Management

Governance
Lisa van Ginneken

IT-politicus van het jaar: Ik wil de overheid dwingen het goede voorbeeld te geven

Lisa van Ginneken: van ICT'er naar politicus. 

Lisa van Ginneken © Henriëtte Guest
6 april 2022

Lisa van Ginneken: van ICT'er naar politicus. 

Na een lange carrière in de ICT en bij mensenrechtenorganisaties kwam Lisa van Ginneken in maart 2020 voor D66 in de Tweede Kamer. Nog geen jaar later is ze door de lezers van AG Connect verkozen tot IT-politicus van het jaar 2021. “Ik zie het bestaan van deze prijs als een permanente oproep aan de hele politiek”, zegt ze in gesprek met AG Connect.

ICT is voor Van Ginneken niets nieuws: al op zestienjarige leeftijd verkocht ze als freelance game-ontwikkelaar een spel op de Commodore 64 aan een speluitgever. Vlak daarna trad ze in dienst en werd ze developer. “Maar dat heb ik niet heel lang gedaan. Ik werd al snel ontwerper en projectleider, en ik ben consultant op het gebied van digitaliseringsvraagstukken in de publieke sector geweest. Zeker die ervaring is één-op-één toepasbaar op mijn werk hier in de Tweede Kamer”, vertelt ze. “Ik begrijp de dynamiek van ICT-projecten en de grote maatschappelijke en organisatorische vraagstukken waar ICT een rol in speelt goed.”

Na zo’n vijftien jaar verlaat Van Ginneken de ICT en gaat ze zich inzetten voor inclusie in de samenleving, onder meer als voorzitter van belangenorganisatie Transvisie en lid van de Raad van Advies bij het College voor de Rechten van de Mens. “Ik merkte dat ik dat leuk vond en daar handig in was. Dat ik echt een maatschappelijke impact kon maken. Toen dacht ik: hoe zou het zijn als ik dit als politicus ga doen?” De volgende stap werd dus Tweede Kamerlid voor D66. “Ik heb eerst systemen ontwikkeld, toen ben ik organisaties en mensen gaan ontwikkelen en nu wil ik de samenleving gaan ontwikkelen”, lacht ze.

In de Kamer zet Van Ginneken zich opnieuw in voor digitalisering. “Ik zeg wel eens met een knipoog: eens een nerd, altijd een nerd. Dus ik ben heel blij dat ik dit in de politieke context ook weer mag doen, en dat ik mijn ervaring en netwerk in de sector kan benutten.” De portefeuille deelt ze met collega Hind Dekker-Abdulaziz. Dekker-Abdulaziz neemt de digitale overheid en de economische kant voor haar rekening, Van Ginneken kijkt specifiek naar cybersecurity en digitale burgerrechten.

Security moet minder versnipperd

Maar juist op het gebied van cybersecurity zijn er nog veel verbeterpunten, signaleert Van Ginneken. En door de oorlog in Oekraïne, die ook op digitaal vlak wordt uitgevochten, wordt dat extra benadrukt. “De huidige situatie in Oekraïne onderstreept dat we in Nederland onze zaakjes op het gebied van security echt beter moeten organiseren dan nu. Het is allemaal heel versnipperd. Er zijn meerdere organisaties die een deel van de verantwoordelijkheid dragen om ons land weerbaar te maken en te houden.”

Daarmee doelt ze bijvoorbeeld op het Landelijk Dekkend Stelsel, waarmee geregeld is dat het Nationaal Cyber Security Center (NCSC) alleen dreigingsinformatie mag delen met zijn eigen doelgroep (het Rijk en de vitale sectoren) en met specifiek aangewezen partijen als CERT’s, bijvoorbeeld Z-CERT, en OKTT’s zoals Cyberveilig Nederland. Volgens Van Ginneken is het NCSC door deze constructie helemaal geen nationaal cybersecuritycenter, “maar een vitale sector cybersecuritycenter”. “Terwijl de keten zo sterk is als de zwakste schakel en je eigenlijk een meer integrale aanpak wil hebben. Natuurlijk moeten de vitale sectoren snel en adequaat geïnformeerd worden, maar dat moeten andere sectoren ook.”

Ook ziet ze graag dat er niet steeds nieuwe organisaties opgericht worden voor bepaalde verantwoordelijkheden. “Vanuit de Europese Cybersecurity Act wordt heel erg ingezet op het uitwisselen van wetenschappelijke kennis rondom cybersecurity. Dat is ontzettend belangrijk. Maar voor de invulling daarvan wordt in Nederland weer een aparte entiteit opgericht die dat gaat coördineren. En we hebben al het Digital Trust Center, het NCSC, de NCC en allerlei sectorale CERT’s. Dat is allemaal niet in het belang van een goede digitale weerbaarheid. Als je de taart zo verdeelt, vallen er altijd kruimels buiten.”

Het goede voorbeeld geven

Een ander probleem is dat lang niet altijd de goede werkwijze aangehouden wordt in de Tweede Kamer. Als voorbeeld noemt Van Ginneken de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) die met OSINT aan de slag gaat. "Dus met het verzamelen van allerlei gegevens uit publieke bronnen, die ze daarna combineren met informatie die ze van inlichtingendiensten krijgen, om zo gedetailleerde profielen van burgers te maken. Dat doen ze zonder dat ze daar een bevoegdheid of opdracht toe hebben”.

“Kijk, als we met elkaar afspreken dat we dit belangrijk vinden voor onze veiligheid en de NCTV vragen om dit te doen met bepaalde bevoegdheden, dan is dat prima. Maar je ziet hier een omgekeerde werkwijze: we gaan het eerst doen en als er dan gesputter komt, dan gaan we een NCTV-wet voorleggen aan de Kamer om de bevoegdheden te regelen. Dat is de verkeerde volgorde.”

Van Ginneken zet naar eigen zeggen daarom hard in om “de overheid te dwingen het goede voorbeeld te geven”. “Dus dingen in de goede volgorde doen en niet gaan marchanderen met onze digitale burgerrechten, die niet anders zijn dan onze niet-digitale burgerrechten.”

Techoptimisme in de Kamer

Het feit dat lang niet alle politici IT-kennis hebben, helpt bij dit alles niet. Juist dat gebrek aan kennis over IT kan leiden tot techopportunisme, wat voor problemen als de toeslagenaffaire kan zorgen. “Dat je denkt dat je met een algoritme fraudeurs kunt opsporen zonder dat daar negatieve effecten van zijn. Zonder dat je fout-positieven meeneemt. Maar in het geval van de toeslagenaffaire waren er vooral fout-positieven.”

“Het probleem van technologie is dat het niet neutraal is. Er zitten vooroordelen in de mensen die technologie ontwerpen en er zitten vooroordelen in de data waarmee algoritmen getraind zijn. Daarmee krijg je bevooroordeelde technologie. Als die technologie dan gebruikt wordt om verstrekkende besluiten te nemen over de levens van mensen, dan zitten we verkeerd.”

Toch ziet Van Ginneken wel vooruitgang: “Ik denk dat de overheid zich nu is gaan realiseren – mede dankzij de toeslagenaffaire – dat het dus niet zo werkt. Dat technologie niet vanzelf alle problemen oplost en dat het zaak is om vanuit mensenrechten technologie te ontwerpen.”

Groei in kennis

Ook op het gebied van IT-kennis in de Tweede Kamer ziet Van Ginneken positieve ontwikkelingen. “Er worden nu wel programma’s en seminars aangeboden aan Kamerleden. Dingen als academy’s om je in een middag even bij te laten praten over cybersecurity. Dus hier gebeurt wel het nodige aan.”

Ook de inzet van eerdere Kamerleden heeft enorm geholpen, ziet ze. “Ik vind dat we als Nederland dankbaar mogen zijn voor Kees Verhoeven. Hij heeft in de acht jaar voor ik kwam ontzettend hard geroepen dat dit een belangrijk thema is en dat we er meer politieke aandacht aan moeten besteden, omdat we anders een heel groot probleem hebben als samenleving. In het begin kwam die boodschap minder aan dan op het laatst. Nu zie je dat die awareness er wel is. Dat merk ik ook aan collega’s, ook binnen de fractie zelf. Ze komen mijn collega Hind Dekker-Abdulaziz en mij echt opzoeken met vragen. Die uitwisseling zie ik nu overal wel gebeuren. Dus ik ben positief over de toekomst.”

Toch blijft een prijs als IT-politicus van het jaar wel belangrijk meent ze. “Omdat we daar de boel toch wel mee aanjagen.”

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (april 2022). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, zie dan de inhoudsopgave.

Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.