLinks). “Dat er ook andere mensen hadden kunnen winnen, vind ik positief. Vroeger waren het een paar backbenchers die het echt als hobby hadden. Nu zie je dat het steeds serieuzer bij meer woordvoerders van partijen komt te liggen. Het mooiste zou zijn als fractievoorzitters in de Algemene Politieke Beschouwingen over digitalisering aan het debatteren zijn.”

Het onderwerp is belangrijker en indringender geworden, zegt Verhoeven. “Kijk naar de gebeurtenissen in januari. Een universiteit wordt platgelegd door een ransomwareaanval. Een ziekenhuis is platgelegd door problemen met Citrix. Een paar zomers geleden waren er problemen met NotPetya waardoor de Rotterdamse haven stillag. Op het gebied van cybersecurity is er de afgelopen drie jaar veel gebeurd en veel onderdelen van de samenleving hebben ermee te maken gehad. Als Tweede Kamer kun je daar niet meer omheen.” Bovendien komt het voor de burgers ook steeds dichterbij, zegt het Tweede Kamerlid. “Alles wat er met Facebook is gebeurd, problemen met privacy, dataverliezen; het heeft mensen bewust gemaakt dat data een nieuwe machtsvorm zijn geworden.”

Waarom ben je opnieuw verkozen tot IT-politicus, denk je?

“Dat kan ik niet helemaal beoordelen, maar ik ben de afgelopen jaren wel steeds meer op het onderwerp gaan focussen. Dat heeft geleid tot een aantal concrete producten. In 2019 hebben we een tweede techvisie gemaakt, waarin veel stond over kunstmatige intelligentie. We schreven een initiatiefnota over de macht van de techreuzen. Die nota is begin 2019 ingediend en net voor het einde van het jaar behandeld. We kregen ook veel steun voor de nota. En we schreven het pamflet Digitale Revolutie, waarin stond dat door data mensen steeds minder machtig worden en overheden en bedrijven steeds machtiger.”

Waar ben je dan het trotst op?

“Het schrijven van die stukken, het agenderen van grote onderwerpen en het concreet maken van thema’s is iets wat ik een resultaat op zich vind. Ook al is het probleem dan niet weg of is er nog geen Kamermeerderheid, je hebt wel de vinger op de zere plek gelegd.
Dat onze initiatiefnota over de macht van techreuzen door de Kamer is overgenomen, daar ben ik ook trots op. De Kamer sprak uit dat we als overheid meer tegenmacht moeten bieden tegen die grote bedrijven. Dat de Kamer dit vindt, is echt wel een gedachteverandering. De VVD bijvoorbeeld vond drie jaar geleden nog dat het bedrijfsleven gewoon zijn gang zou moeten kunnen gaan. Nu vinden ze ook dat deze bedrijven te machtig worden.”

Waar maak je je zorgen over?

“Ik maak me zorgen over de positie van Nederland, maar eigenlijk van heel Europa op het gebied van de grote dominante technologieën. We doen nog steeds te weinig. Met dominante technologie bedoel ik vooral kunstmatige intelligentie. Ik denk dat dit een technologie is van een heel andere orde dan technologie die wat meer sectoraal is. Kunstmatige technologie overstijgt alles. Het zit overal in, doorkruist alles. Het zit in alle onderdelen van de samenleving.
Bedrijven in de VS en de volkspartij in China pompen daar ontzettend veel geld in. Europa is daar toch voorzichtiger in. De theorie van Europa is: wij maken de regels en zetten standaarden en daardoor hebben we toch een goede positie. Die theorie is niet helemaal onjuist, maar ik ben van mening dat je toch echt ook moet investeren.”

Aan welke bedragen denkt u dan?

“De Nederlandse overheid investeert de komende zeven jaar 1 miljard in AI en het bedrijfsleven zet datzelfde bedrag ertegenover. Dat is in zeven jaar 2 miljard. Misschien kom je in Europa dan uit op 10 tot 20 miljard in de periode van zeven jaar. In China en de VS is dit het tienvoudige. Ik vind dat Europa toch wel minimaal naar de 50 miljard euro moet in zeven jaar. Europa moet ook zelf technologie ontwikkelen. Dat schrijven we ook in een ander plan, dat Europa veel meer zijn eigen techindustrie moet opbouwen.”

Zijn we niet wat laat met investeren?

Ja, maar niet te laat. Het is nooit te laat. Je moet als politiek altijd iets doen. Dus de boot definitief missen, daar geloof ik niet zo in. Ik geloof dat je altijd een keuze kunt maken waardoor je weer in de wedstrijd zit.”

Heeft de politiek nog een onderwerp niet in het vizier dat wel urgent is?

“Gezichtsherkenning vind ik levensgevaarlijk. We weten heus wel dat het een vergaande technologie is waarmee in China mensen worden onderdrukt. Daarom gebruik ik ook de term 'levensgevaarlijk'. Dat onderdrukken zal in Nederland niet gebeuren. We hebben wel op allerlei plekken gezichtsherkenningsproeftuinen en -projecten. Ik vind dat de politiek daar wel heel erg tam over is.
Dat geldt ook voor alles wat is gekoppeld aan data gekoppeld aan het menselijk lichaam, noem het data in de zorg. We kunnen wel sneller diagnoses stellen en ook patiëntinformatie van de ene arts naar de andere sturen, maar het zijn ook data op basis waarvan zorgverzekeringen en commerciële partijen keuzes kunnen maken over mensen. Dat kan ook echt de verkeerde kant op gaan."

Hoe houd je de informatie bij als politicus?

“Het begint met supergoede medewerkers. Met mijn medewerkers Marijn van Vliet en Janne Gerritsen heb ik een cyberapp, een appgroep waarin we ontwikkelingen signaleren. Eens in de zoveel tijd zitten we met z’n drieën en denken we na over waar we de komende tijd mee kunnen komen. Daarnaast heb ik een netwerk opgebouwd van mensen die mij bellen met onderwerpen, en dat ik kan bellen. En ik lees elke maand een techboek.”

Wat is je reactie op het winnen van de award?

“Ik vind het leuk en ook een eer. Ik vind het extra leuk dat ik hem win, want ik ga stoppen als Kamerlid. Volgend jaar zijn de verkiezingen en dan doe ik niet meer mee.”

Wat ga je doen als je stopt?

“Geen idee. Ik stop met een goed gevoel. Ik heb elf jaar met ongelooflijk veel plezier in de Tweede Kamer gezeten en me met digitalisering kunnen bemoeien en daar wil ik mee door. Maar wat weet ik niet precies. Ik vind het wel belangrijk om op het snijvlak van overheid en maatschappij actief te blijven, dus ik wil ook wel een rol blijven spelen in de discussie die we in Nederland voeren.”

Je vertelde eens dat je in de politiek zit om invloed uit te oefenen. Dat stopt nu.

“Als je elf jaar in de Kamer hebt gezeten, komt er ook een moment om iets anders te kunnen doen. Het onderwerp digitalisering is wel echt op de kaart gezet nu. Niet alleen door mij. Ver voor mij al door anderen, bijvoorbeeld Zsolt Szabó. Ik heb nu het gevoel dat het onderwerp nu goed gepositioneerd is. We hebben drie bewindspersonen die ermee bezig zijn en een Kamercommissie die nadenkt over digitaliseren. Ik kan met een gerust hart stoppen.”

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (aprilnummer 2020). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, klik dan hier voor de inhoudsopgave.

Lees meer over
Lees meer over Innovatie & Strategie OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.